Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De witte houten villa's aan deze kust zijn tussen 1870 en 1910 gebouwd
Foto: Philipp Deus / Unsplash
Toen het zeebaden in de mode kwam, verrezen aan de oostkust van Rügen badplaatsen met houten huizen vol veranda's, erkers en torentjes. Die bouwstijl heet hier badarchitectuur, stamt uit de Belle Époque en staat er nog grotendeels.
De vijf plaatsen liggen binnen 20 kilometer van elkaar aan hetzelfde strand aan de Oostzee. Dit artikel behandelt ze afzonderlijk, met afstanden, kosten en openingstijden.
Binz is de grootste en de drukste
Deze badplaats heeft een strand van kilometers, een pier van bijna 400 meter en de gaafste rij witte villa's van het eiland, met het Kurhaus als middelpunt. Er wonen volgens de gemeente ongeveer 5.000 mensen en in de zomer verveelvoudigt dat.
Het strand is gratis; een strandstoel kost 8 tot 12 euro per dag. Je betaalt kurtaxe van 2 tot 4 euro per persoon per dag bij je accommodatie, waarmee je een kurkarte krijgt. In juli en augustus staat de promenade vol; ga voor 10.00 uur of na 18.00 uur als je foto's wilt.
De pier van Sellin heeft een paviljoen dat in 1998 is herbouwd
Het oorspronkelijke gebouw op de pier stamt uit het begin van de twintigste eeuw en is in de loop van de eeuw verwoest en verwaarloosd. Wat je nu ziet, is een reconstructie uit 1998.
Op de pier lopen is gratis of kost enkele euro's in het hoogseizoen. Er is een lift van de badstraat naar het strand. Het restaurant in het paviljoen rekent 15 tot 30 euro voor een hoofdgerecht. Vanaf Binz is het 10 kilometer, een kwartier rijden of een halfuur met de Rasende Roland, de smalspoortrein.
Göhren ligt op een schiereiland met twee stranden op verschillende windzijden
De plaats ligt op het schiereiland Mönchgut in het zuidoosten, met een noordstrand en een zuidstrand die door de kaap Nordperd worden gescheiden; dat is meteen het oostelijkste punt van het eiland. Bij harde wind is er dus altijd een luwe kant.
Beide stranden zijn gratis. Hier eindigt de smalspoorlijn die sinds 1895 rijdt; een rit vanaf Putbus kost 10 tot 20 euro en duurt ruim een uur. In het dorp zitten enkele kleine musea over de streek, elk voor enkele euro's, doorgaans van dinsdag tot zondag open.
Baabe en Thiessow zijn de kleine, rustige plaatsen
Foto: Roman Kraft / Unsplash
Baabe ligt tussen de bossen en het strand en heeft weinig van de grote badarchitectuur; Thiessow ligt helemaal op de punt van Mönchgut en is nauwelijks meer dan een gehucht met een strand. Het hele schiereiland valt onder het Biosphärenreservat Südost-Rügen.
Beide stranden zijn gratis en er wordt kurtaxe geheven. In Thiessow is het water aan de binnenzijde ondiep en vlak, wat het voor kleine kinderen en beginnende surfers geschikt maakt. Wie hier avondvertier zoekt, komt bedrogen uit: na 21.00 uur is er buiten enkele restaurants niets open.
Sassnitz is een havenstad, geen badplaats
Deze plaats aan de noordoostkust leeft van de visserij en de veerdiensten. De haven heeft een pier van ruim een kilometer, en in het havenbekken ligt een onderzeeboot die als museum dienstdoet; recht vooruit ligt de Oostzee, met Bornholm op zo'n negentig kilometer.
Het museumschip kost rond de 10 euro entree en is doorgaans dagelijks open van 10.00 tot 18.00 uur. Reken op een uur. Van hieruit ben je in tien minuten bij Nationaal Park Jasmund met de Königsstuhl, en dat is de reden om hier te verblijven, niet het strand.
Putbus ligt niet aan zee
De witte stad is vanaf 1810 door een vorst als planstad gebouwd, met een rond plein, een theater en louter witgepleisterde huizen. Ze ligt in het binnenland; het bijbehorende haventje Lauterbach aan de binnenzee is 3 kilometer verderop.
Rondlopen kost niets; het park is gratis toegankelijk en het theater speelt in het seizoen. Vanaf hier vertrekt de smalspoortrein naar de badplaatsen. Reken op anderhalf uur voor stad en park. Wie hier strand verwacht, zit verkeerd: dat begint pas 10 kilometer oostwaarts.
Wat de badplaatsen onderling verschillen in prijs en drukte
Binz en Sellin zijn het duurst en het drukst; Baabe, Göhren en Thiessow zijn goedkoper en rustiger. Het strand is over de hele oostkust van hetzelfde zand.
Reken in juli en augustus op 30 tot 50 procent hogere huurprijzen dan in mei of september. Alle plaatsen heffen kurtaxe. Ze liggen aan één weg en aan één smalspoorlijn, dus je kunt in de rustige plaatsen slapen en overdag naar de drukke gaan; andersom werkt slechter, want parkeren in Binz kost 3 tot 5 euro per uur.
Praktisch
Vanaf de Nederlandse grens rijd je zes tot acht uur. Er rijden treinen tot Binz; op het eiland zelf verbindt de smalspoortrein Putbus met Göhren in ruim een uur. Duitsland betaalt met de euro.
Juli en augustus geven 18 tot 24 graden en dan staan de toegangswegen vast; mei, juni en september geven 14 tot 21 graden met veel minder mensen. Buiten het seizoen sluit een deel van de horeca en de piers, maar de stranden en de promenades blijven gewoon toegankelijk.