Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Voor de meeste wandelpaden op Madeira betaal je sinds 2021 drie euro
Foto: Piotr Musioł / Unsplash
Madeira heeft volgens de eilandregering ongeveer dertig officiële routes met een eigen nummer. Sinds 2021 geldt daarvoor een bijdrage van drie euro per persoon per pad, die je online betaalt en waarvan je de bevestiging bij een controle moet kunnen tonen.
Daarnaast worden paden na regen gesloten wegens steenslag. Dit artikel behandelt de bekendste routes, met afstanden, hoogteverschillen en wat je werkelijk nodig hebt.
De Levada do Caldeirão Verde is dertien kilometer met vier tunnels
Foto: Karolina / Pexels
Vanuit het park van Queimadas bij Santana loopt een kanaalpad naar de waterval die in een ronde kom valt, de Caldeirão Verde. De route is ongeveer 13 kilometer heen en terug, vrijwel vlak, en gaat door vier tunnels waarvan de langste enkele honderden meters meet; wie doorloopt naar de Caldeirão do Inferno maakt er nog vier kilometer bij.
Een zaklamp is dus geen aanbeveling maar noodzaak, want een telefoon is te zwak en je hebt je handen nodig. Reken op vier tot vijf uur. Het pad is smal, met aan één kant het kanaal en aan de andere kant een afgrond zonder reling. Toegang tot het park kost enkele euro's parkeergeld.
Tussen Pico do Arieiro en Pico Ruivo ligt een pad van zeven kilometer
Foto: Rino Adamo / Pexels
Pico Ruivo is met 1.862 meter de hoogste top van het eiland en Pico do Arieiro met 1.818 meter de op twee na hoogste. Daartussen loopt een pad van ongeveer zeven kilometer enkele reis, met ruim duizend hoogtemeters op en af, trappen in de rots en twee tunnels.
Reken op drie tot vier uur enkele reis en regel vervoer terug, want je komt niet uit waar je begon. Let op dat dit pad bij wind, mist of regen wordt gesloten en dat dat regelmatig gebeurt. Kijk de status op de dag zelf na, want de parkeerplaats bij Arieiro ligt op ruim 1.800 meter en het weer is er anders dan aan de kust.
Vanaf Achada do Teixeira duurt de klim anderhalf uur
Vanaf de parkeerplaats van Achada do Teixeira aan de noordkant loopt een gemetseld pad van ongeveer 2,8 kilometer naar Pico Ruivo, met 350 hoogtemeters. Dat is de eenvoudige kant.
Heen en terug kost anderhalf tot twee uur en er staat een berghut waar je iets kunt drinken. Voor wie de top wil zonder de zware kamroute is dit de manier. Ga vroeg, want vanaf een uur of tien hangt er vaak wolk rond de toppen en zie je niets meer.
Ponta de São Lourenço heeft geen schaduw
Aan de oostpunt loopt over Ponta de São Lourenço een route van ongeveer acht kilometer heen en terug, over een kale vulkanische landtong met rode en okergele rotsen en de Atlantische Oceaan aan beide kanten.
Er staat geen enkele boom en er waait vrijwel altijd wind. Neem twee liter water, een hoed en zonnebrand mee, want in de zomer is dit na tien uur 's ochtends afgeraden. De route heeft 300 hoogtemeters aan korte klimmetjes en enkele blootgestelde stukken langs de rand.
Het laurierbos van Fanal hangt vaak in de mist
Op een hoogvlakte op ongeveer 1.150 meter staan bij Fanal oude stinklaurieren met dikke, gedraaide stammen, meestal in mist gehuld. Het bos hoort bij de Laurisilva, het laurierwoud dat sinds 1999 op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat en dat ongeveer twintig procent van het eiland beslaat.
Wandelen kost niets als je alleen over de vlakte loopt; voor de aangrenzende officiële routes geldt de gebruikelijke bijdrage. Het is er vijf tot tien graden koeler dan aan de kust en de mist maakt het klam. Fotografen komen hier vroeg in de ochtend, want midden op de dag staan er bussen.
Bij Rabaçal is de parkeerplaats klein
In het westelijke bergland liggen bij Rabaçal de Levada do Risco en de Levada das 25 Fontes, met wandelingen van 4 tot 11 kilometer. De aanrijweg eindigt bij een klein terrein waar maar enkele tientallen auto's passen.
In het seizoen rijdt er een pendelbusje van de weg naar het startpunt, voor enkele euro's. Beide routes zijn deels na aardverschuivingen hersteld en soms gesloten, en ook hier geldt de bijdrage van drie euro. Kom voor negen uur als je zelf wilt parkeren. Wie iets korters zoekt, loopt vanaf Ribeiro Frio de Levada dos Balcões, een vlak pad van anderhalve kilometer naar een uitzichtpunt, waar de Madeiravink uit de hand eet.
Neem geen sandalen, wel een lamp en een jas
De paden hier zijn nat, glad van mos en vaak smal, met tunnels en afgronden zonder reling. Wandelschoenen met grip, een zaklamp en een regenjas zijn de drie dingen die je werkelijk nodig hebt.
Gidsen vragen 30 tot 60 euro per persoon voor een dagtocht, inclusief vervoer naar begin- en eindpunt, en dat laatste is het praktische voordeel bij routes die niet rond lopen. Taxi's terug kosten 30 tot 60 euro per rit, afhankelijk van de afstand. Voor wie geen bergtocht wil, ligt er bij Cabo Girão een glazen uitzichtplatform op 580 meter boven zee, met het vissersdorp Câmara de Lobos ernaast.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer vier uur. Een huurauto kost 30 tot 60 euro per dag en de bergwegen zijn smal met haarspeldbochten en veel tunnels. Portugal betaalt met de euro.
Het wandelseizoen loopt het hele jaar door, met 17 tot 21 graden in de winter en 24 tot 28 in de zomer aan de kust; op de toppen is het vijf tot tien graden koeler en kan het vriezen. Het noorden is natter dan het zuiden, dus kijk voordat je vertrekt of je pad open is.