Rond de Zugersee ligt een fietsrondje van 38 kilometer
De Zugersee is op fietsmaat getekend: het rondje om het meer is volgens de routebeschrijvingen zo'n 38 kilometer, nagenoeg vlak, en rijgt badplekken, dorpjes en picknickweiden aan elkaar. Dit artikel zet de route en de beste stops op een rij met prijzen in franken; reken grofweg 1,05 euro voor een frank.
De maat maakt het democratisch: sportieve rijders doen het rondje in twee uur, gezinnen maken er met zwemstops een hele dag van, en wie halverwege genoeg heeft, vaart in het seizoen met de boot terug.
Het mooiste stuk ligt tussen Zug en Cham
De westelijke oever is het instapdeel: tussen de stad en het dorp Cham loopt een vrijliggend fietspad langs de oever, zonder verkeer en met doorlopend uitzicht over het water. Onderweg liggen ligweiden, badtrappen en grillplaatsen; het meerwater haalt in juli en augustus 20 tot 24 graden.
Eindpunt van dit deel is het Villettepark in Cham, een voormalig landgoedpark in Engelse stijl direct aan het water, met oude bomen, een grasoever en ruimte voor de picknickdeken. Voor gezinnen met kleine kinderen is alleen dit stuk heen en terug, samen zo'n 12 kilometer, al een geslaagde dag.
De oostoever is smaller, stiller en steiler van karakter
Voorbij de zuidpunt verandert de route van karakter: tussen Arth en Walchwil is het pad volgens de routebeschrijvingen op korte stukken smal of gedeeld met de hoofdweg, en hier fietst u op dit oostelijke deel van zo'n 15 kilometer onder de flanken van de Rigi van 1.797 meter, met het meer beneden u. Dit is het deel voor geoefende rijders en oudere kinderen.
De beloning is de rust: wijnterrassen en kastanjebomen rond Walchwil, dat door zijn beschutte ligging het mildste microklimaat van de streek heeft en zijn kastanjeoogst in oktober met een dorpsfeest viert, en badplekjes die ook in het hoogseizoen leeg blijven. Houd er rekening mee dat de treinlijn hier vlak langs het water loopt; wie wil afkorten, stapt in Walchwil of Arth-Goldau op.
Picknicken op de promenade is een Zugse discipline
Terug in de stad hoort de afsluiting op de meerpromenade: de kades en parken van Zug zijn ingericht op de picknick, met gratis ligweiden, publieke grillplaatsen en de ijssalon aan het water als toetje. De supermarkten en bakkers op loopafstand leveren de mand; reken op 15 tot 20 frank per persoon voor een royale picknick, omgerekend 16 tot 21 euro.
Dat is hier geen verlegenheidsoplossing maar de sociale norm: op zomeravonden picknickt half Zug op de oever, wachtend op de beroemde zonsondergang boven het meer. De ongeschreven regels: afval mee, muziek zacht en de beste plekken vanaf een uur voor zonsondergang bezet.
Huurfietsen, e-bikes en de boot als bezemwagen
Fietsen huren kan bij het station van Zug en in de grotere dorpen, met stadsfietsen vanaf zo'n 30 frank per dag en e-bikes rond de 50 tot 60 frank, omgerekend 52 tot 63 euro. Voor het vlakke rondje is een gewone fiets genoeg; de e-bike loont vooral voor wie ook de hellingen rond het meer wil verkennen.
De rondvaartboten varen volgens de dienstregeling dagelijks van half april tot half oktober en nemen fietsen mee; zo wordt elke dorpssteiger een nooduitgang voor moe geworden benen. De trein langs de oostoever doet hetzelfde werk in de wintermaanden.
Zwemstops en stille plekken voor onderweg
De route is één lange zwemgelegenheid, maar de karakters verschillen: de stadsstranden bij Zug en Cham hebben vlonders, gras en kiosken, de oostoever heeft kleine kiezelbaaien tussen de bomen, en de zuidpunt geeft de breedste zichten op de bergen. Officiële badplaatsen vragen enkele franken entree, hooguit zo'n 5 euro; de vrije plekken zijn gratis, en voor 11.00 uur zijn ook de vlonders van de stadsstranden nog leeg.
De vuistregel voor gezinnen: zwem waar andere gezinnen liggen, want daar is de instap zacht en het water rustig. En neem waterschoenen mee; de mooiste stille baaien zijn kiezel, geen zand.
Praktisch voor het rondje
De bewegwijzering is Zwitsers grondig: het meerrondje volgt over de volle 38 kilometer de nationale fietsbordjes en is nauwelijks te missen; de route kan met de klok mee of tegen de klok in, en tegen de klok in houdt u het meer aan de rechterhand en de mooiste middagzon op de westoever.
Water en eten zijn onderweg overal, maar duur; de meegebrachte bidon en mand schelen al gauw 20 tot 30 frank per persoon, ruim 20 euro. En plan de wind mee: op zomermiddagen staat er geregeld een thermische bries over het meer, in de rug op de ene oever en tegen op de andere.
Wanneer u gaat
Mei tot en met september is het fietsseizoen, met juni als mooiste maand: alles groen, het water al zwembaar en de paden nog niet op hun volst. Juli en augustus zijn de picknick- en zwemmaanden, met avonden die tot na 21.30 uur licht blijven voor het zonsondergangsritueel.
April en oktober zijn voor rijders zonder zwemplannen: fris, helder en stil, met bloesem aan het begin en goudkleurige bossen aan het einde van het seizoen. In de winter is het rondje goed te rijden maar kaal; dan wint de combinatie van een kort oeverstuk met een warme chocolade in de oude stad.