Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
West-Vlaanderen heeft strand, polder en zwaar erfgoed
Foto: Kamilla Isalieva / Unsplash
West-Vlaanderen is de provincie van de uitersten: 67 kilometer Noordzeekust met badplaatsen op een rij, het middeleeuwse Brugge, vlakke polders vol fietsroutes en in de Westhoek rond Ieper de stille getuigen van de Eerste Wereldoorlog.
De afstanden blijven onder de 60 kilometer, dus vanaf elke basis is elk deel van de provincie een dagtocht. Dit artikel zet ze op een rij, met entreeprijzen, afstanden en seizoenen.
De kust is één lange lijn met verschil per halte
Foto: Kamilla Isalieva / Unsplash
De hele Belgische kust ligt in deze provincie: 67 kilometer strand, verbonden door de Kusttram die volgens de vervoerder met diezelfde lengte de langste tramlijn ter wereld is. Een dagkaart kost rond de 8 euro. De badplaatsen verschillen sterk: Knokke-Heist is het duurst, De Haan heeft zijn beschermde belle-époquewijk, Oostende is de enige echte stad en De Panne heeft het breedste strand.
Aan de oostpunt ligt het Zwin Natuur Park, waar de zee bij vloed de slikken in loopt en ooievaars op het terrein broeden; entree kost 12 tot 16 euro. Vuistregel: kies een badplaats naar smaak en verken de buren met de tram.
Brugge staat sinds 2000 volledig op de werelderfgoedlijst
De hele binnenstad van Brugge staat op de lijst: de reien, het begijnhof, de gildehuizen op de Markt en het Belfort van 83 meter, waarvan je de top na 366 treden bereikt voor rond de 15 euro. In het Groeningemuseum hangen de Vlaamse Primitieven en in de Onze-Lieve-Vrouwekerk staat de Madonna van Michelangelo.
Kom doordeweeks en begin voor tien uur, dan ben je de dagbezoekers voor; de avonduren, wanneer de verlichte gevels in de reien spiegelen, zijn het voordeel van wie er slaapt. Reken op een dag voor het centrum en op 2 kilometer lopen van het station naar de Markt en terug.
De Westhoek draagt de geschiedenis van 1914 tot 1918
Rond Ieper liggen de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Elke avond om acht uur klinkt sinds 1928 de Last Post onder de Menenpoort, waar de namen van bijna 55.000 vermisten in de muren staan; bijwonen is gratis en duurt een kwartier. Het In Flanders Fields Museum in de Lakenhallen kost rond de 12 euro, het Memorial Museum Passchendaele in Zonnebeke ongeveer evenveel.
Tyne Cot bij Zonnebeke is met bijna twaalfduizend graven de grootste begraafplaats van het Gemenebest ter wereld; toegang is gratis. Reken op een hele dag voor stad en velden, met 10 tot 20 kilometer rijden tussen de sites. Dit is geen uitje maar een bezoek, dus plan er rust omheen.
Diksmuide en Veurne liggen in de polder erachter
In Diksmuide staat de IJzertoren van 84 meter, het hoogste vredesmonument van het land, met een museum over de oorlog en een uitzicht over de hele polder; entree kost 10 tot 14 euro. Aan de rand van de stad ligt de Dodengang, het bewaarde loopgravenstuk aan de IJzer, dat gratis toegankelijk is.
Veurne heeft een Grote Markt met zeventiende-eeuwse gevels die op Spanje teruggaan, en het Bakkerijmuseum in de buurt. Op de laatste zondag van juli trekt er de boeteprocessie door de straten. Tussen beide steden is het 20 kilometer over vlakke polderwegen.
De hopstreek en het Brugse Ommeland zijn het zachte binnenland
Rond Poperinge, 50 kilometer van Brugge, staan de hopvelden die het Belgische bier hun bitter geven; het hopmuseum legt de teelt uit voor minder dan 10 euro en in Talbot House zie je het Britse rusthuis uit de oorlog. In september is er de hoppestoet.
Tussen kust en binnenland ligt het Brugse Ommeland met kastelen en dreven, de Damse Vaart die Napoleon liet graven en die in 7 kilometer van Brugge naar Damme loopt, en het provinciedomein Bulskampveld bij Beernem. Dit is fietsland zonder compromis: knooppunten, jaagpaden en dorpscafés in het juiste ritme.
Kortrijk is de stad van het vlas
In het zuiden ligt Kortrijk aan de Leie, met de Broeltorens uit de veertiende eeuw, een begijnhof dat op de werelderfgoedlijst staat en museum Texture over de vlasnijverheid die deze streek rijk maakte; entree kost 6 tot 10 euro.
Vanaf Kortrijk is het 45 kilometer naar Brugge en 30 naar Ieper. De Leieboorden zijn heringericht met wandelpaden, en in de zomer is er een stadsstrand. Wie doorrijdt naar Roeselare of Tielt, fietst door het Vlaamse binnenland dat de toerist doorgaans overslaat.
Praktisch in de provincie
De Kusttram is het openbaar vervoer van de hele kust: van halte tot halte voor een dagkaart van rond de 8 euro. Brugge doe je met de trein of vanaf de randparking bij het station, want de binnenstad is krap voor auto's en duur om te parkeren.
Let op: in de Belgische en Nederlandse vakantieweken loopt de kust vol en pieken de huurprijzen; juni en september geven dezelfde zee met de halve drukte. Een dagschotel kost 15 tot 18 euro en aan zee is reserveren in het weekend verstandig.
Wanneer je gaat
Foto: Kamilla Isalieva / Unsplash
Juni tot en met september is de volle kusttijd, met zeewater dat in de nazomer tegen de 20 graden loopt en lucht van 19 tot 24 graden. Mei en oktober zijn voor Brugge en de Westhoek de mooiste maanden: zacht licht, ruimte en open musea.
De winter heeft een eigen kracht: uitwaaien op de vloedlijn, Brugge in kerstverlichting en de Last Post die ook in januari om acht uur klinkt, voor wie er dan staat des te indringender. Alleen een deel van de kusthoreca sluit dan enkele dagen per week.