Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Vilnius heeft de grootste barokke oude stad van deze hoek van Europa
De Senamiestis beslaat ongeveer 350 hectare en staat sinds 1994 op de werelderfgoedlijst. Er staan tientallen kerken, vaak binnen honderd meter van elkaar, en de straten volgen geen raster maar de oude paden tussen de kloosters.
Dat maakt de stad compact en tegelijk verwarrend. Dit artikel behandelt de wijken en de bezienswaardigheden op volgorde van hoe je er doorheen loopt, met entreeprijzen en tijden.
De Gediminas-toren is wat er van de burcht over is
Midden in de stad staat op de Gediminas-heuvel van ongeveer 45 meter de bakstenen Gediminas-toren, het laatste restant van het bovenkasteel uit de veertiende eeuw. Vanaf boven zie je de daken, de Neris en de moderne torens van Šnipiškės aan de overkant.
Je klimt er in tien tot vijftien minuten naartoe over een klinkerpad vanaf het Kathedraalplein, of neemt de kabellift aan de achterkant voor een paar euro. Entree tot de toren kost rond de 8 euro, en beneden staan de kathedraal met haar losse klokkentoren en het Paleis van de Groothertogen. Litouwen betaalt sinds 2015 met de euro, dus omrekenen hoeft niet.
De kerken staan er in alle stijlen door elkaar
In de Senamiestis staan gotische, renaissance-, barok- en classicistische kerken naast elkaar. De bekendste is de Sint-Annakerk, de gotische bakstenen kerk waarvan Napoleon volgens de overlevering zei dat hij haar in zijn handpalm naar Parijs wilde meenemen; de Sint-Pieter-en-Pauluskerk in Antakalnis heeft ruim tweeduizend stucfiguren en de Heilige-Geestkerk is de Poolse kerk van de stad.
Vrijwel alle kerken zijn gratis toegankelijk buiten de diensten, doorgaans van zeven uur 's ochtends tot een uur of zeven 's avonds; ze staan met tientallen binnen een straal van een kilometer, de meeste aan of vlak bij de Pilies gatvė. Let op: bij een dienst word je vriendelijk maar beslist verzocht te wachten, en dat gebeurt meerdere keren per dag. Een route langs zes of zeven ervan vult een ochtend en kost niets. Kleding die schouders en knieën bedekt is bij de meeste geen eis, maar wel gebruikelijk.
Užupis aan de overkant van de Vilnia riep zich onafhankelijk uit
Užupis, een voormalige achterbuurt tegenover de oude stad, riep zich in 1997 als grap tot republiek uit, met een eigen grondwet die in tientallen talen op metalen plaatjes aan de Paupio gatvė hangt. Op het plein staat de Engel van Užupis op een zuil.
Het is nu een kunstenaarswijk met galeries, werkplaatsen en cafés rond de Užupio gatvė. Je loopt er in vijf minuten naartoe vanaf de Literatų gatvė met haar kunstwerkjes aan de muur, en het kost niets. Lees de grondwet: die bevat regels als het recht van iedereen om lief te hebben en het recht van een hond om hond te zijn.
Het KGB-gebouw aan de Gedimino prospektas is nu museum
Aan de Gedimino prospektas staat het Museum van Bezettingen en Vrijheidsstrijd, dat achtereenvolgens door de Sovjet- en de Duitse veiligheidsdiensten is gebruikt, met in de kelder de cellen en de verhoorkamers zoals ze waren. Er is een tentoonstelling over de deportaties en het gewapend verzet na 1944.
Entree kost rond de 6 euro en het is van woensdag tot zondag open. Dit is geen luchtig bezoek: de cellen zijn intact en er hangt materiaal over executies. Voor kinderen onder een jaar of veertien is het te zwaar. Reken op anderhalf uur. In het Tuskulėnai-herdenkingspark aan de rand van de stad liggen de slachtoffers begraven die hier tussen 1944 en 1947 werden vermoord.
De Joodse geschiedenis van de stad is grotendeels verdwenen
Voor de oorlog woonden hier tienduizenden Joden en gold Vilnius als het Jeruzalem van het noorden, met tientallen synagogen en de talmoedschool van de Gaon van Vilna. Vrijwel alles daarvan is in de oorlog en daarna vernietigd.
Er staat nog één werkende synagoge, de Chorale Synagoge uit 1903, die te bezoeken is voor enkele euro's. In de straten van het voormalige getto rond de Stiklių en Žydu gatvė staan plaquettes, en het Gaon-museum is verspreid over meerdere gebouwen. Voor wie begrijpen wil wat deze stad is kwijtgeraakt, is die route noodzakelijk.
Het MO Museum staat op de rand van de oude stad
Sinds 2018 staat bij de Pylimo gatvė het MO Museum voor Litouwse kunst uit de tweede helft van de twintigste eeuw, ontworpen door Daniel Libeskind, met een trap die als een brug door de gevel snijdt.
Entree kost rond de 8 euro en het is van woensdag tot maandag open. Reken op anderhalf uur. Het laat zien wat er in de Sovjettijd en daarna werd gemaakt, en dat vult het beeld aan dat je in de Senamiestis en het KGB-museum krijgt.
De Halės-markt is de plek voor eten
Aan de rand van de oude stad staat de Halės turgus uit 1906 met kramen voor vlees, vis, kaas, bessen en gerookte producten, plus een rij eetstalletjes; de Kalvarijų-markt in Šnipiškės is de grotere, rommeliger versie.
Toegang is gratis en de markt is dagelijks behalve maandag open, van de ochtend tot een uur of vier. Een maaltijd kost er 6 tot 12 euro, ruim onder het niveau van de restaurants op de toeristische pleinen. Neem contant geld mee voor de kleinere kramen.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer tweeënhalf uur; vanaf de luchthaven ben je met bus of trein in een kwartier in het centrum. De Senamiestis is volledig te voet te doen: van het Kathedraalplein naar de Poort van de Dageraad is het ruim een kilometer over de Pilies gatvė.
Mei tot september is het aangenaamste seizoen met 18 tot 25 graden. In december staat de kerstboom met de markt op het Kathedraalplein en is de stad sfeervol maar koud, met temperaturen rond het vriespunt. Musea zijn op maandag en dinsdag vaak gesloten; kerken en straten uiteraard niet.