Het eiland is een van de twee grootste van de Adriatische Zee en dat merkt u aan de dorpen: de stad Krk heeft stadsmuren, Vrbnik staat op een klif, Baška ligt aan een strand van bijna twee kilometer en Punat kijkt uit op een klooster in de baai.
Van de brug in het noorden tot Baška in het zuiden is het ongeveer 45 kilometer over een bochtige weg. Dit stuk gaat langs de plekken die de moeite waard zijn, met wat er te zien is en wat het kost.
In de baai van Punat ligt een klooster op een eiland
Foto: Ramon Perucho / Pexels
Voor de kust van Punat ligt volgens de kloostergeschiedenis Košljun, een eilandje van nog geen kilometer doorsnede waar sinds de vijftiende eeuw franciscanen wonen. Daarvoor stond er een benedictijner klooster uit de elfde eeuw, en daarvoor een Romeinse villa.
De franciscanen zijn er gekomen op uitnodiging van de graven van Frankopan, de familie die eeuwenlang over dit eiland heerste. In het museum ligt onder meer een zeldzame atlas van Ptolemaeus die eind zestiende eeuw in Venetië is gedrukt. Het eilandje is tegelijk natuurreservaat met ongeveer 540 soorten planten en paddenstoelen.
U komt er met een taxibootje
Vanuit de haven van Punat varen kleine boten heen en weer over ongeveer 500 meter water; de overtocht duurt een paar minuten en een kaartje kost een paar euro. Er is geen vaste dienstregeling: de boten vertrekken als ze vol zijn.
Reken op een uur op het eilandje, inclusief het klooster, het museum en het rondje over de paden onder de bomen. Neem contant geld mee voor de overtocht en houd er rekening mee dat de laatste boot in het laagseizoen vroeg gaat.
De stad Krk heeft nog stadsmuren
Foto: Pincalo / Pexels
De hoofdplaats van het eiland heeft een middeleeuwse kern met muren, poorten en een burcht van de Frankopans, aan het water. Het geheel is Venetiaans van opzet, want het eiland viel eeuwenlang onder Venetië.
Het is compact: de ommuurde kern meet nog geen 400 bij 400 meter en u loopt hem in een halfuur rond. De aardigste tijd is de vroege avond, wanneer de dagjesmensen weg zijn en de plaatselijke bevolking op het plein zit.
Vrbnik staat op een klif boven zee
Foto: Viliam Kudelka / Pexels
Aan de oostkust ligt Vrbnik op een rots van ongeveer 50 meter hoog, met huizen die tot aan de rand doorlopen. Er is een steegje van 43 centimeter breed op het smalste punt, waar mensen gewoon wonen.
Rond het dorp liggen de wijngaarden van de Žlahtina, een droge witte wijn die alleen in dit deel van het eiland wordt gemaakt. Een fles kost bij een producent doorgaans 8 tot 12 euro. Parkeren doet u buiten het dorp, want de stegen zijn te smal voor een auto.
Bij Baška ligt de oudste Kroatische tekst
Foto: Milan Stefanovic / Pexels
In het kerkje van Jurandvor bij Baška is rond het jaar 1100 een stenen plaat gemaakt met de oudste bekende tekst in het Kroatisch, geschreven in het glagolitische alfabet. Daarop staat ook voor het eerst de naam van het Kroatische volk.
Het origineel ligt in Zagreb; in het kerkje staat een kopie. Vanaf Baška loopt een pad langs sculpturen van de glagolitische letters, wat het abstracte verhaal tastbaar maakt.
Bij Dobrinj kunt u een druipsteengrot in
In het noordoosten, bij het dorp Dobrinj, ligt een druipsteengrot die met een gids te bezoeken is. Binnen is het het hele jaar koel en vochtig, ook in augustus, dus neem iets met lange mouwen mee; een rondleiding duurt ongeveer een halfuur.
Dobrinj zelf is een van de oudste dorpen van het eiland en ligt hoog, met uitzicht over de baai van Soline. Het is de kant van het eiland waar de meeste bezoekers niet komen.
De ruwste kust ligt in het zuidwesten
Foto: Pincalo / Pexels
Bij Stara Baška lopen kale, steenachtige hellingen recht in zee, met kiezelbaaien ertussen. Er zijn nauwelijks voorzieningen: geen strandtent, geen schaduw en beperkte parkeergelegenheid.
Juist daarom is het er rustig, ook in augustus. Neem per persoon minstens 1,5 liter water mee plus eten en schaduw, want u vindt er onderweg niets, en denk aan waterschoenen omdat de kiezels groot zijn.
Wanneer u komt
Juni en september zijn de beste maanden: het water is dan al of nog rond de 24 graden en de dorpen zijn niet vol. In juli en augustus is het heet en zijn de parkeerplaatsen in Vrbnik en Baška tegen tien uur bezet.
Buiten mei tot en met september sluit een groot deel van de restaurants en zijn de bootjes naar Košljun beperkt. Het eiland is dan stil, wat aangenaam is, maar u kunt er weinig bezichtigen.