Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Achter Alicante begint binnen een uur het bergland
Foto: Emilio Sánchez Hernández / Pexels
De kustvlakte bij Alicante is smal: op 40 tot 70 kilometer landinwaarts liggen de Aitana van 1.558 meter en de Puig Campana van 1.406 meter, met dorpen op rotspunten en stuwmeren in de dalen. Rijden duurt door de bochten langer dan de afstand doet vermoeden.
In de zomer scheelt dat vooral graden, want op 700 meter is het vijf tot acht graden koeler dan aan de Middellandse Zee. Dit artikel behandelt de dagtochten, met rijtijden, entreeprijzen en het seizoen waarin ze werken.
Guadalest kom je binnen door een tunnel in de rots
Op ongeveer 65 kilometer ligt El Castell de Guadalest, een dorp van rond de tweehonderd inwoners op een rotskam, met een burchtruïne uit de Moorse tijd. De enige toegang tot het bovenste deel is een tunnel die met de hand door de rots is uitgehakt.
Parkeren kost 2 tot 4 euro en het kasteeldeel vraagt enkele euro's entree; het is dagelijks open. In het dorp zitten een stuk of acht kleine musea, waaronder een miniaturenmuseum, en onder de kam ligt het turquoise stuwmeer van de Guadalest-vallei. Let op dat hier bussen uit Benidorm en Altea komen en dat het tussen elf en drie uur vol staat: kom voor tien uur of na vieren.
Bij Callosa vallen de Algar-watervallen in koude poelen
Foto: Emilio Sánchez Hernández / Pexels
Twintig kilometer oostelijker liggen bij Callosa d'en Sarrià de Algar-watervallen, een reeks vallen in een kloof met poelen waarin je mag zwemmen. Het water komt uit bronnen en is ook in augustus rond de 15 graden, wat bij dertig graden buiten even doorbijten is.
Entree kost 5 tot 7 euro en het gebied is van maart tot november open, in de zomer dagelijks van tien tot zeven. Er lopen betonnen paden en trappen langs het water. In juli en augustus is de parkeerplaats om elf uur vol; buiten die maanden is het er rustig maar kouder.
In de Sierra Mariola groeien de kruiden voor de likeur
Foto: Miguel Rivera / Pexels
Ten noordwesten ligt het natuurpark Sierra Mariola, ongeveer 17.500 hectare groot, waar zoveel wilde kruiden groeien dat er van oudsher herbero van wordt gestookt, een kruidenlikeur die je in de dorpen aan de bar krijgt. De hoogste top is de Montcabrer met 1.390 meter.
Wandelen kost niets en de routes zijn 6 tot 14 kilometer met 300 tot 700 hoogtemeters. Onderweg staan cavas, gemetselde sneeuwputten waarin men vroeger sneeuw bewaarde om die in de zomer aan de kust te verkopen. Neem water mee, want niet elke bron loopt het hele jaar. Aan de rand liggen Alcoi, waar in april de Moros i Cristianos-festiviteiten de straten drie dagen vullen, en Bocairent.
In Bocairent zitten grotkamers in een verticale wand
Aan de rand van het park liggen bij Bocairent de Covetes dels Moros, tientallen kamertjes die in een verticale rotswand zijn uitgehakt, op meerdere niveaus boven elkaar. Ze dateren waarschijnlijk uit de middeleeuwen en werden vermoedelijk als opslagplaats gebruikt, niet als woning.
Je komt er met een ladder en door een smalle doorgang; entree kost enkele euro's en het gaat met een gids. Let op dat dit niets is voor wie hoogtevrees heeft of slecht ter been is. Het dorp zelf heeft een middeleeuwse kern die je in een uur rondloopt en die gratis is, met een in de rots uitgehakte arena.
Op de Aitana staat een radarpost op de top
Ten noorden van de kust loopt de kam van de Aitana tot 1.558 meter, de hoogste van de provincie. De top zelf is militair terrein met radarkoepels, dus daar kom je niet; het pad loopt tot vlak eronder, langs de spleten van de Simes de Partagat.
Wandelen kost niets en de route naar de kam is 8 tot 12 kilometer heen en terug met 400 tot 600 hoogtemeters; je start in Confrides of Benimantell. In de winter ligt hier soms sneeuw, wat vanaf de kust een vreemd gezicht is. Vanaf de kam zie je bij helder weer de zee en een enkele keer Ibiza liggen. Oostelijker ligt de Serra Bernia, met een rondwandeling van negen kilometer door het Forat, een gat waar je op handen en knieën doorheen kruipt.
In de Vall de Gallinera bloeien in februari de kersenbomen
In de Vall de Gallinera in het noorden staan terrassen vol kersenbomen die eind februari en begin maart bloeien, weken eerder dan in Noord-Europa. De acht dorpjes in dat dal tellen elk een paar honderd inwoners en gaan terug op Moorse nederzettingen.
Rondrijden en wandelen kosten niets. In de bloesemweken rijden er meer bezoekers dan normaal, maar het blijft rustig vergeleken met de kust; wel is er weinig parkeerruimte langs de smalle weg. In juni wordt geoogst en verkopen boeren kersen langs de weg voor 3 tot 6 euro per kilo.
Villena, Jijona en Villajoyosa zijn de tochten voor een regendag
Villena ligt een uur landinwaarts en heeft met het Castillo de la Atalaya een burcht met twee ringmuren; in het archeologisch Museo Municipal ligt de Schat van Villena, tientallen gouden voorwerpen uit de bronstijd die in 1963 werden gevonden. Entree kost enkele euro's en het museum is van dinsdag tot zondag open.
In Jijona, op 25 kilometer van de stad, wordt de zachte turrón gemaakt die heel Spanje met kerst eet; enkele fabrieken hebben een museumdeel met rondleiding voor rond de 5 euro. Villajoyosa aan de kust maakt al ruim twee eeuwen chocolade en heeft een rij felgekleurde vissershuizen aan zee. Orihuela, een uur naar het zuidwesten, heeft een kathedraal en een oude joodse wijk.
Met de bus kom je er beperkt, met de auto overal
Naar de bekendste dorpen rijden bussen van Alsa vanaf de kust, maar vaak maar één of twee keer per dag en niet in het weekend, dus met openbaar vervoer ben je een halve dag kwijt aan het heen en weer komen. Een huurauto kost 30 tot 55 euro per dag en is voor deze tochten praktischer.
De bergwegen zijn smal met haarspeldbochten, dus reken op vijftig kilometer per uur gemiddeld. Tank voor vertrek, want in de dorpen zijn nauwelijks pompen. In juli en augustus is het in het binnenland 33 tot 38 graden: begin vroeg en houd de middag vrij.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer tweeënhalf uur op Alicante en de luchthaven ligt op tien kilometer van de stad. Langs de kust rijdt een tramlijn naar Benidorm en Altea, maar het bergland bereik je daarmee niet. Spanje betaalt met de euro.
Maart tot juni en september tot november zijn de beste maanden voor deze tochten, met 18 tot 27 graden. In de zomer is de kust aangenamer dan het binnenland. In de winter is het overdag 15 tot 19 graden en zijn de dorpen leeg, al sluiten veel restaurants dan op doordeweekse dagen, dus bel vooruit of neem brood mee.