Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Kroatië heeft acht nationale parken en elf natuurparken
Foto: Matthias Mullie / Unsplash
De acht nationale parken zijn Plitvice, Krka, Paklenica, Risnjak, Mljet, Kornati, Brijuni en Noordelijke Velebit; de elf natuurparken, waaronder Kopački Rit, Papuk, Biokovo, Učka en Telašćica, hebben een lichtere beschermingsstatus en zijn vaak gratis of goedkoper.
Samen beslaan ze volgens het ministerie ongeveer een tiende van het land. Dit artikel behandelt ze een voor een, met entreeprijzen, afstanden, seizoenen en de regels die per park verschillen. Kroatië rekent sinds 2023 in euro's.
Bij de watervallen van Krka is zwemmen sinds 2021 verboden
Bij de Skradinski Buk, de brede trapvormige val, was zwemmen jarenlang toegestaan; per 1 januari 2021 is dat verboden om de kalkafzettingen en de waterkwaliteit te beschermen. Oudere reistips en foto's tonen nog mensen in het water.
Entree kost in juli en augustus rond de 40 euro en in het voor- en naseizoen 15 tot 25 euro. Vanaf Skradin vaart een boot die in de prijs zit; vanaf Lozovac gaat een bus omlaag. Reken op drie tot vier uur voor de vlonderroute van ongeveer 2 kilometer. Verderop in hetzelfde park liggen de Roški Slap en het eilandklooster Visovac, met aparte boottochten van 10 tot 15 euro.
Voor Plitvice koop je een kaartje met een instapuur
Dit park heeft zestien meren die door kalkbarrières worden gescheiden en via watervallen in elkaar lopen; de Veliki Slap is met ongeveer 78 meter de hoogste val van het land. Er ligt zo'n 18 kilometer aan houten vlonders overheen, plus een elektrische boot over het Kozjakmeer en een pendeltreintje.
Een kaartje kost in juli en augustus rond de 40 euro, in het voor- en naseizoen rond de 23 euro en in de winter rond de 10 euro; je kiest vooraf ingang 1 of 2 en een tijdvak, want er geldt een maximum per uur. Zwemmen mag sinds 2006 niet meer en honden moeten aan de lijn. Reken op vier tot zes uur voor de lange routes.
Op Mljet liggen twee zoutwatermeren met een klooster
In het westen van dit eiland ten noordwesten van Dubrovnik liggen het Veliko en het Malo Jezero, twee baaien die via een smalle geul met zee in verbinding staan en daardoor zout zijn en warmer dan de open zee. In het grote meer ligt een eilandje met een benedictijnenklooster uit de twaalfde eeuw.
Entree kost in het hoogseizoen rond de 25 euro, inclusief de boot naar het eilandje; in het laagseizoen de helft. Om de meren loopt een vlak pad van ongeveer 9 kilometer waar je ook kunt fietsen; een fiets huren kost 10 tot 20 euro per dag. Zwemmen mag hier wel. Vanaf Dubrovnik vaart een catamaran in anderhalf uur naar Polače of Sobra.
Risnjak bij de kust in het noorden is bosrijk en koel
Dit park in het Gorski Kotar ligt tussen 300 en 1.528 meter en bestaat vrijwel geheel uit beuken- en sparrenbos; het is het natste deel van Kroatië, met tot 3.000 millimeter regen per jaar, en daardoor ook in augustus 10 graden koeler dan de kust op 30 kilometer.
Entree kost rond de 10 euro. De klim naar de top van de Veliki Risnjak is ongeveer 4 kilometer heen met 700 hoogtemeters; verderop ligt de bron van de Kupa in een groen bassin. Hier leven beren, wolven en lynxen; de kans dat je ze ziet is klein, maar honden moeten aan de lijn en afval neem je mee.
Over de Velebit loopt een pad uit de jaren dertig
Het Premužić-pad werd tussen 1930 en 1933 met de hand uit de kalksteen gehakt door ingenieur Ante Premužić en loopt over ongeveer 57 kilometer langs de kam van de Velebit, met zo weinig hoogteverschil dat het vrijwel vlak aanvoelt terwijl het op 1.200 tot 1.600 meter ligt.
Het deel in het Noordelijke Velebit-park kost rond de 10 euro toegang. De hele route loopt in drie tot vier dagen met overnachtingen in hutten van 15 tot 25 euro; dagetappes zijn 8 tot 18 kilometer. Onderweg is er geen water, dus neem alles mee. In het park ligt ook het Hajdučki kukovi, een doolhof van kalkrotsen.
De kloven van Paklenica zijn het klimgebied van het land
Bij Starigrad-Paklenica snijden twee kloven, de Velika en de Mala Paklenica, tot 400 meter diep in de Velebit. In de grote kloof zitten ruim vierhonderd geboorde klimroutes in de wanden, wat het tot het grootste klimgebied van Kroatië maakt; in de paasdagen komen er honderden klimmers tegelijk.
Entree kost 10 tot 15 euro. Wandelen kan ook zonder klimuitrusting: de kloof in is ongeveer 4 kilometer vrijwel vlak, en daarna klim je naar de Manita Peć, een druipsteengrot die alleen op vaste dagen open is, voor enkele euro's extra. Reken op vier uur heen en terug. Let op: in de kloof is het koel maar op de hellingen ontbreekt schaduw.
Brijuni bezoek je alleen met een georganiseerde boot
Deze veertien eilanden bij Fažana in Istrië waren de zomerresidentie van Tito, die er staatshoofden ontving en dieren cadeau kreeg; op het hoofdeiland lopen daardoor nog nazaten van die dieren in een omheind stuk, en staan er resten van een Romeinse villa en dinosaurussporen in de rotsen.
Je komt er alleen met de boot van de parkdienst of met een erkende aanbieder; een dagtocht kost 25 tot 40 euro inclusief de overtocht van vijftien minuten en een treintje over het eiland. Zelf aanmeren mag niet zonder vergunning. Reken op vier uur. Boek in juli en augustus vooruit, want het aantal plaatsen per vaart ligt vast.
Kopački Rit in het oosten is een natuurpark, geen nationaal park
Dit moerasgebied bij de samenvloeiing van de Drava en de Donau overstroomt elk voorjaar en is een van de grootste binnenlandse delta's van Europa; er broeden zeearenden, lepelaars en aalscholvers, en in het water zitten karpers en snoeken.
Entree kost enkele euro's en een boottocht van een uur 10 tot 15 euro. Er lopen vlonderpaden en er is een bezoekerscentrum bij Lug. Het beste seizoen is april tot juni, als het water hoog staat en de vogels broeden; in de zomer zakt het peil en zijn er veel muggen. Vanaf Osijek is het een half uur rijden en vanaf de kust een halve dag.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Zagreb, Split, Zadar, Pula of Dubrovnik. De parken liggen ver uit elkaar: van Plitvice naar Krka is het 130 kilometer en anderhalf uur, en naar Mljet moet je bovendien de boot nemen. Een huurauto kost 35 tot 80 euro per dag.
Kaartjes voor Plitvice en Krka koop je vooruit online, want ter plaatse zijn de tijdvakken in juli en augustus uitverkocht. Mei, juni, september en begin oktober zijn het aangenaamst, met 20 tot 28 graden en minder mensen op de vlonders. In juli en augustus is het 30 tot 35 graden en staat het op de smalle paden stil; van november tot maart zijn sommige parken deels gesloten door sneeuw of hoog water.