Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Van de Ramblas naar het Parc Güell is het vier kilometer
Foto: Miguel Saddi Vitorino / Pexels
La Rambla loopt volgens de gemeente over ongeveer 1,2 kilometer van de Plaça de Catalunya naar het Columbus-monument aan de Port Vell. Het Parc Güell met de mozaïekbanken ligt de andere kant op, ruim 4 kilometer landinwaarts en 150 meter hoger.
Die twee in één wandeling doen is een lange dag. Dit artikel behandelt de bekende bezienswaardigheden van Barcelona en hoe je ze combineert, met prijzen, tijdvakken en afstanden.
De Ramblas is 's ochtends vroeg een andere straat
Tussen tien uur 's ochtends en tien uur 's avonds is het er schuifelen tussen kraampjes, standbeelden en groepen. Voor negen uur is het er stil en zie je de gevels, de ruim tweehonderd platanen, het Teatre del Liceu en de ronde mozaïekvloer van Joan Miró halverwege.
Rondlopen kost niets. Let op dat dit de plek met de meeste zakkenrollers van de stad is: draag geen telefoon in een achterzak, laat niets op een terrasstoel liggen en trap niet in het trucje met een uitgevouwen kaart of een geknoeid drankje. Aan het eind bij de haven ligt de Port Vell met een houten loopbrug over het water.
De Boqueria-markt is op zondag dicht
Aan de westkant van die straat ligt de Mercat de la Boqueria, een overdekte markt met ruim tweehonderd kramen met vis, vlees, fruit en noten, onder een ijzeren dak dat in 1914 werd afgebouwd.
Toegang is gratis; het is van maandag tot zaterdag open van acht tot half negen 's avonds en op zondag gesloten. Grote groepen mogen op drukke uren niet meer naar binnen, om de markt voor bewoners bruikbaar te houden. Kom voor tien uur, dan koop je er ook echt iets in plaats van dat je meeschuifelt.
De Sagrada Família is nog niet af
Foto: Jorge Salvador / Unsplash
Aan de bekendste kerk van de stad wordt sinds 1882 gewerkt, vanaf 1883 onder leiding van Antoni Gaudí. De centrale Christustoren is de afgelopen jaren opgebouwd en komt op ruim 172 meter, waarmee dit het hoogste kerkgebouw ter wereld wordt; het werk van Gaudí in de stad staat sinds 1984 als UNESCO-werelderfgoedlocatie op de lijst.
Entree kost rond de 26 euro, met de torens erbij 36 tot 40 euro; kinderen tot elf komen gratis binnen. Kaartjes zijn op naam en met een tijdvak, en ze zijn dagen tot weken vooruit weg. Reken op anderhalf uur. De torens hebben een lift omhoog en een wenteltrap omlaag, wat met hoogtevrees of slechte knieën geen goed idee is.
In het Parc Güell hoef je niet te betalen voor het uitzicht
Het park met de gekleurde banken en de twee huisjes bij de ingang heeft sinds 2013 een afgebakende Monumentale Zone. Dat betaalde gedeelte beslaat ongeveer een tiende van het terrein; de rest is gratis.
De zone kost rond de 10 euro met een tijdvak. Loop het gratis deel in en klim naar de Turó de les Tres Creus, de heuvel met de drie kruisen op de Carmelheuvel: daar sta je hoger dan de betaalde zone en kijk je over de hele stad tot aan zee. Vanaf de metrohaltes Lesseps en Vallcarca gaan roltrappen omhoog, wat de klim van 150 meter flink verkort.
Casa Batlló en Casa Milà kosten samen ruim zestig euro
Aan de Passeig de Gràcia staan twee huizen van Gaudí: Casa Batlló met een gevel van gekleurd glasmozaïek en Casa Milà, ook La Pedrera genoemd, met een golvende steengevel en een dakterras vol schoorstenen.
Entree kost 28 tot 40 euro per huis, afhankelijk van het tijdvak en de rondleiding. Voor een gezin loopt dat snel op, dus kies er één; La Pedrera geeft meer voor je geld, want je loopt daar over het dak tussen de schoorstenen door. In Gràcia staat met Casa Vicens het eerste huis dat Gaudí bouwde, waar het rond de 18 euro kost en waar het nooit vol is. Deze wijk, het Eixample-district, is halverwege de negentiende eeuw als raster aangelegd met afgeschuinde hoeken.
Het Gotische kwartier ligt vlak naast de Ramblas
Foto: Drew Dizzy Graham / Unsplash
Ten oosten van La Rambla ligt de oude kern met straten uit de middeleeuwen, de Kathedraal met een kruisgang waar dertien ganzen lopen, en resten van de Romeinse stadsmuur rond de Plaça Sant Jaume.
De kathedraal vraagt rond de 9 euro voor een bezoek overdag; rondlopen door de wijk kost niets. Reken op twee uur en ga voor negen uur 's ochtends, want daarna is dit het drukste stuk van de stad. In de Carrer Petritxol zitten de oude chocoladehuizen, en in het Born-district ernaast staan de kerk Santa Maria del Mar en het Museu Picasso, met entree van rond de 15 euro en op donderdagavond gratis.
Een strippenkaart is voordeliger dan losse ritten
Metro, tram en bus werken met de T-casual, een kaart van tien ritten van rond de 12,55 euro. Let op: die kaart is persoonlijk en mag níét door meerdere mensen tegelijk worden gebruikt, anders dan de oude T-10 die dat wel toestond; voor groepen bestaat de T-familiar met acht ritten die wel gedeeld mag worden.
Kinderen tot vier jaar reizen gratis. De metro brengt je van de Ramblas naar de Sagrada Família in tien minuten en naar het park in twintig. Voor een dag op de Montjuïc, met het kasteel, de Jardí Botànic en de gebouwen van de Wereldtentoonstelling van 1929, neem je de kabelbaan of bus 150.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur; vanaf de luchthaven ben je met trein of bus in een half uur in het centrum voor 5 tot 6 euro. Spanje betaalt met de euro en per overnachting geldt een toeristenbelasting van enkele euro's per persoon per nacht. Twee andere gebouwen die als werelderfgoed staan aangemerkt, het Palau de la Música Catalana en het Hospital de Sant Pau, zijn allebei met een rondleiding van een uur te bezoeken voor 15 tot 25 euro en zijn zelden vol.
April tot juni en september tot oktober geven 20 tot 27 graden en zijn het aangenaamst. In juli en augustus is het 28 tot 33 graden en drukkend. In januari en februari is het 10 tot 15 graden, zijn er tijdvakken beschikbaar en staat er nergens een rij.