De Odenwald is het stille middelgebergte tussen drie steden
Foto: Michael Schlierf / Pexels
De Odenwald ligt ingeklemd tussen Darmstadt, Heidelberg en Wurzburg en beslaat ongeveer 2.500 vierkante kilometer bos, weide en beekdal. Het hoogste punt is de Katzenbuckel met 626 meter. Ondanks de ligging vlak bij het Rijn-Maingebied is het er opvallend rustig, en dat is precies waarom mensen er komen.
Dit artikel gaat over het landschap, de wandelroutes en de vakwerkdorpen, met afstanden en seizoenen erbij.
De bossen bedekken bijna driekwart van het gebied
Ongeveer 70 procent van de Odenwald is bebost, vooral met beuken, eiken en sparren, en die dichtheid is de reden dat je er binnen tien minuten lopen geen huis meer ziet. De bodem is grotendeels zandsteen, wat zorgt voor droge, goed beloopbare paden.
Het gebied is sinds 2004 als Geo-Naturpark Bergstrasse-Odenwald erkend en behoort tot het wereldwijde UNESCO Global Geoparks-netwerk. Houd er rekening mee dat de hellingen weliswaar niet hoog zijn, maar wel talrijk: een route van 12 kilometer verzamelt hier al gauw 350 hoogtemeters.
De Felsenmeer is het bekendste natuurbeeld
Bij Lautertal-Reichenbach ligt de Felsenmeer, een helling bezaaid met duizenden granietblokken die volgens geologen ongeveer 340 miljoen jaar geleden zijn ontstaan en door verwering zijn blootgelegd. Het pad loopt er dwars overheen, waarbij je letterlijk van blok naar blok klautert.
De klim naar boven is zo'n 1,5 kilometer en kost een uur; het parkeren kost enkele euro's en het gebied zelf is gratis. Boven staan Romeinse steenhouwwerken, waaronder een onafgemaakte zuil van ruim 9 meter. Bij regen zijn de blokken glad; met kleine kinderen is de vlakke bosweg ernaast de betere keuze.
Wandelen doe je op de Nibelungensteig of de rondes
Foto: Andreas Geissler / Pexels
De Nibelungensteig is de lange-afstandsroute die in ongeveer 130 kilometer van Zwingenberg aan de Bergstrasse naar Freudenberg aan de Main loopt, doorgaans in zeven etappes. Hij is doorlopend bewegwijzerd en volgt de kammen, dus de uitzichten zitten aan het begin van elke dag.
Voor dagwandelaars zijn er tientallen gecertificeerde rondes van 6 tot 15 kilometer vanaf de dorpen. De Alemannenweg rond het Erbacher gebied telt ongeveer 145 kilometer als lus. Neem een papieren kaart of een GPX-track mee, want in de bosgedeelten is het mobiele bereik plaatselijk slecht.
De vakwerkdorpen liggen op fietsafstand van elkaar
De streek hoort bij de Deutsche Fachwerkstrasse, de route langs vakwerksteden die zich over meerdere deelstaten uitstrekt. In de Odenwald zijn dat onder meer Michelstadt met zijn raadhuis uit 1484, Erbach met zijn slot, Lindenfels op 400 meter met een burchtruine, en Amorbach met zijn abdijkerk.
Ze liggen doorgaans 10 tot 25 kilometer uit elkaar, dus met de fiets doe je er twee op een dag. Op de marktpleinen kost een koffie rond de 3 euro en een warme maaltijd 12 tot 18 euro. Houd er rekening mee dat veel kleine musea alleen van april tot oktober open zijn en vaak op maandag dicht.
De Limes en de burchten dragen de geschiedenis
Foto: Kai Pilger / Pexels
Door het oosten van de Odenwald liep de Romeinse grens: de Odenwaldlimes uit ongeveer 100 na Christus, met wachttorens en forten waarvan de fundamenten op verschillende plekken zijn blootgelegd. Sinds 2005 staat de Obergermanisch-Raetische Limes op de werelderfgoedlijst van UNESCO.
Daarnaast liggen er tientallen burchten en ruines. Burg Frankenstein bij Darmstadt is de bekendste door zijn naam, Schloss Auerbach heeft twee beklimbare torens met uitzicht over de Rijnvlakte, en de Wachenburg en Windeck bij Weinheim staan boven de Bergstrasse. Entree ligt meestal tussen de 3 en 8 euro.
De Bergstrasse is de warme rand van het gebergte
Aan de westkant valt de Odenwald steil af naar de Rijnvlakte, en die strook heet de Bergstrasse. Door de beschutting van de bergrug en de lage ligging is het er merkbaar milder: de amandel- en kersenbloesem begint hier vaak al begin maart, weken eerder dan in het achterland.
Er groeit ook wijn: het wijngebied Hessische Bergstrasse is met ongeveer 460 hectare een van de kleinste van Duitsland en levert vooral riesling. Een proeverij bij een wijnhuis kost rond de 15 euro. Heppenheim en Bensheim zijn de mooiste stadjes op deze strook, allebei met een vakwerkplein.
Met kinderen en op de fiets
Voor gezinnen zijn er de Nibelungen-avonturenpaden, de wildparken bij Michelstadt en Gross-Umstadt, en de zomerrodelbaan bij Wald-Michelbach. Ook de mijn Grube Marie in Hesseneck en de Tropfsteinhohle Eberstadt, een druipsteengrot die in 1971 bij toeval werd ontdekt, doen het goed; entree rond de 7 euro en het is er jaarrond ongeveer 10 graden.
Fietsers volgen de dalen, want de kammen zijn stevig. De route langs de Mumling van Erbach naar de Main is grotendeels vlak en ruim 30 kilometer lang, en de Main zelf heeft een doorlopend fietspad. Elektrische fietsen zijn hier geen luxe, met huurprijzen vanaf ongeveer 30 euro per dag.
Praktisch en wanneer je gaat
Vanuit Nederland rijd je in vier tot vijf uur naar de Odenwald, met Frankfurt en Mannheim als dichtstbijzijnde grote steden. Duitsland betaalt met de euro. Neem contant geld mee, want in kleine dorpshoreca is pinnen nog niet vanzelfsprekend.
Mei en juni geven het verse groen en de bloeiende weiden, september en oktober de herfstkleuren in de beukenbossen en de wijnfeesten aan de Bergstrasse. Juli en augustus zijn aangenaam maar in de dalen soms benauwd. Houd er rekening mee dat in de winter veel horeca in de kleinere dorpen doordeweeks gesloten is en dat de bergwegen bij sneeuw glad worden.