Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Universiteit van Cambridge begon in 1209 met vluchtelingen uit Oxford
Na een ruzie tussen studenten en stadsbewoners in Oxford weken geleerden uit naar deze stad aan de Cam. Daaruit groeide volgens de universiteit zelf een instelling die nu uit 31 zelfstandige colleges bestaat, elk met een eigen poort, kapel en binnenhof.
Die colleges zijn geen musea maar woon- en werkplekken, en dat merk je aan de openingstijden. Dit artikel behandelt wat je kunt bekijken, wat het kost en wanneer je voor een dichte poort staat.
King's College Chapel werd in zeventig jaar gebouwd
De kapel van King's College werd tussen 1446 en 1515 opgetrokken, begonnen onder Hendrik VI, en heeft het grootste waaiergewelf ter wereld. Entree kost rond de 15 pond, en dat kaartje geeft ook toegang tot het binnenhof en de tuinen aan de rivier, de Backs.
Tijdens het collegejaar is er aan het eind van de middag een gezongen dienst waar je gratis bij mag zitten; je sluit dan buiten aan in de rij. De kapel is dagelijks open, met kortere tijden op zondag. Reken op een uur. Aan King's Parade ernaast staat de kerk Great St Mary's, waarvan je de toren voor een paar pond beklimt.
Punteren gebeurt met een stok, niet met een peddel
De platte boten op de Cam worden voortgeduwd met een stok van ongeveer vijf meter, waarbij je achterop staat. Zelf een boot huren bij een verhuurder als Scudamore's kost 30 tot 40 pond per uur voor maximaal zes personen, terwijl je met een schipper 25 tot 30 pond per persoon betaalt.
Het traject langs de Backs, de achterkanten van de colleges, is ongeveer twee kilometer heen en terug en duurt vijfenveertig minuten; je vaart onder de bruggen van Clare, Trinity en St John's door. Let op dat zelf punteren de eerste twintig minuten meestal niet lukt, en dat het op zonnige zaterdagen zo druk is dat je vooral tegen andere boten aan botst. De opstapplaatsen liggen bij Mill Lane en Silver Street en bij Magdalene Bridge.
De Mathematical Bridge zit wel degelijk met bouten in elkaar
Bij Queens' College ligt de houten Mathematical Bridge uit 1749, waarover het verhaal gaat dat ze oorspronkelijk zonder bouten of schroeven in elkaar zat en dat studenten haar uit elkaar haalden en niet meer teruggekregen, soms met Isaac Newton als bedenker erbij. Dat verhaal klopt niet: de brug is altijd met ijzeren verbindingen gebouwd, en Newton was in 1727 gestorven, ruim twintig jaar voordat ze er stond.
Kijken kost niets en je ziet de brug het beste vanaf Silver Street Bridge of vanaf het water. Bij Trinity College staat aan de poort wel een appelboom die uit die van Newton is gekweekt; hij studeerde daar in de zeventiende eeuw. Bij St John's ligt verderop de overdekte Bridge of Sighs uit 1831.
De Wren Library is gratis
In Trinity College staat de Wren Library uit 1695, ontworpen door Christopher Wren, de architect van St Paul's in Londen, met houten kasten en originele manuscripten in vitrines, waaronder werk van Newton en Lord Byron. Toegang is gratis.
Ze is doorgaans alleen op werkdagen tussen twaalf en twee uur open, en in de vakanties beperkt. Er mogen maar enkele tientallen mensen tegelijk naar binnen, dus kom voor twaalven. Fotograferen is er niet toegestaan en dat wordt in de zaal gecontroleerd.
Het Fitzwilliam Museum vraagt geen entree
Het Fitzwilliam Museum aan Trumpington Street zit in een gebouw uit 1848 en toont Egyptische, Griekse en Romeinse stukken naast schilderijen van onder anderen Monet en Picasso. Toegang is gratis, met een gevraagde donatie van enkele ponden.
Het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van tien tot vijf. Reken op twee uur. In de stad zitten daarnaast het Sedgwick Museum of Earth Sciences, het Whipple Museum over wetenschapsgeschiedenis en het Museum of Zoology, waar Charles Darwin, die aan Christ's College studeerde, met zijn verzamelingen terugkomt; die zijn eveneens gratis en doorgaans van dinsdag tot zaterdag open.
In de tentamenperiode gaat een deel van de colleges dicht
Van eind april tot half juni zijn veel binnenhoven en tuinen gesloten voor bezoekers, omdat er tentamens zijn. Ook rond kerst en in de examenweken daarbuiten kunnen poorten dicht zijn.
De colleges die wel open zijn, vragen 5 tot 15 pond entree en hebben elk hun eigen tijden, van King's en Trinity tot Jesus, Clare en Magdalene. Kijk dat per college na op de dag zelf, want een dichte poort is hier geen uitzondering. Loop niet zomaar een binnenhof op langs een portiersloge, want dat is privéterrein en je wordt teruggestuurd.
Langs de Cam loop je naar Grantchester
Vanaf het zuiden van de stad loopt een pad van ongeveer drie kilometer door de weilanden langs de rivier naar Grantchester, een dorp met een boomgaard waar sinds 1897 thee wordt geschonken onder de appelbomen en waar dichter Rupert Brooke woonde; vlakbij ligt Byron's Pool, waar Lord Byron zou hebben gezwommen.
Wandelen is gratis en duurt drie kwartier enkele reis, terwijl punteren erheen twee tot drie uur heen en terug kost. De theetuin is dagelijks open, doorgaans van tien tot zes. Dit is de rustigste manier om de stad te verlaten zonder vervoer te regelen. Aan de noordkant liggen Jesus Green en Midsummer Common langs het water, met Victoria Avenue als grens.
Twee plekken vertellen de geschiedenis in het klein
Aan Bridge Street staat de Round Church uit ongeveer 1130, een van de vier ronde kerken van Engeland, gebouwd naar het voorbeeld van het Heilig Graf; entree kost enkele ponden. Het Normandische grondplan is er nog goed te zien, en in de Burgeroorlog werd het gebouw als kazerne gebruikt.
Om de hoek, aan Bene't Street, zit de pub The Eagle, waar James Watson en Francis Crick in 1953 aankondigden dat ze de structuur van het DNA hadden gevonden; aan de muur hangt een plaquette en op het plafond staan de namen van vliegers uit de Tweede Wereldoorlog in roet en lippenstift. Een pint kost er 5 tot 7 pond.
Praktisch
Vanaf Londen ben je met de trein in 50 tot 80 minuten, voor 15 tot 30 pond, en vanaf de luchthaven van Stansted duurt dat een half uur. Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer een uur op Stansted. Betalen gaat in ponden en vrijwel overal met de kaart; de Market Square in het centrum heeft een dagelijkse markt.
Mei tot september geeft 15 tot 23 graden. Kom niet met de auto het centrum in, want er zijn nauwelijks parkeerplaatsen en de stad werkt met vijf transferterreinen aan de rand, waar parkeren en de bus samen enkele ponden kosten. Cambridge is een fietsstad en huren kost 15 tot 20 pond per dag.