Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Sevilla kent geen laagseizoen maar wel vier heel verschillende jaargetijden
Foto: Ana Rubio / Pexels
Sevilla ligt in het dal van de Guadalquivir, ongeveer 80 kilometer van de kust en zonder bergen eromheen die de hitte tegenhouden. Dat maakt de stad een van de warmste van Europa: in juli en augustus is de gemiddelde maximumtemperatuur rond de 36 graden en tijdens hittegolven loopt het op tot boven de 45. De regen valt vrijwel volledig tussen november en maart, samen zo'n 550 millimeter per jaar. Wanneer je gaat bepaalt hier meer dan in welke andere Spaanse stad wat je kunt doen.
Maart tot mei is het beste seizoen en dat weet iedereen
Van half maart tot eind mei zit de temperatuur overdag tussen de 20 en 30 graden en bloeit de sinaasappelbloesem, de azahar. Volgens de gemeente staan er ruim 40.000 zure sinaasappelbomen langs de straten, en de geur hangt eind maart en begin april het sterkst in de stad. Dit is ook het seizoen van de twee grote feesten, waardoor de hotelprijzen in die weken twee tot drie keer zo hoog liggen als in februari. Let op: wie in deze periode gaat moet maanden vooruit boeken, en dat geldt ook voor de kaartjes voor het Alcázar. Buiten de feestweken is april alsnog de aangenaamste maand.
Semana Santa duurt acht dagen en zet de stad stil
De Semana Santa loopt van Palmzondag tot Pasen en valt dus elk jaar anders, tussen half maart en half april. Ruim zestig broederschappen lopen in die week met hun beelden van hun eigen kerk naar de kathedraal en terug, een tocht die per broederschap vier tot veertien uur duurt. De bekendste nacht is de Madrugá, van Witte Donderdag op Goede Vrijdag, wanneer onder meer La Macarena en El Gran Poder de hele nacht door de stad trekken. Reken erop dat straten zonder aankondiging worden afgezet en dat je soms een half uur moet wachten om over te steken.
De Feria de Abril begint twee weken later met een verlichte poort
Foto: Anatolii Maks / Pexels
De Feria de Abril bestaat sinds 1847, begon als veemarkt en start tegenwoordig ongeveer twee weken na Pasen op het terrein Real de la Feria in de wijk Los Remedios, een vlakte van rond de 24 hectare, en opent rond middernacht met het ontsteken van de portada, een tijdelijke poort die elk jaar opnieuw wordt ontworpen. Op het terrein staan rond de duizend casetas, tenten waarin wordt gegeten, gedronken en sevillanas gedanst. Let op: verreweg de meeste casetas zijn privé en alleen voor leden en genodigden; zonder uitnodiging kom je in de handvol openbare tenten en op straat terecht. Overdag rijden er koetsen over het terrein, 's avonds draait het om de dans tot een uur of vijf.
Juni brengt Corpus Christi en de laatste draaglijke weken
Foto: Hub JACQU / Pexels
Corpus Christi valt in de tweede helft van mei of in juni, zestig dagen na Pasen. In de kathedraal dansen dan de Seises, tien jongens in zestiende-eeuwse kleding, voor het altaar; het is een van de weinige plekken ter wereld waar binnen een kerk wordt gedanst. Het gaat vergezeld van een processie 's ochtends door met rozemarijn bestrooide straten. Overdag zit de temperatuur begin juni rond de 32 graden en dat is de laatste maand waarin een dag lopen goed te doen is.
Juli en augustus draaien de stad om naar de avond
In juli en augustus stopt het leven overdag: winkels en veel restaurants sluiten tussen 14.00 en 18.00 uur en de straten zijn dan leeg. Daar staat tegenover dat het pas rond 21.45 uur donker wordt, want Sevilla ligt ver westelijk binnen dezelfde tijdzone als Berlijn, en dat de terrassen tot na middernacht vol zitten. Het Alcázar en andere monumenten houden in deze maanden avondopenstellingen met muziek. Het is de goedkoopste periode van het jaar, met kamerprijzen die de helft lager kunnen liggen dan in april.
September is de maand van het flamencofestival
Vanaf half september zakt de temperatuur naar rond de 30 graden en komt de stad weer op gang. In de even jaren draait dan de Bienal de Flamenco, sinds 1980 om het jaar gehouden, met ruim een maand aan voorstellingen op tientallen plekken, waaronder het Teatro de la Maestranza. Kaartjes lopen van rond de 15 euro voor een kleine zaal tot boven de 50 euro voor de grote avonden. In de oneven jaren blijft het gewone programma van de tablaos draaien, met voorstellingen vanaf ongeveer 20 euro.
Oktober en november zijn zacht, groen en veel goedkoper
In oktober zit het overdag rond de 26 graden en in november rond de 20, met de eerste regen. De rijen bij de kathedraal en het Alcázar zijn dan een fractie van die in het voorjaar en je komt op dezelfde dag nog binnen. In het Parque de María Luisa en op de Plaza de España, allebei aangelegd voor de wereldtentoonstelling van 1929, is het in deze maanden op zijn aangenaamst. Het stierenseizoen in de Maestranza loopt van Pasen tot begin oktober en ligt daarna stil.
De winter is zacht maar niet warm en de stad is van de bewoners
In december en januari is het overdag rond de 16 graden en 's nachts rond de 6; het vriest zelden, maar veel oudere gebouwen hebben geen goede verwarming en dat voel je in appartementen. Van eind november tot 6 januari staan er in kerken en zalen door de hele stad kerststallen, de belenes, waarvan de meeste gratis te bezoeken zijn. Op 5 januari 's middags trekt de Cabalgata de Reyes door het centrum, de driekoningenoptocht, waarbij vanaf de wagens tonnen snoep de menigte in gaan. Dit is de goedkoopste en rustigste periode van het jaar.
Wat elke periode kost en oplevert
Grofweg: april en de eerste helft van mei geven het beste weer en het meeste te zien voor de hoogste prijs, met kamerprijzen van 200 tot 300 euro in het middensegment; oktober en november geven bijna hetzelfde weer voor 80 tot 120 euro per nacht, maar zonder de grote feesten. Juli en augustus zijn goedkoop en leeg, mits je bereid bent je dag om te draaien. December tot februari is het rustigst en het goedkoopst, met korte dagen en kans op regen. Voor de feesten geldt dat ze de stad zowel op zijn mooist als op zijn onhandigst laten zien.