Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Midden-Jutland is de streek waar Denemarken heuvels heeft
Wie Denemarken kent als vlak land klopt dat hier bij: rond Silkeborg liggen twintig meren tussen beboste heuvelruggen die boven de honderd meter uitkomen. Het gebied heet in het Deens het Søhøjlandet, het merenhoogland.
Daar komt bij dat deze streek een paar dingen heeft die je nergens anders vindt, ondergronds en in een museum. Dit artikel behandelt wat de streek concreet te bieden heeft, met de cijfers erbij.
In Silkeborg staat een museum van 5.560 geschonken werken
Foto: Darya Sannikova / Pexels
De schilder Asger Jorn, die leefde van 1914 tot 1973, was een van de oprichters van de CoBrA-beweging en gaf zijn verzameling weg aan de stad waar hij vandaan kwam. Bij zijn dood telde die schenking 5.560 werken, een van de grootste van het land.
Museum Jorn bestaat sinds 1965 en toont naast eigen werk ook wat Jorn zelf verzamelde: werk van tijdgenoten uit heel Europa. Entree kost rond de 120 kronen en het is van dinsdag tot zondag open. Reken op anderhalf uur, en op een gebouw dat in een bos aan de rand van de stad staat in plaats van in het centrum, vlak bij de Silkeborg Langsø.
Onder Mønsted ligt 60 kilometer mijngang
Foto: cottonbro studio / Pexels
Bij het dorp Mønsted, ten westen van Viborg, ligt volgens de beheerders de grootste aaneengesloten kalkmijn ter wereld: ruim 60 kilometer gangen over maximaal zes niveaus, waarvan een deel verlicht en te bezoeken is.
Het is er het hele jaar 8 graden, dus neem een trui mee, ook in augustus. Entree kost rond de 130 kronen en de mijn is doorgaans van april tot oktober open. In de gangen overwinteren meer dan tienduizend vleermuizen, waaronder de zeldzame meervleermuis, en daarom is een deel in de wintermaanden gesloten. In Viborg zelf staat de Domkirke met zijn twee torens.
De Himmelbjerget is 147 meter en dat is hier veel
Foto: James Owen / Pexels
De bekendste heuvel van het land komt tot 147 meter en heeft sinds 1875 een bakstenen toren van 25 meter op de top, waar je vanaf over de meren en bossen kijkt.
Het hoogste punt van Denemarken is het niet: dat is sinds de metingen van 2005 de Møllehøj met 170,86 meter. Maar de Himmelbjerget rijst vrijwel loodrecht uit de Julsø op, en dat maakt hem indrukwekkender dan het cijfer doet vermoeden. Vanuit Silkeborg vaart de raderstoomboot Hjejlen uit 1861, de oudste nog varende raderstoomboot ter wereld, er in anderhalf uur naartoe voor rond de 150 kronen.
De Gudenå doorsnijdt de hele streek
Foto: Vihan Patil / Pexels
Met ongeveer 160 kilometer is de Gudenå de langste rivier van Denemarken. Hij stroomt dwars door het merengebied en is over grote delen bevaarbaar met een kano.
Er zijn verhuurbedrijven en officiële overnachtingsplekken langs de oever, en de stroming is licht genoeg om ook stroomopwaarts te peddelen. Een kano kost 400 tot 600 kronen per dag. Reken met kinderen op ongeveer 15 kilometer per dag en boek in juli vooraf, want dan zijn de kano's op.
Denemarken rekent niet in euro's
In Denemarken betaal je met de Deense kroon en niet met de euro, ook al is het lid van de Europese Unie. Vrijwel alles gaat met de kaart, tot en met een broodje bij een kiosk, en contant geld heb je zelden nodig.
Reken erop dat uit eten hier aanzienlijk duurder is dan in Nederland: een hoofdgerecht in een gewoon restaurant komt al gauw op 25 tot 35 euro. Boodschappen in de supermarkt zijn wel te doen, en dat is de reden dat veel bezoekers een huis met keuken huren.
Wat je hier eet
Foto: Nathan J Hilton / Pexels
Het klassieke gerecht is smørrebrød: een sneetje roggebrood met haring, rosbief of garnalen, dat je met mes en vork eet en niet als broodje uit de hand. In een lunchcafé kost een stuk of drie sneetjes rond de 20 euro.
Bij de koffie hoort een kanelsnegl, een kaneelbroodje in spiraalvorm, dat bij elke bakker vers ligt voor 30 tot 45 kronen. Bakkers openen hier vroeg, vaak al om half zeven, en dat is meteen de goedkoopste manier om aan een ontbijt te komen.
Afstanden en vervoer
Foto: Lillian Katrine Kofod / Pexels
Silkeborg ligt op ongeveer 45 kilometer van Aarhus en 30 kilometer van Viborg, dus je doet de hele streek vanuit één basis; met de auto is alles binnen een uur. Naar het oosten liggen op Djursland het Nationaal Park Mols Bjerge en het Glasmuseum in Ebeltoft aan het Kattegat.
Let op: het openbaar vervoer verbindt de steden goed maar de dorpen en natuurgebieden slecht, en op sommige lijnen rijdt buiten de spits maar één bus per twee uur. Voor de kalkmijn, de meren en de nationale parken heb je in de praktijk een auto of een fiets nodig. Het openluchtmuseum Hjerl Hede bij Skive en het Rold Skov met het Troldeskoven liggen allebei op een uur rijden.
Wanneer je komt
Mei tot en met september is het seizoen, met 15 tot 22 graden overdag en avonden die in juni tot na tienen licht blijven. Juli is de Deense vakantiemaand en dan is het op de campings en bij de attracties het drukst; begin augustus vult het festival Smukfest het bos bij Skanderborg.
Buiten dat seizoen zijn de musea open en is het rustig, maar sluiten veel verhuurbedrijven, botenverhuur en strandvoorzieningen. Reken het hele jaar op wind en op regen die snel opzet en weer overtrekt.