Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Tsjechië › Zuid-Bohemen › Meren, kastelen en middeleeuwse stadjes in Zuid-Bohemen
Bestemming 6 min lezen

Meren, kastelen en middeleeuwse stadjes in Zuid-Bohemen

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 27 mei 2025

De meren in Zuid-Bohemen zijn geen meren maar visvijvers

Wat maakt kasteel Hluboká zo bijzonder?
Foto: Živoslav Ilić / Pexels
In Zuid-Bohemen liggen volgens het waterschap ongeveer zevenduizend vijvers, vrijwel allemaal in de vijftiende en zestiende eeuw met de hand gegraven om karpers te kweken. De grootste, het Rožmberkmeer bij Třeboň, beslaat 489 hectare en is tussen 1584 en 1590 aangelegd. Dat verklaart het vlakke, waterrijke landschap met dijken, sluisjes en eiken. Dit artikel behandelt de vijvers, de kastelen en de stadjes, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.

In oktober en november worden de vijvers leeggevist

Elk najaar wordt een deel van de grote vijvers rond Třeboň afgelaten en met netten leeggevist, waarna de karpers in bakken worden gesorteerd. Dat gebeurt op vaste dagen en is voor publiek toegankelijk. Toegang is doorgaans gratis of kost enkele tientallen kronen. Er staan kramen met gebakken vis en warme drank. De data verschillen per vijver en worden een paar weken vooruit bekendgemaakt; vraag ernaar bij het toeristenkantoor. Dit is het bijzonderste wat deze streek in het najaar te bieden heeft.

Kasteel Hluboká heeft 140 kamers

Boven de Vltava-rivier staat Hluboká nad Vltavou, een kasteel dat tussen 1840 en 1871 in Engelse neogotische stijl is herbouwd naar het voorbeeld van Windsor Castle, met kantelen, torentjes en een park eromheen. Entree kost 300 tot 400 kronen voor de hoofdroute; het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van negen tot vijf, en in de winter beperkt. Reken op anderhalf uur voor de rondleiding. Het park is gratis en dagelijks toegankelijk, en dat is met kinderen vaak het aardigste deel. Het ligt op tien kilometer van České Budějovice, de streekhoofdstad.

Český Krumlov staat sinds 1992 op de werelderfgoedlijst

In een dubbele lus van de Vltava ligt Český Krumlov, een middeleeuws stadje met een kasteel op de rots erboven waarvan het complex na dat van Praag het grootste van Tsjechië is. In het kasteel staat een barokke schouwburg uit 1682 met de originele coulissen, een van de weinige ter wereld. Entree voor de kasteelroutes kost 250 tot 400 kronen; de schouwburg is alleen met een aparte rondleiding te zien, in beperkte aantallen. Let op: dit stadje is een dagbestemming vanuit Praag en tussen elf en vier staat het vol; kom voor negen uur of blijf slapen. In het Egon Schiele Art Centrum hangt werk van de schilder die hier woonde, en in juni is er het Feest van de Vijfbladige Roos.

Het Lipnomeer is de grootste waterplas van Tsjechië

Wat te zien in het historische stadje Tábor
Foto: Stepan Vrany / Pexels
Tegen de Duitse grens ligt het Lipnomeer, een stuwmeer van ongeveer 48 vierkante kilometer dat in de jaren vijftig is aangelegd. Rond het meer loopt een fietspad en aan de oevers bij Lipno nad Vltavou en Frymburk liggen zeilscholen en badplekken. Fietsen huren kost 300 tot 500 kronen per dag; een zeilbootje 600 tot 1.200 kronen. Aan de oever ligt een boomtoppenpad dat in een houten toren eindigt, met een entree van rond de 350 kronen. Het water haalt in juli en augustus 20 tot 23 graden. Erachter begint de Šumava, het Boheemse Woud, met Kvilda als hoogstgelegen dorp.

Holašovice is in 1998 werelderfgoed geworden

Kasteel Červená Lhota op een eiland
Foto: Martin Škeřík / Pexels
Op twintig kilometer van České Budějovice ligt Holašovice, een dorp met 23 boerderijen rond een langgerekte brink, alle met sierlijke gepleisterde geveltoppen in de negentiende-eeuwse boerenbarok. Rondlopen kost niets en kan dag en nacht; er is een klein museum en een herberg. Reken op drie kwartier. Let op: dit is geen openluchtmuseum. Er wonen mensen en de erven zijn privé, dus blijf op de brink en fotografeer de gevels vanaf de openbare weg.

In Písek ligt de oudste stenen brug van Tsjechië

Písek, halverwege de streek aan de Otava, heeft een stenen brug uit ongeveer 1265, ouder dan de Karelsbrug in Praag. Hij is smal, laag en draagt nog altijd voetgangers. Kijken en oversteken zijn gratis. In hetzelfde stadje zit het Prácheňské-museum in het oude koninklijke huis; entree kost enkele tientallen kronen en het is van dinsdag tot zondag open. Reken op een uur voor het centrum. Dit is een goede tussenstop op de weg van Praag naar het zuiden, met even verderop de burcht Zvíkov op de rots waar de Otava in de Vltava stroomt.

Onder Tábor liggen achthonderd meter gangen

Tábor in het noordoosten is in 1420 gesticht door de Hussietenbeweging, die zich hier verschanste. Onder de huizen rond het Žižka-plein liggen kelders die met gangen zijn verbonden, waarvan ongeveer 800 meter te bezoeken is. Entree kost 100 tot 200 kronen en er zijn rondleidingen op vaste tijden, doorgaans van negen tot vijf. Het is er 8 graden en de gangen zijn laag: je loopt deels gebukt. Met kinderen vanaf een jaar of acht is dit een van de leukste uitjes van de streek. Boven de grond staan het Hussietenmuseum en de Kotnov-toren.

Praktisch

Vanuit Nederland rijd je in acht tot negen uur naar deze streek, of je vliegt in anderhalf uur op Praag en rijdt 130 tot 180 kilometer verder. Tsjechië betaalt met de kroon; pinnen kan overal, behalve op de kleinere dorpsmarkten. Mei tot september geeft 18 tot 27 graden. Juli en augustus zijn het drukst bij het Lipnomeer en in Český Krumlov. September en oktober zijn hier het aardigst: de vijvers worden leeggevist, de bossen kleuren en de kastelen zijn nog open. Van november tot maart sluit een groot deel van de kastelen volledig.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine