Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Frankrijk heeft meer dan een miljoen kilometer weg, en de mooiste zijn niet de snelste
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
Wie met de auto naar Frankrijk gaat, kan de reis zelf tot vakantie maken. De routes hieronder lopen bewust over departementale wegen in plaats van over de autoroute: langzamer, tolvrij, en met dorpen, passen en uitzichten die je vanaf de snelweg nooit ziet.
Per route staan de lengte, de rijtijd en het seizoen erbij, plus de plekken waar het misgaat.
Van Luxemburg naar de Middellandse Zee zonder tol
De klassieke vakantieroute vanuit Nederland loopt via Luxemburg, waar de brandstof doorgaans 20 tot 30 cent per liter goedkoper is dan bij ons, en dan zuidwaarts richting de Rhonevallei. Over de autoroute is dat ongeveer 1.100 kilometer en elf uur, met 70 tot 90 euro tol.
Wie de N-wegen kiest doet er twee tot drie uur langer over maar rijdt tolvrij door de Vogezen, de Bourgogne en de Ardeche. Reken op twee rijdagen met een overnachting halverwege. Houd er rekening mee dat de autoroute op de zaterdagen in eind juli en augustus zwaar vastloopt bij Lyon en Orange; vertrek dan op een doordeweekse dag of rijd 's nachts.
De Route des Grandes Alpes is de zwaarste en de mooiste
De Route des Grandes Alpes loopt in ongeveer 720 kilometer van Thonon-les-Bains aan het Meer van Genève naar Menton aan de Middellandse Zee en gaat over zeventien bergpassen; de Col de l'Iseran geldt volgens de wegbeheerder met 2.770 meter als de hoogste verharde pas van Europa.
Reken op drie tot vier dagen; de gemiddelde snelheid ligt door de haarspeldbochten rond de 40 kilometer per uur. De route is doorgaans pas volledig open van begin juni tot half oktober, want de hoogste passen liggen tot ver in het voorjaar dicht door sneeuw. Controleer de openstelling per pas voor je vertrekt, want één gesloten col betekent een omweg van uren.
De Route Napoléon volgt een historische vlucht
De Route Napoléon loopt over ongeveer 325 kilometer van Golfe-Juan aan de kust naar Grenoble en volgt de weg die Napoleon in maart 1815 in zeven dagen te voet en te paard aflegde na zijn terugkeer van Elba. Langs de route staan de bronzen adelaars die de etappes markeren.
Met de auto rijd je het in vijf tot zes uur, maar met stops in Castellane, Digne-les-Bains en Sisteron is het een volle dag. De weg klimt tot ruim 1.100 meter op de Col Bayard en is het hele jaar open, al kan er in de winter sneeuw liggen. Dit is de rustige tegenhanger van de kustweg.
De Provence en de Gorges du Verdon
De ronde om de Gorges du Verdon telt ongeveer 130 kilometer en kost met de vele uitzichtpunten een hele dag. De kloof is tot 700 meter diep en de Route des Cretes aan de noordzijde is eenrichtingsverkeer, dus rijd hem in de aangegeven richting.
Ten noorden ervan liggen het plateau van Valensole, waar de lavendel van ongeveer half juni tot half juli bloeit, en de dorpen van de Luberon. Houd er rekening mee dat de weg langs de kloof smal is, met plaatselijk nauwelijks ruimte om te kruisen; met een camper of caravan is dit geen route. Ook de kustweg bij Cassis met zijn calanques is smal en in de zomer druk.
De Loire en de Dordogne rijden vlak en zacht
De Loire is met ruim 1.000 kilometer de langste rivier van Frankrijk, en het middendeel tussen Orleans en Angers staat sinds 2000 op de werelderfgoedlijst. De weg langs de zuidoever verbindt de kastelen: Chambord met zijn 426 kamers, Chenonceau dat op bogen over de rivier staat, en Amboise. Entree per kasteel ligt rond de 15 tot 20 euro.
De Dordogne-vallei is de rustiger variant: 150 kilometer tussen Souillac en Bergerac langs kastelen op rotsen, de dorpen Beynac en La Roque-Gageac tegen de kliffen, en de grotten bij Les Eyzies. Dit is bij uitstek een route om in drie dagen te doen in plaats van in één.
Champagne, Elzas en de wijnroutes
De Route Touristique du Champagne loopt in meerdere lussen door de wijngaarden rond Reims en Epernay, samen zo'n 400 kilometer. Een kelderbezoek met proeverij kost doorgaans 25 tot 45 euro. Dit ligt op vier uur van de grens en is daarmee een goed eerste of laatste etappe van de vakantie.
De Route des Vins d'Alsace is met ongeveer 170 kilometer van Marlenheim naar Thann de bekendste wijnroute van het land, langs vakwerkdorpen als Riquewihr en Eguisheim. Beide routes zijn het mooist in september en oktober, tijdens en na de oogst. In het hoogseizoen zijn de kleine dorpen vol en is parkeren het lastigst.
De kust van Normandië en het Médoc
Van Cherbourg naar de Mont-Saint-Michel is het ongeveer 200 kilometer over kustwegen langs de landingsstranden van 1944, de kliffen en de vissersplaatsjes. De Mont-Saint-Michel zelf, sinds 1979 werelderfgoed, is de logische eindstop; parkeren kost er rond de 15 euro en je legt de laatste kilometers per pendelbus af.
In het zuidwesten loopt de weg door de Médoc van Bordeaux langs de wijngaarden naar de punt bij Soulac, ongeveer 100 kilometer, met de Atlantische stranden en het meer van Lacanau aan de westkant. Let daar op de branding: dit is oceaan met stevige stroming, en zwemmen mag alleen op de bewaakte stranden tussen de vlaggen.
Praktisch onderweg in Frankrijk
Frankrijk betaalt met euro's. In de auto zijn een gevarendriehoek en veiligheidshesjes verplicht, en in ruim veertig steden geldt een milieuzone waarvoor je een Crit'Air-sticker nodig hebt; die vraag je online aan voor enkele euro's en de levering duurt weken, dus regel dat ruim vooraf.
De beste maanden voor deze routes zijn mei, juni, september en oktober: alle passen open, de wijngaarden op hun mooist en de wegen leeg. Vermijd de eerste zaterdagen van augustus, wanneer heel Frankrijk wisselt. En houd er rekening mee dat tanken langs de autoroute al gauw 20 cent per liter duurder is dan in een dorp een paar kilometer verderop.