Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Duitsland is tien streken die nauwelijks op elkaar lijken
Duitsland is voor Nederlanders het dichtstbijzijnde buitenland en tegelijk het meest onderschatte: binnen vier uur rijden liggen wijnterrassen, zandsteengebergte, laagveen aan de Oostzee en het hoogste middelgebergte van het noorden. Dit artikel zet tien streken naast elkaar, elk met een eigen karakter, zodat je weet welke bij je past.
De vuistregel voor afstand: de Eifel en de Moezel liggen op een halve dag rijden, Beieren en de Oostzee op een volle.
De Moezel is wijnterras en kastelen
De Moezel slingert in ruim 240 kilometer van Trier naar Koblenz tussen de steilste wijnhellingen van Europa; de Calmont bij Bremm haalt met ruim 65 procent de steilste wijngaard ter wereld. Trier zelf is de oudste stad van Duitsland, gesticht door de Romeinen, met de Porta Nigra uit de 2e eeuw als icoon.
De vallei is gebouwd voor traagheid: een vlak jaagpad langs het water, veerpontjes, rieslingdorpen en burchten als de Reichsburg boven Cochem. Wandelaars pakken de Moselsteig hoog over de hellingen, met 24 etappes over ruim 360 kilometer.
Beieren draagt de folklore die de wereld kent
Foto: Nikita Pishchugin / Pexels
Beieren is het grootste bondsland en het beeld dat buitenlanders van Duitsland hebben: lederhosen, biertuinen en sprookjeskastelen. Neuschwanstein, dat koning Ludwig II vanaf 1869 liet bouwen, trekt jaarlijks meer dan een miljoen bezoekers; boek er altijd vooraf, want ter plekke is er zelden een kaartje.
Daaronder ligt een echt bergland: de Zugspitze is met 2.962 meter de hoogste top van het land, en de meren van de Beierse Alpen, van de Chiemsee tot de Eibsee, leveren het zwemwater. München sluit het af met zijn biertuinen en het Oktoberfest, dat ondanks zijn naam eind september begint.
Het Zwarte Woud is bos, koekoeksklok en kuuroord
Het Zwarte Woud beslaat zo'n 6.000 vierkante kilometer dennenbos in het zuidwesten, met de Feldberg van 1.493 meter als hoogste punt. De naam komt van de donkerte onder het bladerdak, en de streek leverde de wereld de koekoeksklok en de kersentaart.
De klassiekers liggen dicht bij elkaar: de meren Titisee en Mummelsee, de Schwarzwaldhochstrasse als panoramaweg, en de kuurstad Baden-Baden met haar thermen op Romeinse bronnen. Wandelaars vinden er een van de dichtste padennetten van Europa.
De Eifel en de Harz zijn de vulkanen en de heksen
De Eifel is jong vulkanisch land: de ronde maren bij Daun zijn kraters die zich met water hebben gevuld, en de Laacher See ligt in een caldera die zo'n 13.000 jaar geleden ontstond. Het nationale park bij Vogelsang is bovendien sterrenpark, met een van de donkerste nachthemels van Duitsland.
De Harz noordelijker is het hoogste middelgebergte van Noord-Duitsland, met de Brocken op 1.141 meter waar Goethe zijn heksen liet dansen. Er rijdt nog dagelijks een stoomtrein naar de top, en aan de voet liggen vakwerksteden als Quedlinburg, dat sinds 1994 werelderfgoed is met meer dan 1.300 vakwerkhuizen.
Saksisch Zwitserland is een zandsteenlabyrint
Ten zuidoosten van Dresden heeft de Elbe zich door zandsteen gesneden en een landschap van pilaren, tafelbergen en kloven achtergelaten. De Bastei-brug uit 1851 spant tussen de rotsnaalden op ruim 190 meter boven de rivier en is het beroemdste uitzicht van Oost-Duitsland.
Het gebied is nationaal park en klimwalhalla: er staan duizenden beklimbare rotstorens, waar volgens een eeuwenoude lokale traditie zonder magnesium en zonder boorhaken wordt geklommen. Wandelaars houden het bij de Malerweg, de schilderroute van zo'n 112 kilometer die de romantische schilders volgden.
Thüringen en het Beierse Woud zijn het groene binnenland
Foto: René Wechet / Pexels
Thüringen heet het groene hart van Duitsland, en niet zonder reden: bijna een derde is bos. De Rennsteig, de oudste kamroute van het land, loopt in zo'n 170 kilometer over de bergkam van het Thüringer Woud. Weimar aan de rand draagt de cultuurgeschiedenis van Goethe, Schiller en het Bauhaus, sinds 1996 en 1998 werelderfgoed.
Het Beierse Woud tegen de Tsjechische grens vormt samen met het Böhmerwald het grootste aaneengesloten bosgebied van Midden-Europa. Het is sinds 1970 het oudste nationale park van Duitsland, met het motto dat de natuur er natuur mag zijn; de boomkroonpad bij Neuschönau loopt op tot 44 meter hoogte.
Het Ruhrgebied en de Oostzee sluiten de reeks af
Noordrijn-Westfalen laat zien wat er van zware industrie kan worden: de Zeche Zollverein in Essen, ooit de grootste steenkolenmijn ter wereld, staat sinds 2001 op de werelderfgoedlijst en is nu museum en cultuurplek. Rondom zijn slakkenbergen uitkijkpunten en spoorlijnen fietspaden geworden.
De Oostzeekust is de tegenpool: kilometers wit zand, badplaatsen met witte badarchitectuur uit de 19e eeuw, en de krijtrotsen van Rügen die Caspar David Friedrich schilderde. Het water is er zout noch wild; met kinderen is dit de vriendelijkste kust van Duitsland, met zeewater dat in augustus rond de 20 graden komt.
Praktisch en wanneer welke streek
Foto: Nikita Pishchugin / Pexels
Duitsland rijdt comfortabel: geen tol voor personenauto's, goede wegen en overal vakantiewoningen. Vanaf de Nederlandse grens is de Eifel 100 kilometer, de Moezel 150, de Harz 300, het Zwarte Woud 500 en Beieren 600 tot 800. Let wel op de milieuzones in grotere steden, waarvoor je een Umweltplakette op de voorruit nodig hebt, te koop voor rond de 6 euro.
De seizoenen verdelen de streken vanzelf. Mei en juni zijn van de Moezel en de Eifel, juli en augustus van de Oostzee en de Beierse meren, september en oktober van de wijnoogst en de bossen, en de winter van het Zwarte Woud, de Harz en de Alpen. Houd er rekening mee dat de Duitse schoolvakanties per bondsland verschillen; dat spreidt de drukte, maar het betekent ook dat er ergens altijd vakantie is.