Rond het Lipnomeer ligt een fietspad dat grotendeels autovrij is
Foto: Karina Guseva / Pexels
Het meer is bijna 50 kilometer lang en langs de westoever loopt een asfaltpad zonder autoverkeer. Met de veerponten erbij kunt u er lussen van 30 tot 60 kilometer uit samenstellen.
Het landschap is bos, veen en water, en het ligt op 700 tot 1.100 meter hoogte. Dit artikel behandelt de routes te voet en per fiets, met afstanden, kosten en de regels van het nationale park.
Het meest gefietste stuk is de westoever, vlak en zonder auto's
Tussen de dorpen aan die kant ligt een verhard pad langs het water, met uitzichtpunten, bankjes en enkele strandjes. Er zijn nauwelijks hoogteverschillen.
Fietsen is gratis; huren kost 300 tot 600 kronen per dag en elektrisch het dubbele. Reken op 25 tot 30 kilometer enkele reis. De veerponten tussen beide oevers kosten enkele tientallen kronen met de fiets en varen van mei tot september; buiten die maanden liggen ze stil en moet u om het meer heen.
Het boomkroonpad is bijna zevenhonderd meter lang
Bij het dorp aan de oostkant loopt een houten pad door de boomtoppen naar een toren van ongeveer 40 meter. Binnen in die toren zit een droge glijbaan van ruim vijftig meter naar beneden.
Entree kost 250 tot 350 kronen; het is het hele jaar dagelijks open, doorgaans van 9.00 tot 18.00 uur en in de winter korter. U komt er met een stoeltjeslift of te voet in twintig minuten heen. Reken op anderhalf uur. Het pad is met kinderwagen en rolstoel begaanbaar.
Het nationale park erachter is het grootste van Tsjechië
Het Boheemse Woud beslaat volgens de parkbeheerder ruim 68.000 hectare en is sinds 1991 nationaal park. Er liggen hoogveengebieden, oerbosresten en gebieden waar de bosbouw volledig is gestaakt.
Toegang over de gemarkeerde paden is gratis. Let op de zonering: delen zijn het hele jaar of in het broedseizoen gesloten om auerhoenders en lynxen met rust te laten, en dat staat met borden aangegeven. Buiten de paden lopen is er verboden en er wordt op gehandhaafd.
De hoogvenen zijn met vlonderpaden toegankelijk gemaakt
Foto: Radek Kozák / Unsplash
In het park liggen veengebieden waar over de natte bodem houten vlonders zijn gelegd, met bordjes over hoe dat veen in duizenden jaren is gegroeid.
De paden zijn gratis en het hele jaar open; reken op routes van 2 tot 6 kilometer. Met kinderen zijn dit de dankbaarste wandelingen van de streek: kort, vlak en met iets te zien. Blijf op de vlonders, want het veen eromheen is drassig en kwetsbaar en herstelt zich pas na tientallen jaren.
Aan de zuidkant staat de Moldau nog als rivier
Boven het stuwmeer stroomt de Moldau door een breed dal met bochten en rietkragen. Langs die bovenloop lopen fiets- en wandelpaden tussen de dorpen.
De routes zijn gratis en 8 tot 20 kilometer lang. Onderweg passeert u een kloosterdorp met een abdij uit de dertiende eeuw; bezichtiging kost 150 tot 250 kronen en gaat met rondleiding. Reken op een uur. Verder naar het zuiden ligt een granietrotsgebied dat als natuurreservaat is beschermd.
De dorpen rond het meer zijn klein en liggen ver uit elkaar
De grootste kernen liggen 5 tot 15 kilometer van elkaar, met daartussen bos en weiland. Frymburk heeft een langgerekt plein, Horní Planá een kerk en een geboortehuis van een negentiende-eeuwse schrijver.
Rondlopen kost niets; de kleine musea vragen 60 tot 150 kronen. Let op de voorzieningen onderweg: tussen twee dorpen vindt u vaak niets. Neem water en wat te eten mee, want een pad van 20 kilometer door het bos komt hier langs geen enkele winkel.
Mountainbiken kan, maar niet overal in het park
Rond het meer liggen bospaden en enkele aangelegde routes; in het nationale park mag u alleen op de aangewezen fietsroutes rijden en niet op de wandelpaden.
Een mountainbike huren kost 400 tot 800 kronen per dag. Reken op routes van 15 tot 40 kilometer met 300 tot 700 hoogtemeters. Met kinderen houdt u het bij de oeverroute; de bospaden in het park zijn steil, los en na regen modderig, en er zijn onderweg geen afkortingen.
Praktisch
Vanuit Nederland rijdt u tien tot twaalf uur; vanaf Praag is het tweeënhalf uur. Tsjechië betaalt met de kroon; neem contant geld mee voor kleine verhuurders en veerponten.
Mei tot september geeft 15 tot 25 graden, met in juli en augustus de meeste mensen. Op deze hoogte kan het 's nachts ook in de zomer naar 5 graden zakken en trekken er in de middag onweersbuien over; neem regenkleding mee. In oktober kleuren de bossen en is het rustig, maar sluiten de veerponten al.