Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
In de zomer is Andorra een berggebied zonder de bergprijzen
Zodra de sneeuw weg is, verandert Andorra van skiland in wandel- en fietsland, en dat tweede gezicht is bij Nederlanders nauwelijks bekend. Onterecht: de hoogste toppen van de Pyreneeën, gletsjermeren op wandelafstand van de weg en cols die de grote wielerrondes aandoen, tegen prijzen die onder die van de Alpen liggen.
Dit artikel zet het zomerprogramma op een rij: de meren, de hoogste top, het UNESCO-dal en het fietsen, met tijden, afstanden en de vaste bergregels erbij. Uitvalsbasis is overal hetzelfde dal; niets ligt verder dan een half uur rijden van de hoofdstad op 1.023 meter.
De Tristaina-meren zijn de instapwandeling
De bekendste wandeling van het land is het rondje langs de drie Tristaina-meren bij Ordino: 4,4 kilometer in ongeveer drie uur, startend bij de parkeerplaats van skigebied Ordino Arcalís. De meren worden onderweg steeds groter, met het bovenste, ronde meer aan de voet van de Tristaina-top van 2.878 meter als keerpunt.
Het pad is gemarkeerd en voor iedereen met bergschoenen te doen, en juist daarom in juli en augustus vanaf de late ochtend druk. Start voor 10.00 uur; dat is op alle Pyreneeënpaden sowieso de regel, want de zomeronweders komen vrijwel altijd in de middag. Sneeuwvelden liggen er tot in juli, dus stokken zijn geen overbodige luxe.
De Coma Pedrosa is de top voor wie meer wil
Het dak van Andorra is de Coma Pedrosa van 2.943 meter, en de beklimming vanaf Arinsal is technisch eenvoudig maar stevig: volgens de gangbare routetijden vier tot zes uur omhoog en twee tot vier terug, met zo'n 1.400 meter hoogteverschil. Onderweg passeer je de meren van Les Truites en de berghut waar de meeste wandelaars pauzeren.
Dit is een hele dag en een echte bergtocht: vroeg starten, veel water, lagen en een blik op het weerbericht zijn verplicht. Wie de top niet hoeft, keert bij de hut of de meren; ook dat is al een dagtocht van formaat. De beloning boven is een rondblik over drie landen, Andorra, Spanje en Frankrijk.
Het Madriu-dal is werelderfgoed zonder weg erheen
De Madriu-Perafita-Claror-vallei, sinds 2004 UNESCO-werelderfgoed, is het geheim van het land: een gletsjerdal van 4.247 hectare, zo'n 9 procent van heel Andorra, zonder doorgaande weg. Wie erin wil, gaat te voet, langs stenen herdershutten, terrasmuren en weides die al eeuwen gemeenschappelijk beheerd worden.
De klassieke kennismaking is de wandeling vanaf Escaldes het dal in en terug, een halve tot hele dag naar keuze; doorstappers kunnen met een overnachting in een berghut het hele dal door. Het contrast is het punt: op een uur lopen van de winkelstraat is het stil op een manier die in de Alpen zeldzaam is geworden. Neem alles mee wat je nodig hebt, want in het dal is niets te koop.
Er zijn meer meren dan alleen Tristaina
Het Engolasters-meer ligt op 1.616 meter vlak boven Escaldes-Engordany en is met de auto of de bus te bereiken; het rondje eromheen is ongeveer een uur en vrijwel vlak, wat het de makkelijkste bergwandeling van het land maakt. Hoger in de Vall d'Incles bij Canillo liggen de Juclà-meren op rond de 2.300 meter, met het grootste meer van Andorra; reken op twee tot drie uur klimmen. In het natuurpark van de Sorteny-vallei bij Ordino groeien volgens de parkbeheerders rond de zevenhonderd plantensoorten en staat een botanische tuin op 1.850 meter. Toegang tot alle drie is gratis.
De GRP loopt in zeven etappes rond het hele land
De Gran Recorregut del Principat, kortweg de GRP, is een rondwandeling van ongeveer 120 kilometer die in zeven etappes langs de randen van Andorra voert, met berghutten onderweg die gratis of vrijwel gratis te gebruiken zijn. De meeste mensen lopen er losse dagen van, bijvoorbeeld vanaf Encamp of La Massana. Bij Canillo hangt daarnaast het uitkijkplatform Roc del Quer, dat in 2016 werd geopend en ongeveer 20 meter over de rand van het dal uitsteekt. Voor gezinnen ligt in Sant Julià de Lòria het park Naturlandia met de Tobotronc, een zomerrodelbaan van rond de 5 kilometer door het bos.
Fietsers komen voor de cols van de grote rondes
Andorra is bij wielrenners bekend terrein: de cols rond het land duiken geregeld op in de grote rondes van Spanje en Frankrijk, en veel profs wonen er. Voor amateurs betekent dat bewegwijzerde klimroutes vanaf het dal, met de klim naar Ordino Arcalís als bekendste, en huurfietsen, ook elektrisch, in de hoofdstad en de dorpen voor tientallen euro's per dag.
De hoogte is de factor die vlaklanders onderschatten: elke klim start al boven de duizend meter. Begin met één col per dag en neem de e-bike zonder schaamte; het uitzicht is hetzelfde. Mountainbikers hebben in de zomer eigen terrein in de bikeparken van Vallnord-Pal en Arinsal, waar de liften dan voor fietsen draaien en waar tientallen afdalingen zijn uitgezet; een dagpas kost rond de 30 euro.
De baden en de winkelstraat blijven het slechtweerplan
Ook in de zomer regent het in de bergen geregeld een middag, en dan heeft Andorra zijn vaste reserve: Caldea, het thermale badcomplex in de toren van 80 meter, en de winkelstraat van anderhalve kilometer met de IGI van 4,5 procent als korting. Reserveer Caldea online op regendagen, want dan wil iedereen hetzelfde.
Houd bij aankopen de grenslimieten aan: 900 euro aan goederen per volwassene, met stelselmatige controle bij de grensposten volgens de douanevoorschriften. En plan het winkelen niet op zaterdag, wanneer de dagjesmensen uit Spanje en Frankrijk komen; doordeweeks is dezelfde straat half leeg.
Praktisch voor de zomer
De zomertemperaturen zijn het verkoopargument: 20 tot 27 graden in het dal, 10 tot 18 op de meren, en frisse nachten die slapen makkelijk maken. Neem voor elke tocht lagen, zonnebrand en water mee, want de zon op 2.000 meter brandt harder dan het voelt en bevoorrading onderweg is schaars.
Betalen gaat overal in euro's met kaart, de bussen tussen de dorpen zijn goedkoop en betrouwbaar, en een huurauto is alleen nodig voor wie elke dag een ander dal wil. Boek onderkomens voor juli en augustus vooruit; de dorpen bij Ordino zijn de rustige basis, de hoofdstad de praktische.
Wanneer je gaat
Het wandelseizoen loopt van eind juni tot en met september: dan zijn de meren ijsvrij en de paden sneeuwvrij, met juli en augustus als warmste en drukste maanden. September is de beste maand, met heldere nazomerlucht, lege paden en hotelprijzen onder het jaargemiddelde.
Juni is wisselvallig: het dal is groen, maar boven de 2.400 meter kunnen sneeuwvelden de hoogste tochten nog blokkeren, en een deel van de berghoreca opent pas eind juni. Oktober kleurt de bossen en is voor dalwandelingen prachtig, maar de hoge routes worden dan weer een gok; wie voor de toppen komt, houdt het op juli tot en met september.