Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Spanje › Sevilla › Wandelen door de wijken van Sevilla, van Triana tot Santa Cruz
Bestemming 12 min lezen

Wandelen door de wijken van Sevilla, van Triana tot Santa Cruz

Robin van den Bosch
Robin van den Bosch Redacteur · 15 juli 2025

De twee wijken liggen aan weerszijden van de rivier

De twee wijken liggen aan weerszijden van de rivier
Foto: Jose Rodriguez Ortega / Pexels
Santa Cruz ligt in het oude centrum, tegen de Catedral en het Alcázar aan, die sinds 1987 samen met het Archivo de Indias op de werelderfgoedlijst staan. Triana ligt aan de overkant van de Guadalquivir en was eeuwenlang een wereld op zich, met een eigen bevolking van zeelieden, pottenbakkers en flamencofamilies; Rodrigo de Triana, de uitkijk die in 1492 als eerste land zag, kwam volgens de overlevering uit deze wijk. Tussen de twee zit ongeveer anderhalve kilometer en één brug, de Puente de Isabel II. Dat klinkt als niets, maar het verschil in sfeer is groter dan de afstand: het ene is een toeristisch decor, het andere een gewone stadswijk waar mensen wonen en werken.

Onder de markt van Triana zat de Inquisitie

Aan de Trianakant van de brug, aan de Plaza del Altozano, stond het Castillo de San Jorge, dat van 1481 tot in de achttiende eeuw de zetel en de gevangenis van de Spaanse Inquisitie in Sevilla was. In de negentiende eeuw werd het gesloopt om er de Mercado de Triana op te bouwen. Die markt staat er nog, en onder de vloer liggen de opgegraven resten van het kasteel, ingericht als museum over de Inquisitie en de vervolging, met gratis toegang. Je loopt dus over de kelders van een gevangenis heen terwijl je boven vis en olijven koopt. Reken op drie kwartier voor het ondergrondse deel.

De brug ertussen is de oudste ijzeren brug van Spanje

De brug ertussen is de oudste ijzeren brug van Spanje
Foto: Jose Rodriguez Ortega / Pexels
De Puente de Isabel II, in de stad gewoon de Triana-brug, is volgens de stadsgeschiedenis tussen 1845 en 1852 gebouwd door Franse ingenieurs, naar het voorbeeld van de Pont du Carrousel in Parijs. Het is de oudste bewaarde ijzeren brug van het land. Hij staat op de fundamenten van dat gesloopte kasteel. Loop hem bij voorkeur bij zonsondergang over van Triana naar het centrum, want dan valt het licht op de overkant en zie je de Giralda boven de daken uitkomen, met de Torre del Oro verderop aan het water.

Santa Cruz was de Joodse wijk tot 1391

Deze wijk was vanaf de dertiende eeuw de judería van Sevilla. Dat eindigde abrupt: op 6 juni 1391 bestormde een menigte de wijk en werden naar schatting vierduizend Joodse inwoners gedood, het grootste deel van de gemeenschap in de stad. Van die geschiedenis is in het straatbeeld weinig terug te zien, en dat is precies wat de moeite van het weten waard is; in de Calle Susona zit een tegel met een schedel die aan de legende van de wijk herinnert. Wat je nu ziet, met de witgekalkte muren en de bloembakken, is grotendeels een opgeknapte versie uit de vroege twintigste eeuw, aangelegd in de aanloop naar de wereldtentoonstelling van 1929.

De smalle straten zijn er voor de schaduw

De smalle straten zijn er voor de schaduw
Foto: AXP Photography / Pexels
De steegjes van Santa Cruz zijn op sommige plekken nauwelijks twee meter breed; de Callejón del Agua langs de muur van het Alcázar en de Calle Pimienta zijn de bekendste. Dat is geen charme maar techniek: hoe smaller de straat, hoe langer hij in de schaduw ligt, en in een stad waar het in juli boven de 36 graden komt is dat het verschil tussen leefbaar en niet. Dezelfde logica zit achter de binnenplaatsen met een fontein, zoals die aan de Plaza de Doña Elvira en de Patio de los Naranjos naast de kathedraal, en achter de doeken die in de zomer boven de winkelstraten worden gespannen. Als je begrijpt dat het hele centrum tegen de zon is ontworpen, loop je er anders doorheen.

Loop in de ochtend en niet in de middag

Loop in de ochtend en niet in de middag
Foto: Ana Rubio / Pexels
In juli en augustus ligt de gemiddelde maximumtemperatuur rond de 36 graden en op hete dagen loopt het richting de 40. Tussen twee en zes uur is buiten lopen dan geen wandeling maar een beproeving. Begin daarom voor negen uur en loop tot een uur of twaalf, of doe het omgekeerde en begin om zeven uur 's avonds. Neem water mee, want de openbare fonteinen zijn schaars, en houd de schaduwkant van de straat aan; dat scheelt echt een paar graden. De Jardines de Murillo aan de rand van de wijk, genoemd naar de schilder Bartolomé Esteban Murillo die in 1617 in deze stad werd geboren, zijn het dichtstbijzijnde stuk schaduw met banken.

Triana leefde van klei uit de rivier

Triana leefde van klei uit de rivier
Foto: Emilio Sánchez Hernández / Pexels
De wijk was eeuwenlang het keramiekcentrum van de stad, dankzij de klei uit de oevers van de Guadalquivir; de Calle Alfarería en de Calle Antillano Campos zijn naar dat ambacht genoemd. De betegelde gevels die je er ziet zijn geen decoratie achteraf maar de reclamezuilen van de werkplaatsen die er zaten. Een deel van die ateliers werkt nog, en het Centro Cerámica Triana is ingericht in de oude Fábrica Santa Ana uit de negentiende eeuw, met de ovens nog op hun plek; reken op een uur voor rond de 2 euro. Voor wie iets wil kopen: let op het verschil tussen handbeschilderd en zeefdruk, want dat scheelt in prijs een factor drie tot vijf.

Een route die de twee wijken verbindt

Een werkbare wandeling is: begin in Santa Cruz bij de Catedral, dwaal een uur door de steegjes, loop via de Torre del Oro langs de rivier naar de Triana-brug, steek over, doe de Mercado de Triana met de kelders eronder en eindig aan de Calle Betis aan het water. Dat is ongeveer drie kilometer en met stops twee tot drie uur. Onderweg liggen aan de Calle Pureza de Capilla de los Marineros, met het beeld van de Esperanza de Triana, en de Iglesia de Santa Ana uit 1276, de oudste kerk van de stad. Let op: de Mercado de Triana is op zondag gesloten, dus plan deze wandeling op een werkdag. Loop de laatste kilometer over de kade aan de Trianakant; dat is het enige stuk waar je de stad in zijn geheel ziet liggen, met de rivier ertussen.

De klok loopt hier anders dan je gewend bent

De lunch begint rond twee uur en het avondeten rond negen. Tussen vier en acht uur is de keuken in de meeste zaken dicht en krijg je alleen iets kleins bij de koffie. Op de kaart staan drie maten: een tapa is een hapje, een media ración een half bord en een ración een vol bord voor twee personen. Reken op 3 tot 5 euro voor een tapa en 10 tot 16 euro voor een ración. Bestel eerst één ronde en kijk dan hoeveel je nodig hebt, want het is vrijwel altijd meer dan het lijkt.

Wanneer je komt

Maart tot mei en oktober zijn de beste maanden om hier te lopen, met 20 tot 28 graden. In april zijn er twee grote feesten, de Semana Santa en de Feria de Abril; dan is de stad vol, zijn de hotels duur en zijn hele straten afgezet voor processies, waarvan die van de Esperanza de Triana in de nacht van Goede Vrijdag de bekendste is. Van juni tot september is het te heet voor een wandeling overdag. In de winter is het 15 tot 18 graden en nagenoeg leeg, en dat is voor deze twee wijken misschien wel het aangenaamste seizoen van het jaar. Met de trein kom je aan op Santa Justa, op twintig minuten lopen van Santa Cruz.
Robin van den Bosch
Over de auteur
Robin van den Bosch

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Robin van den Bosch →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine