Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Hongarije › Baranya › Cultuur, natuur en wijn in het Zuid-Hongaarse Baranya
Bestemming 7 min lezen

Cultuur, natuur en wijn in het Zuid-Hongaarse Baranya

Robin van den Bosch
Robin van den Bosch Redacteur · 27 mei 2025

Onder Pécs liggen Romeinse grafkamers op de werelderfgoedlijst

Pécs heette in de Romeinse tijd Sopianae en was een provinciehoofdstad. Onder het huidige centrum ligt een vroegchristelijke begraafplaats uit de vierde eeuw met beschilderde grafkamers, waaronder de Cella Septichora met zeven nissen; die necropool staat sinds 2000 op de UNESCO-werelderfgoedlijst en is onder een glazen bezoekerscentrum toegankelijk gemaakt. Entree kost 2.000 tot 4.000 forint en het is van dinsdag tot zondag open. Reken op anderhalf uur. Dit artikel behandelt Baranya, de zuidelijkste provincie van Hongarije, met entreeprijzen, afstanden en het seizoen.

Op het hoofdplein staat een moskee die nu een kerk is

De moskee van Gazi Kasim Pasha uit de zestiende eeuw staat midden op het Széchenyi tér en doet sinds de terugtocht van de Ottomanen dienst als katholieke kerk; de koepel, de gebedsnis en de vensterbogen zijn bewaard, met christelijke beelden ernaast. Het is het grootste Ottomaanse bouwwerk dat in Hongarije overeind staat. Even verderop staat de kathedraal met haar vier torens, in de kern elfde-eeuws en romaans, maar tussen 1882 en 1891 grondig herbouwd in de stijl die men toen als oorspronkelijk beschouwde. Entree van de moskee kost 1.500 tot 3.000 forint, van de kathedraal 2.000 tot 4.000 forint.

De Zsolnay-fabriek heeft een eigen stadswijk

De keramiekfabriek van de familie Zsolnay maakte vanaf 1853 het glanzende eosine-glazuur en de vorstbestendige tegels die je op daken door het hele land ziet, van het stadhuis van Kecskemét tot de Matthiaskerk in Boedapest. Het oude fabrieksterrein is in 2010, toen Pécs Culturele Hoofdstad van Europa was, omgebouwd tot een wijk met musea, werkplaatsen en een planetarium. Een combinatiekaartje voor de musea kost 3.000 tot 6.000 forint; het terrein zelf is vrij toegankelijk. Reken op een halve dag. In de stad zit ook het museum voor de schilder Csontváry, wiens grote doeken hier hun vaste plek hebben.

Achter de stad begint het Mecsek-gebergte

Het Mecsek-gebergte beslaat volgens de bosbeheerdienst ongeveer 500 vierkante kilometer en komt met de Zengő tot 682 meter. Het is een kalksteenmassief met beukenbos, waar door de ligging planten groeien die verder noordelijk in Hongarije niet voorkomen; er lopen gemarkeerde paden van 5 tot 20 kilometer. Wandelen is gratis. Vanaf het Tettye-plateau boven Pécs, met de ruïne van een zestiende-eeuws bisschoppelijk zomerpaleis, loop je zo het bos in. Reken op 300 tot 500 hoogtemeters op een dagtocht. Het is er in de zomer een paar graden koeler dan in de stad, die in juli richting de 35 graden gaat.

Bij Abaliget ligt een grot en bij Orfű liggen de meren

De Abaliget-grot is ruim een kilometer lang, waarvan een paar honderd meter met gids te bezoeken is; het is er het hele jaar rond de 12 graden en de lucht wordt gebruikt voor luchtwegtherapie. Entree kost 2.000 tot 3.500 forint en de grot is van april tot oktober dagelijks open, daarbuiten beperkt. Bij Orfű, 3 kilometer verderop, liggen vier aangelegde meren met strandbaden, kanoverhuur en een watermolenmuseum waar de molens nog draaien. Een dagkaart voor het strandbad kost 1.500 tot 3.000 forint en het water is in de zomer 22 tot 25 graden.

Villány maakt de zwaarste rode wijnen van Hongarije

De Villány-wijnregio in het zuiden van de provincie ligt tegen de zuidhelling van het Villányi-gebergte en heeft door de ligging en de kalkbodem het warmste wijnklimaat van het land. Er worden vooral rode wijnen gemaakt van kékfrankos, portugieser, cabernet franc en merlot; de cabernet franc geldt hier inmiddels als het paradepaardje. In 1994 werd hier de eerste wijnroute van Hongarije uitgezet. Een proeverij kost 3.000 tot 8.000 forint en een fles 2.500 tot 15.000 forint. De kelders zijn doorgaans van 11.00 tot 19.00 uur open, in de winter alleen op afspraak. Let op: Hongarije kent nultolerantie voor alcohol achter het stuur.

In Villánykövesd staan de kelders in twee rijen boven elkaar

In het dorp Villánykövesd, 3 kilometer van Villány, liggen de wijnkelders in twee verdiepingen tegen de helling, met witgekalkte gevels en een straatje ertussen. Ze zijn vanaf de achttiende eeuw gegraven door Duitse kolonisten die hier werden gevestigd. Rondlopen is gratis; een glas kost 500 tot 1.200 forint. Veel kelders zijn privébezit en openen alleen in het weekend of tijdens de wijnfeesten, die in de eerste helft van oktober worden gehouden. Een maaltijd in een dorpsrestaurant kost 3.500 tot 6.000 forint per persoon.

Siklós heeft een burcht die nooit is verwoest

De burcht van Siklós, 12 kilometer van Villány, is sinds de dertiende eeuw onafgebroken bewoond geweest en daarmee een van de best bewaarde van Hongarije; binnen zijn de gotische kapel met fresco's en de kazematten te zien. Entree kost 2.500 tot 4.000 forint en het is dagelijks open, in de winter korter. Reken op anderhalf uur. Zes kilometer verderop ligt Harkány, een kuuroord waarvan het bronwater zwavel en een hoog gehalte aan opgelost carbonyl bevat; een dagkaart voor het bad kost 4.000 tot 7.000 forint en de geur is onmiskenbaar.

Bij Mohács verloor Hongarije in 1526 zijn koninkrijk

Bij Mohács aan de Donau versloeg het Ottomaanse leger in augustus 1526 het Hongaarse; koning Lodewijk II kwam op de vlucht om, en daarmee begon een bezetting die anderhalve eeuw duurde. Op het slagveld ligt een herdenkingspark met houten grafmarkeringen op de massagraven, tegen 1.500 tot 3.000 forint toegankelijk. Bekender is het Busójárás, het carnaval waarbij mannen in schapenvachten en houten maskers met ratels door de stad trekken om de winter te verjagen; het staat sinds 2009 op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed en valt in februari. Reken op volle straten en op hotels die maanden vooruit vol zitten.

Praktisch

Pécs ligt 200 kilometer ten zuiden van Boedapest, ruim twee uur over de snelweg; de trein doet er tweeënhalf tot drie uur over en kost 4.000 tot 6.000 forint. Voor Villány, het Mecsek en de Dráva is een auto nodig. Hongarije betaalt met de forint en op de snelweg geldt een digitaal vignet van rond de 15 euro voor tien dagen. Mei, juni en september geven 22 tot 28 graden en zijn het aangenaamst; de oogst in Villány valt in september en oktober. In juli en augustus loopt het naar 32 tot 36 graden. Langs de Dráva in het Duna-Dráva Nationaal Park is het in het voorjaar het interessantst, als het ooibos deels onder water staat en de vogels er broeden.
Robin van den Bosch
Over de auteur
Robin van den Bosch

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Robin van den Bosch →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine