Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Parijs is in tien jaar een fietsstad geworden
Foto: Sonny Vermeer / Pexels
De stad legde sinds 2015 honderden kilometers vrijliggend fietspad aan en maakte de tijdelijke stroken uit de coronajaren permanent. De Rue de Rivoli, dwars door het centrum, is sinds 2020 vrijwel volledig voor fietsers en bussen; auto's mogen er alleen nog voor bestemmingsverkeer in. Volgens de tellingen van de stad rijden op sommige assen inmiddels meer fietsers dan auto's tijdens de spits. Voor bezoekers betekent dat vooral dat de afstanden kleiner voelen: van de Bastille naar de Eiffeltoren is het ongeveer 6 kilometer, een half uur fietsen.
Vélib is het deelfietssysteem en werkt met een dagpas
Vélib bestaat sinds 2007 en heeft ruim 1.400 stations in en rond de stad, met zowel gewone als elektrische fietsen. Een dagpas kost rond de 5 euro, waarbij ritten tot 30 minuten inbegrepen zijn en je bij elk station kunt wisselen. Elektrische fietsen kosten een toeslag per minuut. Let op: stations op een heuvel zoals Montmartre en Belleville zijn in de ochtend vaak leeg en in de avond vol, dus reken niet blind op een vrije plek.
De Seine-kades zijn autovrij en verbinden de wijken
De linkeroever tussen het Musée d'Orsay en de Pont de l'Alma is sinds 2013 gesloten voor auto's, de rechteroever tussen de Tuilerieën en de Bastille sinds 2016. Samen levert dat ongeveer 5 kilometer aaneengesloten kade op, met zitplekken, sportvelden en horeca. Het is de rustigste manier om van het ene deel van de stad naar het andere te komen, zonder kruispunt. In de zomer liggen er zandstranden langs, gratis toegankelijk.
Het Canal Saint-Martin is de klassieke zondagswandeling
Het Canal Saint-Martin is 4,5 kilometer lang, heeft negen sluizen en twee draaibruggen, en werd tussen 1802 en 1825 gegraven om de stad van drinkwater te voorzien. Een deel loopt overdekt onder de Boulevard Richard-Lenoir door. Op zondag en op feestdagen zijn de kades gesloten voor auto's en zitten de oevers vol mensen met brood en wijn. Vanaf de Place de la République is het vijf minuten lopen naar het water.
De Butte-aux-Cailles is een dorp in het dertiende arrondissement
Op een heuvel van ongeveer 60 meter ligt de Butte-aux-Cailles, met lage huizen, kasseien en muurschilderingen die om de paar maanden veranderen. De wijk ontsnapte aan de doorbraken van Haussmann doordat de ondergrond doorzeefd is met oude steengroeves en er niet zwaar gebouwd kon worden. Er zit een openbaar zwembad uit 1924 dat op artesisch bronwater draait, met een entree van rond de 4 euro. Vanaf metrostation Place d'Italie is het tien minuten lopen.
Belleville en Ménilmontant liggen hoog en zijn goedkoop
Belleville werd pas in 1860 bij Parijs gevoegd en heeft nog altijd het karakter van een aparte gemeente, met een Chinese en Noord-Afrikaanse gemeenschap door elkaar. De markt op de Boulevard de Belleville staat er dinsdag en vrijdag en is de goedkoopste van de stad. In het Parc de Belleville sta je op 108 meter met uitzicht over de daken, gratis. De straten hier klimmen stevig, dus dit is eerder wandel- dan fietsgebied.
Batignolles is de wijk waar Parijzenaars zelf naartoe verhuizen
Batignolles in het zeventiende arrondissement heeft een dorpsplein met een kerk, een overdekte markt en sinds 2007 het Parc Martin Luther King, dat op een oud spoorwegemplacement is aangelegd en inmiddels ongeveer 10 hectare beslaat. Rond de Rue des Dames en de Rue Legendre zitten kleine winkels en cafés zonder toeristenmenu. Het is vlak en dus goed te fietsen. Vanaf Saint-Lazare is het vijftien minuten lopen.
Het Quartier Latin heeft een Romeins amfitheater dat gratis is
Foto: Allyson Beaucourt / Unsplash
Achter de Rue Monge ligt de Arènes de Lutèce, een Romeins amfitheater uit de eerste of tweede eeuw dat plaats bood aan ongeveer 15.000 mensen en pas in 1869 bij graafwerk werd teruggevonden. Nu is het een buurtplein waar mannen jeu de boules spelen tussen de tribunes. Toegang is gratis en het is dagelijks open. Twee straten verder loopt de Rue Mouffetard, een marktstraat die dinsdag tot en met zondag doorgaat.
Saint-Germain is duur maar de stegen zijn gratis
Rond de Rue de Buci en de Cour du Commerce Saint-André, een overdekte steeg uit 1776, zitten de cafés waar de prijzen bij de hoogste van de stad horen: 6 tot 9 euro voor een koffie op een terras. De stegen zelf kosten niets en zijn het aardigst in de vroege ochtend. De Église Saint-Sulpice ernaast heeft een gnomon uit 1727 waarmee de zonnestand werd gemeten. Vanaf hier is het tien minuten naar de Jardin du Luxembourg.
Bercy is een wijnpakhuis geworden winkelstraat
Cour Saint-Émilion in Bercy bestaat uit de voormalige wijnpakhuizen waar tot in de jaren tachtig de wijn voor heel Parijs werd opgeslagen; de rails in de kasseien liggen er nog. Ernaast ligt het Parc de Bercy van ongeveer 14 hectare, met een wijngaard en een moestuin. Het is autoluw, vlak en met kinderen prettig. Vanaf de andere oever loop je over de Passerelle Simone-de-Beauvoir uit 2006 naar de nationale bibliotheek.
Op zondag sluit de stad straten voor auto's
Onder de naam Paris Respire worden op zondag en op feestdagen tientallen straten en hele wijken voor autoverkeer gesloten, waaronder delen van het Marais, Montmartre en de kades. De tijden verschillen per gebied en lopen doorgaans van 10.00 tot 18.00 uur. Op de eerste zondag van de maand geldt dat ook voor de Champs-Élysées. Dat zijn de aangenaamste uren om te fietsen met kinderen.
Gratis rondleidingen bestaan, maar niet echt gratis
Er lopen dagelijks gidsen mee met groepen door Montmartre, het Marais en het Quartier Latin op basis van een fooi achteraf; reken op 10 tot 15 euro per persoon als je meedoet. De gemeente en de stadsmusea organiseren daarnaast wandelingen die wel echt kosteloos zijn, vaak in het Frans. Wie liever zelf gaat, vindt bij de toeristische dienst gratis routekaarten per wijk. Een wandeling van drie uur dekt doorgaans twee aangrenzende wijken.
Welke buurten met kinderen werken
Batignolles, Bercy en het Canal Saint-Martin zijn vlak, hebben speelplekken en genoeg plek om te zitten. Montmartre en Belleville hebben trappen en steile straten en zijn met een kinderwagen zwaar. De Jardin du Luxembourg heeft een speeltuin met entree van rond de 4 euro, een poppentheater en de bootjes op de vijver. In de Jardin des Plantes zit een kleine dierentuin uit 1794, de op één na oudste ter wereld die nog bestaat.
Een route langs de Seine met stops
Begin bij het Musée d'Orsay, fiets over de linkeroever tot de Pont de l'Alma en steek over naar de rechterkade richting de Bastille. Stap af bij de Île Saint-Louis voor een ijsje, en neem vanaf de Bastille de Coulée verte of het Canal Saint-Martin, afhankelijk van welke kant je op wilt. Dat is ongeveer 12 kilometer, volledig autovrij op één oversteek na. Reken met stops op een halve dag.