De meren in Zuid-Bohemen zijn geen meren maar visvijvers
Foto: Živoslav Ilić / Pexels
In deze streek liggen volgens het waterschap ongeveer zevenduizend vijvers, vrijwel allemaal in de vijftiende en zestiende eeuw met de hand gegraven om karpers te kweken. De grootste beslaat 489 hectare en is tussen 1584 en 1590 aangelegd.
Dat verklaart het vlakke, waterrijke landschap met dijken, sluisjes en eiken. Dit artikel behandelt de vijvers, de kastelen en de stadjes, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
In oktober en november worden de vijvers leeggevist
Elk najaar wordt een deel van de grote vijvers afgelaten en met netten leeggevist, waarna de karpers in bakken worden gesorteerd. Dat gebeurt op vaste dagen en is voor publiek toegankelijk.
Toegang is doorgaans gratis of kost enkele tientallen kronen. Er staan kramen met gebakken vis en warme drank. De data verschillen per vijver en worden een paar weken vooruit bekendgemaakt; vraag ernaar bij het toeristenkantoor. Dit is het bijzonderste wat deze streek in het najaar te bieden heeft.
Het witte kasteel in het noorden heeft 140 kamers
Boven de rivier staat een kasteel dat tussen 1840 en 1871 in Engelse neogotische stijl is herbouwd naar het voorbeeld van een koninklijk paleis, met kantelen, torentjes en een park eromheen.
Entree kost 300 tot 400 kronen voor de hoofdroute; het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van negen tot vijf, en in de winter beperkt. Reken op anderhalf uur voor de rondleiding. Het park is gratis en dagelijks toegankelijk, en dat is met kinderen vaak het aardigste deel.
Het stadje aan de rivierbocht staat sinds 1992 op de werelderfgoedlijst
In een dubbele lus van de rivier ligt een middeleeuws stadje met een kasteel op de rots erboven, waarvan het complex na dat van de hoofdstad het grootste van het land is. In het kasteel staat een barokke schouwburg uit 1682 met de originele coulissen.
Entree voor de kasteelroutes kost 250 tot 400 kronen; de schouwburg is alleen met een aparte rondleiding te zien, in beperkte aantallen. Let op: dit stadje is een dagbestemming vanuit de hoofdstad en tussen elf en vier staat het vol; kom voor negen uur of blijf slapen.
Het stuwmeer in het zuidwesten is de grootste waterplas van het land
Foto: Stepan Vrany / Pexels
Tegen de Duitse grens ligt een stuwmeer van ongeveer 48 vierkante kilometer, aangelegd in de jaren vijftig. Rond het meer loopt een fietspad en aan de oevers liggen zeilscholen en badplekken.
Fietsen huren kost 300 tot 500 kronen per dag; een zeilbootje 600 tot 1.200 kronen. Aan de westoever ligt een boomtoppenpad dat in een houten toren eindigt, met een entree van rond de 350 kronen. Het water haalt in juli en augustus 20 tot 23 graden.
Het dorp met de boerderijen is in 1998 werelderfgoed geworden
Foto: Martin Škeřík / Pexels
Op twintig kilometer van de streekhoofdstad ligt een dorp met 23 boerderijen rond een langgerekte brink, alle met sierlijke gepleisterde geveltoppen in een negentiende-eeuwse boerenstijl.
Rondlopen kost niets en kan dag en nacht; er is een klein museum en een herberg. Reken op drie kwartier. Dit is geen openluchtmuseum: er wonen mensen en de erven zijn privé. Blijf op de brink en fotografeer de gevels vanaf de openbare weg.
In het stadje aan de rivier ligt de oudste stenen brug van het land
Een stadje halverwege heeft een stenen brug uit ongeveer 1265, ouder dan de bekende brug in de hoofdstad. Hij is smal, laag en draagt nog altijd voetgangers.
Kijken en oversteken zijn gratis. In hetzelfde stadje zit een museum in het oude koninklijke huis; entree kost enkele tientallen kronen en het is van dinsdag tot zondag open. Reken op een uur voor het centrum. Dit is een goede tussenstop op de weg van de hoofdstad naar het zuiden.
Onder het hussietenstadje liggen achthonderd meter gangen
Een stadje in het noordoosten is in 1420 gesticht door een religieuze beweging die zich hier verschanste. Onder de huizen liggen kelders die met gangen zijn verbonden, waarvan ongeveer 800 meter te bezoeken is.
Entree kost 100 tot 200 kronen en er zijn rondleidingen op vaste tijden, doorgaans van negen tot vijf. Het is er 8 graden en de gangen zijn laag: u loopt deels gebukt. Met kinderen vanaf een jaar of acht is dit een van de leukste uitjes van de streek.
Praktisch
Vanuit Nederland rijdt u in acht tot negen uur naar deze streek, of u vliegt in anderhalf uur op Praag en rijdt 130 tot 180 kilometer verder. Tsjechië betaalt met de kroon; pinnen kan overal, behalve op de kleinere dorpsmarkten.
Mei tot september geeft 18 tot 27 graden. Juli en augustus zijn het drukst bij het meer en in het werelderfgoedstadje. September en oktober zijn hier het aardigst: de vijvers worden leeggevist, de bossen kleuren en de kastelen zijn nog open. Van november tot maart sluit een groot deel van de kastelen volledig.