Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het Odenwald heeft twee natuurparken, niet vier
Foto: Anh Nguyen / Pexels
In teksten over deze streek duiken al gauw vier of vijf beschermde gebieden op, maar het gaat om twee: een geopark dat de Bergstraße en het westelijke Odenwald beslaat, en een natuurpark langs de Neckar in het zuidoosten. Er is hier geen biosfeerreservaat.
Beide overlappen deels en samen beslaan ze het grootste deel van het middelgebergte tussen Darmstadt, Heidelberg en Würzburg. Dit artikel gaat over de routes erdoorheen, met afstanden, hoogtes en entreeprijzen.
Het geopark draagt sinds 2015 een Unesco-label
Foto: Joerg Hartmann / Pexels
Volgens het geopark zelf is het westelijke deel erkend omdat er op korte afstand gesteenten van zeer verschillende ouderdom aan de oppervlakte komen: graniet, zandsteen en kalksteen, met de scheidslijn dwars door de streek.
Dat verklaart waarom het landschap binnen tien kilometer verandert van steile wijnhellingen naar dichte bossen. Er zijn geologische leerpaden met borden, gratis toegankelijk, en bezoekerscentra met kaarten. Reken op routes van 5 tot 15 kilometer met 200 tot 400 hoogtemeters.
De rotszee is een Romeinse steengroeve
Op een helling ligt een veld van duizenden granietblokken die door verwering zijn ontstaan en dat er als een bevroren stroom uitziet. Tussen die blokken liggen half afgewerkte Romeinse werkstukken, waaronder een zuil van meer dan negen meter die nooit is weggehaald.
Je klimt er tussen de blokken omhoog, wat ongeveer een half uur kost en met kinderen goed te doen is. Toegang is gratis; parkeren kost enkele euro's. Bij nat weer zijn de stenen glad. Boven staat een informatiecentrum dat uitlegt hoe de Romeinen hier werkten.
De Romeinse grens liep dwars door deze streek
Foto: Anh Nguyen / Pexels
Door het Odenwald loopt een stuk van de grenswal die het Romeinse Rijk aan deze kant afsloot, met wachttorens en fortresten. Het geheel staat sinds 2005 op de werelderfgoedlijst.
Op verschillende plekken zijn torens gereconstrueerd en zijn de fundamenten van forten uitgegraven; die zijn gratis toegankelijk. Er loopt een gemarkeerd pad langs het tracé, dat je in etappes kunt lopen. Voor wie geschiedenis met bos wil combineren, is dit de aardigste route van de streek.
Het hoogste punt is een oude vulkaan
Met 626 meter is de hoogste heuvel van het Odenwald de restant van een vulkanische pijp, waarvan het harde gesteente is blijven staan terwijl de omgeving wegsleet. Er staat een uitkijktoren op de top.
De klim vanaf het dichtstbijzijnde dorp is ongeveer 250 hoogtemeters en kost een uur. De toren is tegen een kleine bijdrage te beklimmen en geeft zicht over het hele middelgebergte. In de oude steengroeve ernaast is de vulkanische oorsprong goed te zien.
Twee lange routes doorkruisen het gebied
Van west naar oost loopt een pad van ongeveer 125 kilometer in zeven etappes, dat begint aan de Bergstraße en over de bosruggen naar het oosten gaat. Daarnaast loopt langs de Neckar een route van vergelijkbare lengte in negen etappes, met kastelen boven de rivier.
Beide zijn goed gemarkeerd en de etappes eindigen in dorpen met een station of bushalte. Overnachten kost 60 tot 90 euro voor twee personen. Let op: op de bosruggen liggen de dorpen ver uit elkaar en is er soms tien kilometer zonder voorziening; neem eten en water mee.
De westrand bloeit vroeger dan de rest
Langs de westelijke helling ligt een strook waar door de ligging en de bodem een uitzonderlijk mild klimaat heerst. Amandel- en kersenbomen bloeien er in maart, weken eerder dan in de rest van Duitsland, en er groeit wijn.
Er lopen wandelroutes tussen de wijngaarden en de dorpen, met veel uitzicht over de Rijnvlakte. In maart en april is dat de mooiste route van de streek. De klim vanaf de vlakte naar de bosrand is 200 tot 300 meter en levert het contrast op tussen wijnbouw en bos binnen een half uur lopen.
Fietsen kan, maar niet overal ontspannen
Door de dalen lopen fietsroutes over oude spoortracés en langs de rivieren, vlak en verhard. Op de ruggen wordt het anders: daar gaat het over bosbanen met steile klimmen van 200 tot 400 meter achter elkaar.
Voor gezinnen zijn de daltrajecten geschikt; voor de rest is een fiets met versnellingen of ondersteuning nodig. Verhuur zit in de grotere plaatsen vanaf ongeveer 15 euro per dag. Fietsen mogen in de regionale treinen mee, wat een enkele richting mogelijk maakt.
Praktisch
Het gebied ligt op ongeveer vier tot vijf uur rijden vanuit het midden van Nederland, tussen Frankfurt en Heidelberg. Er rijden regionale treinen naar de plaatsen aan de randen en door het Neckardal. Duitsland betaalt met de euro.
April tot oktober is het aangenaamste seizoen met 15 tot 25 graden; mei en september zijn het rustigst. In de winter zijn de bospaden modderig en ligt er soms sneeuw op de ruggen. Musea en uitkijktorens zijn buiten het seizoen vaak alleen in het weekend open; controleer dat voordat je ervoor omrijdt.