Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Hongarije › Baranya › Bezoek Pécs en de wijngaarden van Villány
Bestemming 6 min lezen

Bezoek Pécs en de wijngaarden van Villány

Denise Veldmeijer
Denise Veldmeijer Redacteur · 27 mei 2025

Pécs telt 140.000 inwoners en heeft grafkamers uit de vierde eeuw

Pécs in het zuiden van Hongarije ligt aan de voet van het Mecsek-gebergte en telt ongeveer 140.000 inwoners. Onder het centrum liggen vroegchristelijke grafkamers uit de vierde eeuw, uit de tijd dat de stad Sopianae heette, die volgens de erfgoedorganisatie sinds 2000 op de UNESCO-werelderfgoedlijst staan. Op 30 kilometer ligt Villány, het bekendste rodewijngebied van het land. Dit artikel behandelt de stad en de wijnstreek, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.

De Cella Septichora ligt onder een glazen overkapping

Onder het plein bij de kathedraal liggen beschilderde grafkamers uit de late Romeinse tijd, met bijbelse voorstellingen op de wanden. De grootste, de Cella Septichora met zeven nissen, is overdekt met een bezoekerscentrum waarin je over loopbruggen boven de graven loopt. Entree kost 2.500 tot 4.000 forint; het is doorgaans van dinsdag tot zondag open, van tien tot zes. Reken op anderhalf uur. Het is er koel en vochtig, ook in de zomer. Dit is de oudste laag van de stad en meteen de meest bijzondere.

Op het hoofdplein staat een moskee die nu een kerk is

Het Széchenyi tér wordt gedomineerd door de moskee van Gazi Kasim Pasha, een koepelgebouw dat in de zestiende eeuw tijdens de Ottomaanse tijd werd opgetrokken en dat later tot katholieke kerk is omgebouwd. Het is het grootste bewaarde Ottomaanse bouwwerk van Hongarije. Entree kost enkele honderden forint; het is doorgaans van maandag tot zaterdag open, van tien tot vijf, en op zondag alleen buiten de diensten. Reken op een half uur. Binnen zijn de gebedsnis en de koepelvorm nog goed te zien onder de latere inrichting. Aan de rand van het oude centrum staat het Barbakan-fort, een rond bolwerk uit de vijftiende eeuw dat vrij toegankelijk is.

De Zsolnay-fabriek uit 1853 heeft een eigen wijk

De Zsolnay-fabriek, die vanaf 1853 sierkeramiek en bouwkeramiek maakte, staat aan de rand van het centrum; het terrein is in 2010 omgebouwd tot een cultuurwijk met musea, ateliers en een concertzaal. Het Zsolnay-porselein met zijn metaalglanzende glazuur was rond 1900 in heel Europa bekend. Een museumkaartje kost 2.000 tot 3.500 forint; de musea zijn van dinsdag tot zondag open, doorgaans van tien tot zes. Reken op een halve dag voor het hele terrein. De glanzende dakpannen van deze fabriek liggen op bekende gebouwen in het hele land, en dat verband zie je hier uitgelegd.

Villány maakt vooral rode wijn

Ten zuiden van de stad ligt de wijnstreek Villány-Siklós, ongeveer 2.500 hectare op zuidhellingen, waar anders dan in de rest van het land vooral rode wijn wordt gemaakt: van de inheemse kékfrankos en van cabernet franc, merlot en portugieser. De cabernet franc geldt hier inmiddels als het beste dat de streek levert. Een proeverij kost 3.000 tot 8.000 forint per persoon en gaat doorgaans op afspraak, van donderdag tot zaterdag. De wijnroute door de dorpen is sinds 1994 bewegwijzerd en was de eerste van het land. Vanaf Pécs rijd je er in drie kwartier heen.

In Villánykövesd en Palkonya staan straten vol witte kelderhuisjes

In Villánykövesd staan de kelderhuisjes in twee rijen boven elkaar tegen de helling; in Palkonya vormen ze een straat rond de ronde dorpskerk. Het zijn witgekalkte gevels met dubbele deuren, gebouwd om wijn koel op te slaan, een stuk of veertig naast elkaar over enkele honderden meters, zonder dat er iemand woont; de oudste dateren uit de achttiende eeuw. Rondlopen kost niets. Een deel van de kelders is als proeflokaal ingericht en open in het weekeinde, doorgaans van elf tot acht; doordeweeks is het er stil en gesloten. Let op: er is geen bewegwijzering naar welke kelder open is, dus vraag ernaar in het dorp of bel vooruit.

Eind september en begin oktober is het oogst en feest

De wijndorpen houden aan het eind van de oogst een festival met optochten, muziek en proeverijen in de kelderstraten. Het duurt enkele dagen en trekt tienduizenden bezoekers. Toegang tot het dorp is gratis; een proefglas met bonnen kost 3.000 tot 6.000 forint. Let op: in die dagen zijn accommodaties in de wijde omtrek volgeboekt en zijn de dorpswegen afgesloten. Wie de kelders rustig wil zien, komt in mei, juni of begin september.

Bij Siklós staan een burcht en een thermaal bad

In Siklós, 10 kilometer verder zuidwaarts, staat een middeleeuwse burcht die sinds de dertiende eeuw onafgebroken bewoond is geweest en daardoor grotendeels intact bleef; er zitten een museum en een gevangenismuseum in, en de gotische kapel heeft fresco's. Op 6 kilometer ligt Harkány met een thermaal badcomplex met zwavelhoudend water. De burcht kost 2.000 tot 3.500 forint en is van dinsdag tot zondag open; het badcomplex kost 4.000 tot 7.000 forint voor een dag en is dagelijks open van negen tot zeven. Samen vullen ze een dag, en het bad is de logische afsluiting van een wijnroute.

Praktisch

Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Boedapest en rijdt daarna 200 kilometer in tweeënhalf uur; er rijdt ook een trein die er drie uur over doet. Hongarije betaalt met de forint en niet met de euro. Mei, juni en september geven 20 tot 28 graden. In juli en augustus is het 30 tot 35 graden en zijn de wijnkelders juist aangenaam koel. In de winter is het rond het vriespunt; Pécs blijft dan open en is aanmerkelijk goedkoper, maar de wijndorpen liggen stil.
Denise Veldmeijer
Over de auteur
Denise Veldmeijer

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Denise Veldmeijer →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine