Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Zwitserland › Obwalden › Wandelen in het Sarneraatal en langs heldere bergmeren
Bestemming 7 min lezen

Wandelen in het Sarneraatal en langs heldere bergmeren

Robin van den Bosch
Robin van den Bosch Redacteur · 27 mei 2025

Obwalden is 491 vierkante kilometer en ligt vol bergmeren

Obwalden in het midden van Zwitserland meet ongeveer 491 vierkante kilometer en telt rond de 38.000 inwoners. Van het Sarneraatal op 470 meter tot de Titlis op 3.238 meter zit een hoogteverschil van bijna drie kilometer. In dat verschil liggen meren op elk niveau. Dit artikel behandelt de wandelingen langs die meren, met lengtes, hoogteverschillen, kabelbaanprijzen en seizoenen.

Rond het Sarnersee loopt een pad van 26 kilometer

Het Sarnersee, het grootste meer van het kanton, ligt in het hoofddal op ongeveer 470 meter en meet zo'n 7,5 vierkante kilometer. Er loopt een pad omheen dat grotendeels langs het water blijft, langs de hoofdplaats Sarnen en het bedevaartsdorp Sachseln. Wandelen kost niets. Het rondje is ongeveer 26 kilometer met weinig hoogteverschil en kost zes tot zeven uur; je kunt het opdelen, want er rijden treinen en bussen langs beide oevers. Er zijn badplekken waar het water in juli en augustus 20 tot 23 graden haalt. Bij Kerns ligt met het Wichelsee een kleiner meertje voor een kort rondje.

Het Lungernsee is turkoois en ligt achter een stuwdam

Zuidelijker in hetzelfde dal ligt het Lungernsee, dat door kalkdeeltjes opvallend turkoois kleurt en waarvan het peil door een stuwdam wordt geregeld. Toegang tot de oevers is gratis; parkeren kost enkele franken. Er loopt een pad omheen van 9 kilometer, vlak, in ruim twee uur. Let op: het peil kan door de dam meters zakken, waardoor er in het najaar soms een kale oeverstrook ligt in plaats van water tot aan de bomen. Het dorp Lungern zelf ligt aan de noordoever.

Op Melchsee-Frutt liggen twee autovrije bergmeren op 1.920 meter

Boven het dal ligt Melchsee-Frutt op ongeveer 1.920 meter, met het Melchsee en het Tannensee, bereikbaar met een gondel vanaf Stöckalp. Er rijden geen auto's; bevoorrading gaat met kleine elektrische wagens. Een retour met de gondel kost 35 tot 45 frank per persoon; hij rijdt van juni tot oktober en in het winterseizoen, doorgaans van acht tot vijf. Rond de meren lopen vlakke paden van 4 tot 9 kilometer, met een doorsteek naar het Engstlensee aan de andere kant van de hoogvlakte. Het water is er 12 tot 16 graden: kort erin en snel eruit.

Vanuit Engelberg gaat een draaiende cabine naar 3.020 meter

Vanuit Engelberg, de kloosterplaats die als enclave bij Obwalden hoort, brengt een reeks kabelbanen je naar het gletsjerstation op de Titlis op ruim 3.000 meter, waarbij de laatste cabine, de Rotair, tijdens de rit om zijn as draait. Er hangt met de Cliff Walk een voetgangersbrug op ruim 3.000 meter tussen twee rotspunten, die als de hoogste hangbrug van Europa geldt. Een retour kost 90 tot 100 frank per persoon; de banen rijden het hele jaar, doorgaans van half negen tot half vijf. Let op: boven is het ook in augustus rond het vriespunt en ligt er sneeuw; met open schoenen en zonder jas heb je er niets te zoeken.

Halverwege die banen ligt het Trübsee op 1.800 meter

Op het tussenstation van diezelfde kabelbaan ligt het Trübsee op ongeveer 1.800 meter, met een vlak pad eromheen, een speeltuin en een berghut. Het tussenstation kost 30 tot 40 frank retour, aanzienlijk minder dan doorgaan naar de gletsjer. Het rondje om het Trübsee is 2,5 kilometer en vlak; met kinderen en met kinderwagens is dat goed te doen. Voor de meeste gezinnen levert dit tussenstation meer op dan de gletsjer erboven.

Vanuit Alpnachstad rijdt de steilste tandradbaan ter wereld

Vanaf Alpnachstad, aan het Alpnachersee dat een arm van het Vierwoudstrekenmeer is en dus niet aan het Sarnersee ligt, klimt sinds 1889 een tandradbaan naar de Pilatus Kulm op ruim 2.100 meter, met een maximaal stijgingspercentage van 48 procent; dat is volgens de spoorbeheerder de steilste tandradbaan ter wereld. Een retour kost 70 tot 80 frank; de baan rijdt van mei tot november, doorgaans elk uur. Reken op een halve dag. Aan de andere kant van de Pilatus gaat een cabinebaan naar Kriens bij Luzern, zodat je een ronde kunt maken in plaats van heen en terug.

De stoomtandradbaan naar het Rothorn vertrekt in een ander kanton

De stoomtandradbaan naar het Brienzer Rothorn vertrekt niet vanuit Obwalden maar vanuit Brienz aan het Brienzersee, in het kanton Bern, ongeveer 40 kilometer verderop. Dat is met de trein en de boot goed te doen als dagtocht, maar reken op anderhalf uur enkele reis en een kaartje van 90 tot 100 frank. Wie in Obwalden blijft, heeft aan de eigen kabelbanen en de meren genoeg voor een week.

Praktisch

Vanuit Nederland reis je met de trein via Bazel in zeven tot acht uur, of je rijdt in acht tot negen uur. Vanaf Luzern, 20 kilometer noordelijker aan het Vierwoudstrekenmeer, rijdt elk half uur een trein het Sarneraatal in. Zwitserland betaalt met de frank; voor de snelweg is een jaarvignet van rond de 40 frank verplicht. Juni tot september is het wandelseizoen, met 20 tot 27 graden in het dal en 8 tot 16 graden op 2.000 meter. Boven de 1.800 meter ligt tot in juni sneeuw op de paden. Het prijspeil ligt fors boven het Nederlandse: reken op 25 tot 40 frank voor een eenvoudig hoofdgerecht in een berghut.
Robin van den Bosch
Over de auteur
Robin van den Bosch

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Robin van den Bosch →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine