De bekendste burcht van Polen ligt niet in deze provincie
De reusachtige bakstenen ordeburcht die in overzichten bij deze streek wordt genoemd, staat ruim honderd kilometer westelijker in Pommeren. In deze provincie staan wel tientallen kleinere ordeburchten, en die zijn stuk voor stuk rustiger.
Ermland-Mazurië telt naar schatting tweeduizend tot drieduizend meren en is de dunstbevolkte provincie van Polen. Dit artikel behandelt de meren, de bossen en de geschiedenis, met prijzen, vaartijden en afstanden.
Het grootste meer van Polen is nergens dieper dan drieëntwintig meter
Het grootste meer van het land beslaat volgens het waterschap ongeveer 114 vierkante kilometer en is ondiep, met een gemiddelde diepte van rond de zes meter. Bij wind bouwt zich daardoor snel een korte, steile golfslag op.
Zeilen kan zonder vaarbewijs op boten tot een bepaalde lengte; huren kost 300 tot 700 zloty per dag. Let op: juist door die geringe diepte kan het water binnen een half uur onrustig worden en zijn er verdrinkingen. Volg de waarschuwingen van de verhuurder en blijf bij opkomende wind uit het midden.
De meren zijn met kanalen aan elkaar geregen
Tussen de grote meren zijn in de negentiende eeuw kanalen en sluizen gegraven, waardoor u over ruim honderd kilometer aaneengesloten vaarwater beschikt zonder de boot uit het water te halen.
Een motorboot huren kost 400 tot 900 zloty per dag en een kajak 50 tot 90 zloty. Sluizen kosten enkele tientallen zloty per schutting en zijn doorgaans van 8.00 tot 20.00 uur bediend. In juli en augustus is het op het water druk met Poolse vakantiegangers; in juni en september vaart u er vrijwel alleen.
Op één kanaal worden schepen over land getrokken
In het westen van de provincie ligt een kanaal uit de negentiende eeuw waar het hoogteverschil van bijna honderd meter niet met sluizen maar met vijf hellingbanen wordt overwonnen: de schepen worden op wagens uit het water gereden en over rails de heuvel op getrokken.
Een vaartocht over dat traject kost 80 tot 130 zloty per persoon en duurt vier tot elf uur, afhankelijk van het traject; er wordt van mei tot september dagelijks gevaren. Reserveer vooruit. Dit is als techniek uniek in Europa en het is ook zonder varen te bekijken vanaf de kant.
In het bos bij Kętrzyn liggen tweehonderd bunkers
In een bos in het oosten stond tussen 1941 en 1944 het hoofdkwartier van Hitler aan het oostfront, met ruim tweehonderd gebouwen en bunkers met muren van meters dik. Hier vond in juli 1944 de mislukte aanslag op hem plaats.
Entree kost rond de 30 zloty en het terrein is dagelijks open van 8.00 uur tot zonsondergang; een gids kost 30 tot 50 zloty extra en is aan te raden, want zonder uitleg ziet u betonblokken. Reken op twee uur. Draag stevige schoenen: het terrein is ruw en er liggen brokstukken.
In een dorp aan de noordgrens broeden meer ooievaars dan er mensen wonen
Deze provincie heeft een van de hoogste ooievaarsdichtheden van Europa. In een gehucht aan de noordrand staan op enkele huizen tientallen nesten, waardoor er in het broedseizoen meer vogels dan inwoners zijn.
Kijken kost niets en kan van april tot augustus. Er staat een uitkijkplatform op 50 meter van de nesten en er zijn afspraken met de bewoners over afstand houden; blijf op de weg. Neem een verrekijker mee. De jongen zijn eind juni en begin juli groot genoeg om boven de nestrand uit te komen, en dat is het beste moment.
Het oerbos in het oosten is een van de laatste grote loofbossen
In het oosten van de provincie ligt een oud loofbos met eiken, essen en linden waar wisenten zijn uitgezet en waar wolven leven. Het is aanmerkelijk kleiner en stiller dan het bekende oerbos verder zuidelijk.
Wandelen is gratis en er lopen gemarkeerde routes van 3 tot 15 kilometer. Er is een uitkijkplatform bij een voederplaats waar in de winter wisenten komen. Reken op een halve dag. Er komen hier zo weinig bezoekers dat u op een doordeweekse dag niemand tegenkomt.
De streek was tot 1945 Duits en dat is aan de gebouwen te zien
Deze provincie hoorde tot 1945 bij Oost-Pruisen. De bevolking werd na de oorlog vervangen en de huidige bewoners komen grotendeels uit het oosten van het vooroorlogse Polen.
Dat verklaart de bakstenen kerken, de Duitse boerderijen en de begraafplaatsen met Duitse namen die u overal tegenkomt, en ook waarom er in dorpen soms twee geschiedenissen naast elkaar worden verteld. In de streekmusea wordt dat tegenwoordig uitgelegd; entree kost daar doorgaans 10 tot 20 zloty.
Praktisch
Vanuit Nederland vliegt u in ongeveer twee uur op Warschau of Gdansk; vanaf Warschau rijdt de trein in tweeënhalf uur naar de provinciehoofdstad, 200 kilometer. Polen betaalt met de zloty en niet met de euro.
Juni tot augustus geeft 20 tot 27 graden en is het vaarseizoen; in mei en september is het 14 tot 20 graden en is het rustig. In de winter is het min 8 tot 0 graden en vriezen de meren dicht. Let op teken in de bossen en muggen bij het water in juni en juli.