Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Polen heeft 23 nationale parken en de bezoekers gaan naar twee ervan
Het land is met ruim 312.000 vierkante kilometer een van de grootste van Europa en heeft landschappen die elders zeldzaam zijn geworden: oerbos, hoogveen, wandelende duinen en een merengebied met tweeduizend meren. De drukte concentreert zich op de Tatra en de kust; de rest is opvallend leeg.
Dit artikel loopt de belangrijkste gebieden langs, met afstanden, entreeprijzen en het beste seizoen.
Het Tatra-gebergte is het enige echte hooggebergte
In het zuiden, op de grens met Slowakije, ligt de Tatra met de Rysy als hoogste punt van Polen op 2.499 meter. Het is het enige alpiene gebergte van het land, met rotswanden, gletsjermeren en boven de boomgrens kale steenvlaktes.
Het bekendste doel is Morskie Oko, een meer op ongeveer 1.395 meter. De weg ernaartoe is voor auto's gesloten: je loopt de laatste 9 kilometer, ongeveer twee uur, of neemt een paardenkar voor rond de 30 euro. In juli en augustus lopen daar dagelijks duizenden mensen; kom bij zonsopgang of buiten het seizoen. Entree voor het park kost enkele euro's.
Bij Słowiński wandelen de duinen
Aan de Oostzeekust bij Łeba ligt een gebied met duinen die tot ongeveer 30 tot 40 meter hoog worden en die door de wind jaarlijks enkele meters landinwaarts schuiven. Ze bedelven daarbij het bos dat erachter staat; op sommige plekken steken dode boomstammen uit het zand.
Het is het bekendste voorbeeld van dit verschijnsel in Europa. Vanaf de parkeerplaats is het ruim 3 kilometer lopen naar de grote duin, of je neemt een elektrisch karretje. Neem water mee, want op het zand is geen schaduw en de temperatuur loopt er hoog op.
Mazurië telt tweeduizend meren
In het noordoosten ligt een merengebied dat door gletsjers is uitgeslepen, met naar schatting tweeduizend meren waarvan er veel onderling verbonden zijn. Het Śniardwy is met ruim 110 vierkante kilometer het grootste meer van Polen.
Dat maakt het zeilgebied: je kunt dagen achtereen varen zonder dezelfde route te herhalen. Verhuur van een zeilboot kost vanaf ongeveer 100 euro per dag, een kajak 15 tot 25 euro. Bijzonder is het Elbląg-kanaal, waar schepen over hellende sporen letterlijk over land worden getrokken om hoogteverschillen te overbruggen.
Bieszczady is leeg en donker
In de zuidoostpunt liggen de Bieszczady, ronde bergen met open graslanden op de kammen die połoniny heten. De streek is na de oorlog grotendeels ontvolkt geraakt, waardoor er nu bossen staan waar dorpen lagen.
Er leven wolven, beren, lynxen en wisenten. In 2013 werd het gebied als eerste in Polen tot sterrenpark uitgeroepen: er is zo weinig kunstlicht dat de Melkweg met het blote oog goed zichtbaar is. Routes over de kammen tellen 10 tot 20 kilometer; neem eten en water mee, want onderweg is er niets.
De kliffen en de wisenten van Wolin
Op het eiland Wolin, bij de Duitse grens, valt het land met kliffen van tot ongeveer 95 meter in de Oostzee. Er lopen paden over de rand met uitzicht over de zee en de baai erachter.
In het park ligt een reservaat waar wisenten, zeearenden en andere dieren te zien zijn die vroeger in dit gebied leefden; entree kost enkele euro's. Het eiland is met een brug bereikbaar en heeft aan de zeekant brede zandstranden, wat het een van de weinige plekken maakt waar je strand en klif combineert.
Białowieża en Biebrza in het noordoosten
Aan de grens met Wit-Rusland liggen twee gebieden van internationaal formaat: het oerbos van Białowieża, het laatste grote restant laaglandbos van Europa en sinds 1979 werelderfgoed, en het Biebrza-moeras, met ongeveer 59.000 hectare het grootste nationale park van het land.
In beide is een gids het verschil tussen kijken en zien: de kernzone van het oerbos mag alleen met een erkende gids worden betreden, en in het moeras weet een gids waar de elanden en de zeldzame vogels zitten. Reken op 30 tot 100 euro per gids per dagdeel.
Wigry en Drawa zijn de rustige tussenmaten
Wigry in het uiterste noordoosten draait om een meer van ruim 21 vierkante kilometer en tot 73 meter diep, met tientallen eilandjes en een barok kloostercomplex uit de 17e eeuw op een landtong; volgens de parkbiologen leven er bevers en otters. Het is een kanogebied met rustige riviertjes ertussen.
Drawa in het westen is bosrijk met een snelstromende rivier die als kanoroute geliefd is; het traject door het park telt tientallen kilometers met overnachtingsplekken langs de oever. Beide zijn nauwelijks bekend bij buitenlandse bezoekers, en dat merk je aan de rust en de prijzen.
Praktisch
Polen betaalt met zloty, ongeveer 4,3 zloty per euro, en is voor West-Europese begrippen goedkoop: een maaltijd kost 8 tot 15 euro en een nacht in een pension 40 tot 70 euro. Met de auto is het vanuit Nederland tien tot zestien uur, afhankelijk van de streek; vliegen naar Krakau, Warschau of Gdańsk duurt ongeveer twee uur.
Mei en juni geven de bloei en de vogeltrek, september en oktober de herfstkleuren en de rust. Juli en augustus zijn in de Tatra en aan de kust het drukst. Houd er rekening mee dat de bergroutes tot in juni sneeuw kunnen hebben en dat er in de moerasgebieden vanaf juni veel muggen zijn.