Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Dresden, Leipzig en het zandsteengebergte liggen dicht bij elkaar
Foto: Markus Spiske / Pexels
Wie Saksen in één reis wil zien, plant drie dagen die sterk van elkaar verschillen: barok Dresden, muzikaal Leipzig en de rotswereld van de Saksische Schweiz. De afstanden zijn klein en de treinen snel.
Dit artikel werkt de drie dagen praktisch uit, met prijzen, tijden en de valkuilen die je bij elk van de drie kunt vermijden.
Dresden doe je van koepel tot kade
Begin bij de Frauenkirche, het symbool van de herbouwde stad: in de Tweede Wereldoorlog ingestort, in 2005 voltooid herrezen, en volgens de kerk kost de koepelklim 12 euro over zo'n 280 brede treden. Plan de klim in de ochtend, voordat de bezoekersstroom aanzwelt.
Daarna is de looproute vanzelfsprekend: over de Brühlsche Terrasse langs de Semperoper van Gottfried Semper naar het Zwinger-paleis, dat Matthäus Daniel Pöppelmann bouwde en Balthasar Permoser van beelden voorzag. Daarbinnen hangen in de Gemäldegalerie Alte Meister werken van Rafael en Vermeer, in het Residenzschloss ligt het Grünes Gewölbe met de schatkamer van August de Sterke, en in het Albertinum hangen Caspar David Friedrich naast Gerhard Richter en Georg Baselitz; reken op 12 tot 14 euro per museum. Met de avond steek je de Elbe over naar de wijk waar het jonge Dresden zijn passages en kroegen heeft.
Leipzig volgt de muziek en de geschiedenis
Foto: Travel Photographer / Pexels
Leipzig loop je langs twee sporen. Het muzikale spoor voert naar de Thomaskirche, waar Johann Sebastian Bach van 1723 tot 1750 cantor was en het Thomanerchor zijn muziek nog wekelijks zingt; het Bach-Museum ernaast kost rond de 10 euro en het Gewandhausorchester speelt in de concertzaal aan het Augustusplein. Het historische spoor begint bij de Sint-Nicolaaskerk, in de achttiende eeuw klassicistisch verbouwd door Dauthe, waar in 1989 de vredesgebeden uitgroeiden tot de Vreedzame Revolutie die de Berlijnse Muur hielp neerhalen.
Buiten het centrum staat het Völkerschlachtdenkmal, 91 meter hoog uit 1913 boven het slagveld van 1813, te beklimmen voor rond de 10 euro. Met kinderen is de Zoo Leipzig het adres, met de tropenhal Gondwanaland onder een glazen dak. Sluit af in een van de overdekte passages of in de kelder waar Goethe zijn Faust liet drinken.
De Saksische Schweiz vult een hele dag
Foto: Wolfgang Weiser / Pexels
Vanuit Dresden brengt de S-Bahn je in een half uur naar de dorpen onder de rotsen, en vandaar klimt het pad naar de Bastei: de Basteibrug uit 1851 die op zo'n 194 meter boven de Elbe tussen de zandsteentorens hangt, gratis toegankelijk.
Maak er een rondwandeling van in plaats van alleen een fotostop: de kloven, trappen en uitzichtbalkons rond de brug tonen het nationale park, sinds 1990 beschermd, op zijn best. Wie meer wil, pakt een etappe van de Malerweg, het schilderspad van 112 kilometer, of klimt naar de Schrammsteine. Op een tafelberg verderop ligt het fort Königstein, 240 meter boven de rivier, voor rond de 15 euro; de Tsjechische grens is vanaf daar nog geen twintig kilometer.
Zo combineer je de drie slim
De logische basis is Dresden of een dorp aan de Elbe: het park ligt dan op een half uur, Leipzig op ruim een uur trein. Wie liever landelijk zit, kiest een vakantiehuis tussen de rivieren en doet de steden als dagtochten; parkeren aan de stadsranden kost 3 tot 6 euro per dag en de trams doen de rest.
Houd er rekening mee dat de Bastei op zomerse weekenden tegen de middag overloopt; draai het programma om en sta er voor 10.00 uur. De musea van Dresden vragen juist om een middagslot met onlineticket, want de Staatliche Kunstsammlungen werken met tijdvakken.
Praktisch in de driehoek
De treinen zijn de troef: Dresden en Leipzig liggen ruim 100 kilometer uit elkaar met verbindingen van iets meer dan een uur, en de S-Bahn langs de Elbe stopt bij alle wandelstartpunten. Een deelstaatdagkaart maakt het openbaar vervoer voor groepen en gezinnen goedkoop.
In de steden is pinnen overal normaal; in de bergdorpen rekenen kleine zaken nog vaak contant af. En draag in het park echte schoenen: de trappen door de kloven zijn oud, hoog en na regen glad.
Wanneer je gaat
Mei, juni en september zijn de beste maanden: alles open, mild weer en ruimte op de brug en in de musea. Juli en augustus zijn vol maar werkbaar met vroege starts. In juni draait in Leipzig het Bachfest met ruim honderd concerten, in maart de Buchmesse met honderdduizenden bezoekers, en dan zitten de hotels er vol en liggen de kamerprijzen twee keer zo hoog.
De herfst geeft nevel in het park en laag licht op de barok; december verruilt het buitenprogramma voor de Striezelmarkt in Dresden. In de winter zijn de musea het programma, met dagen van min 2 tot plus 5 graden en rotsen waar je vrijwel alleen loopt.