Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Hongarije › Baranya › Wandelen in het Mecsek-gebergte en Drava Nationaal Park
Bestemming 7 min lezen

Wandelen in het Mecsek-gebergte en Drava Nationaal Park

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 27 mei 2025

Het Mecsek-gebergte is laag maar zuidelijk

Het Mecsek-gebergte in Zuid-Hongarije loopt tot 682 meter en ligt zo ver naar het zuiden dat er planten groeien die verder nergens in het land voorkomen, zoals de Mecsek-cyclaam. Aan de voet ervan ligt Pécs, een stad van ruim honderdduizend inwoners. Twintig kilometer zuidelijker begint de vlakte langs de Drava, met ooibossen en zandbanken. Dit artikel behandelt de wandelroutes in beide gebieden, met afstanden, hoogteverschillen en de dingen waar je op moet letten.

De Zengő haalt 682 meter

De klim naar de Zengő, de hoogste top, begint in Pécsvárad aan de noordkant en is 8 tot 12 kilometer heen en terug, met 400 tot 500 hoogtemeters. Boven staat een uitkijktoren waar je over de vlakte tot in Kroatië kijkt. Wandelen kost niets en de toren is vrij toegankelijk. Reken op vier uur. De paden zijn gemarkeerd met gekleurde strepen op bomen; dat systeem hoort bij het landelijke netwerk waarvan de blauwe route, de Országos Kéktúra, dwars door dit gebergte loopt.

Op de Jakab-hegy liggen keltische wallen en rotsformaties

Op de Jakab-hegy, bijna 600 meter hoog en ten westen van Pécs, liggen de resten van een ringwal uit de ijzertijd en met de Babás-szerkövek een rij rechtopstaande rotsen die door erosie zijn ontstaan. Er staat ook de ruïne van een middeleeuws paulinerklooster. De rondwandeling erheen is 7 tot 10 kilometer met ongeveer 350 hoogtemeters en is gratis. Vanaf de stad rijdt een bus tot de rand van het bos. Dit is de bruikbaarste route voor wie geschiedenis en uitzicht in één tocht wil, en hij is het hele jaar begaanbaar.

Pécs is een van de grootste steden van het land

Anders dan reisgidsen soms suggereren gaat het hier niet om een dorp, want Pécs telt rond de honderdveertigduizend inwoners en heeft een universiteit uit 1367, de oudste van Hongarije. Onder het centrum liggen vroegchristelijke grafkamers uit de vierde eeuw, uit de Romeinse tijd, die sinds 2000 op de werelderfgoedlijst staan. Entree voor die grafkamers kost enkele euro's en ze zijn van dinsdag tot zondag open. Op het hoofdplein staat een zestiende-eeuwse moskee uit de Ottomaanse tijd die later kerk werd en die nog altijd als zodanig in gebruik is; dat gebouw is gratis toegankelijk. Verder liggen er de kathedraal met vier torens en het Zsolnay-kwartier, waar de porseleinfabriek van die naam sinds 1853 staat en waar ook de Zsolnay-kapel te zien is.

In het gebergte werd tot 1997 uranium gedolven

Onder deze bergen zat volgens het mijnmuseum steenkool en uranium; de mijnen zijn in de twintigste eeuw geleidelijk gesloten en de uraniumwinning stopte in 1997. In de dalen liggen nog schachtgebouwen, spoorlijnen en woonwijken die voor mijnwerkers zijn gebouwd. Er is een klein mijnmuseum in de stad met een entree van enkele euro's, doorgaans van dinsdag tot zaterdag open. Let op dat de oude schachten en stortbergen zijn afgezet en verboden terrein zijn. Blijf op de gemarkeerde paden, want er zijn verzakkingen en de bodem bij de stortplaatsen is verontreinigd.

Langs de Drava ligt Nationaal Park Duna-Dráva

Twintig kilometer zuidelijker stroomt de Drava, die de grens met Kroatië vormt en die niet is rechtgetrokken. Het gebied eromheen hoort sinds 1996 bij Nationaal Park Duna-Dráva en beslaat honderden vierkante kilometers ooibos, zandbanken en oude rivierarmen; samen met de Kroatische kant vormt het het biosfeerreservaat Mura-Drava-Donau. Toegang tot de wandelpaden is gratis en begeleide excursies kosten 2.000 tot 4.000 forint. Er broeden zwarte ooievaars en zeearenden, en de bever is er teruggekeerd. Kanotochten van een dag kosten 6.000 tot 10.000 forint per persoon en gaan van mei tot september.

Het klimaat hier is milder dan in de rest van Hongarije

Deze hoek ligt in de invloedssfeer van het Middellandse Zeegebied, waardoor er tamme kastanjes, vijgen en zelfs amandelbomen groeien en de winters zachter zijn dan elders in het land. Praktisch betekent dat dat het wandelseizoen hier van maart tot november loopt en de herfstkleuren tot half november aanhouden. In juli en augustus loopt het in de dalen op naar 33 tot 36 graden, en dan is alleen de vroege ochtend in het bos aangenaam.

Op dertig kilometer ligt de wijnstreek van Villány

Ten zuiden van het gebergte ligt Villány, het wijngebied dat om zijn zware rode wijnen bekendstaat, met dorpen als Villánykövesd en Palkonya waar de kelders in rijen naast elkaar in de straat liggen. Het kasteel van Siklós staat op twaalf kilometer. Een proeverij kost 2.000 tot 5.000 forint per persoon en duurt een uur, en de meeste kelders vragen om te bellen. Let op dat teken in deze bossen een reëel risico zijn en hier hersenvliesontsteking kunnen overbrengen. Draag een lange broek in hoog gras en controleer jezelf na afloop.

Praktisch

Vanuit Boedapest rijd je er in tweeënhalf tot drie uur naartoe over ongeveer 200 kilometer, en er rijden ook treinen in ongeveer drie uur. Vanuit Nederland vlieg je in twee uur op Boedapest. Hongarije betaalt met de forint en op de snelwegen heb je een elektronisch vignet nodig. April, mei, september en oktober zijn de aangenaamste maanden met 18 tot 26 graden. In juli en augustus is het heet en in de winter kan er sneeuw liggen op de toppen. De kastanjeoogst valt in oktober, met dorpsfeesten eromheen.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine