Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
In het kerngebied fiets je alleen op de aangewezen paden
Foto: Miriam Krause / Unsplash
Het natuurreservaat van de Lüneburger Heide is volgens de parkbeheerder ruim 23.000 hectare groot en autovrij, maar dat betekent niet dat je er overal mag fietsen. Er zijn vaste routes, en daarbuiten geldt het gebied als wandelterrein.
Dat is de belangrijkste regel om vooraf te kennen. Dit artikel behandelt de fiets- en wandelroutes, met afstanden, ondergrond en de tijden waarop het er druk is. Ter vergelijking: dit heidegebied is ruim vier keer zo groot als het Nationaal Park De Hoge Veluwe.
De Wilseder Berg bereik je niet met een gewone fietsroute
De top op 169 meter ligt midden in het beschermde gebied. Fietsen mag tot bepaalde punten en daarna ga je te voet verder; de laatste stukken zijn zandpaden waar fietsen niet is toegestaan.
Vanaf Undeloh is het ongeveer 4 kilometer naar het gehucht Wilsede en vandaar nog een stuk omhoog. Reken op een halve dag heen en terug. Zet je fiets bij de aangegeven plekken en loop verder; los zand rijdt bovendien zwaar, ook met brede banden.
Buiten het reservaat ligt een net van honderden kilometers fietspad
Rond het beschermde gebied lopen bewegwijzerde fietsroutes langs dorpen, bossen en beekdalen, grotendeels verhard en vrijwel vlak; het hoogste punt van de hele streek is 169 meter, wat voor Noord-Duitsland veel is en voor een fietser niets.
Fietsen is gratis; huren kost 12 tot 20 euro per dag en elektrisch 25 tot 40 euro. Reken op lussen van 25 tot 50 kilometer, bijvoorbeeld vanaf Bispingen of Soderstorf, waar bij de Oldendorfer Totenstatt grafheuvels en hunebedden uit de steentijd langs het pad liggen. De verharde routes zijn met kinderen goed te doen; de zandpaden in het reservaat zijn dat niet, want daar zakken smalle banden in weg.
De Heidschnuckenweg is een wandelpad van ruim tweehonderd kilometer
Deze route loopt in dertien etappes van Hamburg-Fischbek naar Celle, over 223 kilometer heide, bos en veen. Hij is genoemd naar de Heidschnucken, het heideschaap dat het landschap kort houdt.
Lopen is gratis. Etappes zijn 12 tot 25 kilometer en overnachten kost 60 tot 110 euro per persoon in de dorpen langs de route. Reken op een week voor het geheel. Wie een dag wil lopen, kiest de etappes bij Undeloh en Schneverdingen, want daar loopt het pad het langst over open heide.
Het Pietzmoor bij Schneverdingen loop je over vlonders
Foto: Roman Kraft / Unsplash
Aan de westkant ligt met het Pietzmoor een hoogveen waar tot in de jaren zestig turf is gestoken. Over de natte delen ligt een houten pad van enkele kilometers met borden over het herstel.
Toegang is gratis en het pad is dag en nacht open. Reken op een rondje van 4 tot 5 kilometer, anderhalf uur. Fietsen mag er niet. De planken zijn bij regen en vorst glad; draag schoenen met profiel en houd kinderen op het pad, want het veen ernaast is drassig en dieper dan het lijkt.
De Totengrund is een dal en geen bos
Deze komvormige laagte van ongeveer 30 hectare is in 1906 aangekocht om ontginning te voorkomen. Het is open heide met enkele jeneverbessen, niet het bosgebied waarvoor het soms wordt aangezien.
Toegang is gratis en het gebied is dag en nacht open. Vanaf Wilsede loop je er in een half uur heen. In de bloeitijd staat hier in het weekeinde een rij mensen op het uitzichtpunt; ga bij zonsopgang, dan heb je het dal voor jezelf en staat de zon laag in de kom.
Undeloh is het startpunt met de meeste voorzieningen
Dit dorp ligt aan de rand van het reservaat en heeft rietgedekte vakwerkhuizen, een kerk uit de dertiende eeuw, fietsverhuur, koetsen en parkeerplaatsen.
Parkeren kost 4 tot 8 euro per dag. Vanaf hier vertrekken de koetsen naar Wilsede, het autovrije gehucht in het gebied, voor 12 tot 20 euro per persoon. In het bloeiseizoen zit het dorp in het weekeinde vanaf 11.00 uur vol; kom vroeg of start in Niederhaverbeck of een van de andere kleine dorpen aan de zuidkant, waar de parkeerplaatsen kleiner maar rustiger zijn.
De heide bloeit maar drie tot vier weken per jaar
De struikheide kleurt doorgaans van half augustus tot begin september. De rest van het jaar is het gebied groen, bruin of grijs, en dat is precies wat veel bezoekers verrast.
Toegang is het hele jaar gratis en de paden zijn van zonsopgang tot zonsondergang begaanbaar. Buiten de bloei zijn de accommodaties de helft goedkoper: een huis voor vier kost dan 90 tot 130 euro per nacht in plaats van 180 euro, en je fietst kilometers zonder iemand tegen te komen. In juni bloeit de heide nog niet; wie voor de kleur komt, moet in augustus zijn.
Praktisch
Vanaf de Nederlandse grens rijd je drie tot vier uur; de streek ligt tussen Hamburg en Hannover. Er zijn geen tolwegen. Duitsland betaalt met de euro; neem contant geld mee voor koetsen, fietsverhuur en kleine kassa's.
Mei tot oktober geeft 14 tot 24 graden. Op de heide is er geen schaduw en geen kraan; neem water mee en houd rekening met wind. Honden moeten in het hele reservaat aan de lijn, ook op de brede paden, omdat er schapen lopen en vogels op de grond broeden.