Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Tallinn is een stad om van boven en te voet te lezen
Tallinn beloont wie klimt en wie loopt: de stad heeft de beroemdste uitzichtplatforms van de Baltische staten, kerktorens met daklandschap en wandelroutes die middeleeuwen, zee en houten wijken aan elkaar rijgen. Dit artikel zet de mooiste uitzichten en wandelingen op een rij; Estland betaalt met de euro.
De volgorde is die van een perfecte dag: eerst omhoog voor het overzicht, dan de routes die je van bovenaf al zag.
Kohtuotsa en Patkuli zijn de gratis klassiekers
De twee platforms op de burchtheuvel Toompea zijn gratis en dag en nacht open. Kohtuotsa geeft het ansichtkaartbeeld: de rode daken van de benedenstad, de spitse kerktoren in het midden en de blauwe baai erachter. Patkuli, iets verderop via een trap van de heuvelrand, toont juist de stadsmuur met haar torens en de houten wijk achter het station.
Het verschil in licht bepaalt de keuze: Kohtuotsa is op zijn best in de ochtend, Patkuli in de late middag. Kom voor 10.00 uur voor lege leuningen; overdag poseren hier de cruisegroepen in ploegendienst, en de beroemde meeuw op de muurrand heeft inmiddels zijn eigen fanschare.
De torens geven het daklandschap erbij
Wie hoger wil, klimt: de Oleviste op de Olai is met zijn platform op rond de 60 meter de hoogste die open is, en de Niguliste met het middeleeuwse Dodendans-paneel en de Toomkirik op Toompea zijn de andere twee. Samen leggen ze het daklandschap onder je, met de zee als achterrand. Houd er rekening mee dat de trappen middeleeuws smal zijn; hoogtevrees en drukte verdragen elkaar hier slecht, dus neem het eerste uur na opening.
Het moderne alternatief staat buiten het centrum: de televisietoren van 314 meter bij Pirita, met een uitkijkverdieping op 170 meter, glazen vloerluiken en volgens de exploitant kaartjes rond de 19 euro. Bij helder weer reikt het zicht tot de Finse kustlijn; check de zichtbaarheid voor vertrek, want een wolkendek koop je niet terug.
De muurwandeling is de mooiste geschiedenisles
De stadsmuur zelf is een route: grote delen van de ommuring met tientallen torens staan overeind, van de Viru-poort en Paks Margareeta bij de haven tot de Pikk Hermann op Toompea, waar de vlag van het land wappert, en op meerdere plekken kun je de weergang op voor het perspectief van de nachtwaker. De verdedigingstoren Kiek in de Kök, entree volgens het museum 16 euro, verbindt boven- en benedenstad via gangen in de bastionmuren; bovengronds doen de steile straatjes Pikk jalg en Lühike jalg hetzelfde, met de Aleksander Nevski-kathedraal en de Raekoja plats met het raadhuis als begin- en eindpunt.
Buitenom is gratis: het pad langs de muurvoet door de voormalige gracht- en bastionparken rondt de oude stad in een klein uur. De combinatie werkt het best tegen de avond, wanneer de muur goudkleurig aanloopt en de torens hun slagschaduwen over de parken leggen.
De kustwandeling verbindt haven, strand en klooster
De tweede grote route volgt de zee: van Lennusadam, de watervliegtuighaven met het maritieme museum, gezinskaart 40 euro volgens het museum, via de kustpromenade langs de Linnahall uit 1980 naar het strand van Pirita en de kloosterruïne daar, samen zo'n 6 kilometer met de baai constant aan je linkerhand.
Onderweg passeer je het Lauluväljak, het zangfeestterrein waar Estland zijn koorfeesten viert, en het park van Kadriorg met het paleis van Peter de Grote en het kunstmuseum Kumu en waar in 1988 de Zingende Revolutie haar naam verdiende. Fietsen maakt de route korter; huurfietsen en deelsteps staan bij de haven, en de promenade is er breed genoeg voor beide.
Kalamaja is de wandeling voor de details
De derde route is de kleinste en de meest fotografeerbare: door de houten wijk Kalamaja, waar de pastelkleurige arbeidershuizen uit de vroege twintigste eeuw in rijen staan, naar Telliskivi met zijn streetart en de ruim 300 bedrijven die de oude fabrieken vullen, met de markthallen bij de Balti jaam ernaast en het Rotermann-kwartier aan de andere kant van het centrum.
Loop zonder plan, het liefst via de Vabriku en de Salme: de charme zit in deurportieken, kattenvensters en tuintjes, en elke straat heeft een café voor de pauze. De wijk is in een uur te doen, met Telliskivi als eindpunt voor lunch of galerie; gerechten kosten er 8 tot 15 euro en de fotomuur wisselt per seizoen.
Praktisch voor klimmers en wandelaars
De keien van de oude stad zijn de belangrijkste uitrusting-instructie: stevige zolen, geen hakken, en bij regen glad als ijs. De platforms en muurparken zijn gratis; voor torens en musea samen volstaat 20 tot 40 euro per persoon voor een heel weekend.
De afstanden blijven klein: geen enkele route in dit artikel is langer dan 6 kilometer, en de tram brengt je van elk eindpunt terug naar het centrum met een tik van de bankpas. Wie slecht ter been is, houdt het bij Kohtuotsa, per taxi tot vlakbij bereikbaar, en de vlakke kustpromenade naar het Stroomi-strand.
Buiten de stad liggen het hoogveen en de eilanden
Wie na drie routes nog wil lopen, rijdt de stad uit. Op ongeveer een uur zuidelijk ligt in nationaal park Lahemaa het hoogveen van Viru raba, met een vlonderpad van rond de 3,5 kilometer en een uitkijktoren boven het veen; de toegang is gratis en je bent er anderhalf uur. In hetzelfde park staan de landhuizen van Palmse en Sagadi en het vissersdorp Altja met zijn netschuren.
Dichterbij liggen de eilanden in de baai: naar Aegna vaart in de zomer een boot van Pirita in een half uur, naar Naissaar iets langer, en beide hebben bospaden en verlaten militaire resten. Let op: de boten varen alleen van juni tot augustus en bij harde wind niet; kijk dat na voordat je naar de steiger rijdt.
Wanneer je gaat
Voor uitzichten en wandelingen zijn mei, juni en september de topmaanden: heldere lucht, 15 tot 20 graden en avonden die lang licht blijven, rond midzomer tot na 22.30 uur. De zomerochtenden voor de cruisedrukte zijn goud.
De winter geeft de spectaculairste beelden, besneeuwde daken onder een lage zon, maar vraagt planning: daglicht van ruwweg 9.30 tot 15.30 uur in december, en de trappen en keien vragen dan dubbele voorzichtigheid. November en maart zijn de vlakke maanden; de stad blijft mooi, het licht wordt het minst geholpen.