Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Glarus is in één nacht afgebrand en daarna opnieuw getekend
In de nacht van 10 op 11 mei 1861 verwoestte een brand bij storm ruim twee derde van de stad; ongeveer 500 gebouwen gingen verloren. De herbouw gebeurde volgens een rechthoekig stratenplan, waardoor deze plaats er anders uitziet dan elke andere Zwitserse stad van vergelijkbare omvang.
Dit artikel behandelt de stad en de leisteenmijn in de buurt, met entreeprijzen, openingstijden, afstanden en de dingen die vaak door elkaar worden gehaald.
De kerk uit 1866 wordt door twee kerkgenootschappen gebruikt
Op het plein staat een grote kerk die na de brand in rondbogenstijl is herbouwd en die tot 2011 tegelijk door de protestantse en de katholieke gemeente werd gebruikt. Dat was in Zwitserland ongebruikelijk.
De kerk is overdag gratis toegankelijk. Reken op een half uur. Binnen ziet u aan de inrichting nog dat er twee tradities in één ruimte moesten passen. Rondom het plein staan de openbare gebouwen van na de brand, alle uit dezelfde tien jaar.
Op dit plein wordt jaarlijks met handopsteken gestemd
Op de eerste zondag van mei komen de stemgerechtigden van het kanton hier bijeen om in de open lucht over wetten en belastingen te stemmen, door hun hand op te steken. Van de zesentwintig Zwitserse kantons doen er nog twee zo.
Bijwonen is gratis en toeschouwers mogen erbij staan; het begint rond half elf en duurt tot een uur of drie. Praktisch: er is die dag nauwelijks parkeerruimte en de treinen zitten vol. Het is de enige gelegenheid van het jaar waarop deze stad echt vol staat.
De leisteenmijn ligt niet in de stad maar twaalf kilometer zuidelijker
De bekende ondergrondse leigroeve, waar tot 1961 platen werden gewonnen voor daken en schoolborden, ligt in een dorp verderop in het dal. Vanaf de stad rijdt u er in twintig minuten heen; er stopt ook een trein.
Een rondleiding kost 20 tot 25 euro voor volwassenen en de helft voor kinderen, duurt anderhalf uur en gaat van mei tot oktober. Binnen is het rond de 8 graden, dus neem een jas mee. Let op: u loopt met een lamp over ongelijke bodem, met kinderwagens is het niets.
Het kunsthuis staat er sinds 1952 en toont hedendaags werk
Aan de rand van het centrum ligt een tentoonstellingsgebouw dat zich op hedendaagse kunst richt en dat in de vakwereld een naam heeft die niet bij de omvang van de plaats past.
Entree kost rond de 12 frank; het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van tien tot twaalf en van twee tot zes. Reken op een uur. Wat er hangt, wisselt per tentoonstelling; er is geen vaste collectie die u altijd kunt zien, dus kijk het programma vooraf na.
De textielindustrie maakte dit dal vroeg industrieel
In de negentiende eeuw stonden hier tientallen katoendrukkerijen die stoffen tot in Afrika en Azië verkochten. Uit die tijd stamt de fabriekswet van 1864 die de werkdag tot elf uur beperkte, een van de eerste van Europa.
Van de fabrieken staan er nog gebouwen langs de rivier, deels omgebouwd tot woningen en werkplaatsen. Een museum met stoffen en drukblokken zit in een buurdorp; entree kost enkele franken. De streekkaas met kruiden die hier sinds 1463 wordt gemaakt, koopt u in elke winkel.
Boven de stad staat een top van bijna drieduizend meter
Ten westen rijst een bergmassief op tot 2.904 meter, met een sneeuwveld dat volgens de plaatselijke overlevering het tuintje van een meisje is dat door de gletsjer werd verzwolgen. Die naam wordt in het hele dal gebruikt.
Beklimmen is werk voor ervaren bergwandelaars met uitrusting en duurt twee dagen. Wie het uitzicht wil zonder de klim: vanaf een dorp verderop gaat een kabelspoor naar een autovrij plateau op 1.256 meter, waar u in een half uur bent en waar kinderwagens gewoon kunnen rijden.
In een dorp verderop schijnt de zon door een gat in de rots
In het bovenste deel van het dal zit in een bergkam een natuurlijke opening van ongeveer 19 meter breed. Twee keer per jaar, rond 12 maart en 1 oktober, valt het zonlicht daar precies doorheen op de kerktoren van het dorp eronder.
Kijken kost niets; het schouwspel duurt een paar minuten en trekt honderden mensen. De rotsen eromheen horen bij een geologisch gebied dat sinds 2008 op de werelderfgoedlijst staat, omdat de aardlagen er ondersteboven over elkaar heen zijn geschoven.
Praktisch
Vanuit Nederland rijdt u in ongeveer acht uur; vanaf Zürich is het een uur met de auto over 70 kilometer, of vijf kwartier met de trein met één overstap. Zwitserland betaalt met de frank en voor de snelwegen hebt u een vignet van 40 frank nodig.
Juni tot september geeft 18 tot 26 graden en is het wandelseizoen; in het dal ligt van december tot maart sneeuw. Let op: dit is een smal dal met één doorgaande weg, dus bij werkzaamheden of lawinegevaar staat u vast. Overnachten is hier goedkoper dan in de bekende Zwitserse dalen.