Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Het Gyulai Várfürdő in Békés met kinderen heeft ongeveer twintig bassins
Het Gyulai Várfürdő in Gyula ligt in een park van ruim 7 hectare naast het kasteel en telt ongeveer twintig binnen- en buitenbassins, waaronder een golfslagbad, glijbanen en een apart kleuterdeel met ondiep water. Het thermale water komt van rond de 70 graden uit ruim 2.000 meter diepte en wordt teruggekoeld.
Een dagkaart kost 4.500 tot 7.000 forint voor volwassenen en minder voor kinderen; het is dagelijks open, doorgaans van negen tot acht. Reken op een halve tot hele dag. Let op: de heetste bassins zijn 36 tot 38 graden en niet bedoeld voor jonge kinderen; bij elk bassin staat de temperatuur en de aanbevolen badtijd aangegeven.
Het kasteel van Gyula in Békés staat direct naast het bad
Het kasteel van Gyula dateert uit de veertiende eeuw en is volgens de erfgoeddienst het enige middeleeuwse bakstenen kasteel dat op de Hongaarse laagvlakte bewaard is gebleven. Het hield in 1566 twee maanden stand tegen een Ottomaans beleg. Binnen zitten tentoonstellingen over die geschiedenis en kun je de toren op voor uitzicht over het park.
Entree kost 2.000 tot 3.500 forint en kinderen betalen minder; het is van dinsdag tot zondag open, doorgaans van tien tot zes. Reken op anderhalf uur. In de zomer worden er op de binnenplaats voorstellingen en middeleeuwse dagen gehouden, met kaartjes van 3.000 tot 8.000 forint.
In Gyula in Békés zit een ambachtelijke chocoladewerkplaats
In het centrum van Gyula wordt op ambachtelijke schaal chocolade gemaakt, met een werkplaats waar je door een raam of tijdens een rondleiding ziet hoe de massa wordt getempereerd en gegoten.
Een rondleiding met proeverij kost 2.000 tot 4.000 forint per persoon en duurt drie kwartier tot een uur; reserveer vooraf, want de groepen zijn klein. Voor kinderen is dit het makkelijkste uitje van de streek als het regent. In dezelfde stad zit een pálinkastokerij die rondleidingen geeft, maar dan zonder proeverij voor het jonge deel van het gezelschap.
In het Körös-Maros Nationaal Park in Békés zie je de grote trap
Het Körös-Maros Nationaal Park uit 1997 beschermt de graslanden tussen de rivieren. Bij Dévaványa staat een fokstation voor de grote trap, een steppevogel waarvan de mannetjes tot 16 kilo wegen en die daarmee tot de zwaarste vliegende vogels ter wereld horen; verlaten eieren worden er uitgebroed en de jongen later uitgezet.
Toegang tot de bezoekgebieden kost 1.500 tot 3.000 forint, met gids meer. Ga vroeg: tussen vijf en acht uur 's ochtends zijn de vogels actief en daarna verdwijnen ze in het hoge gras. Met kinderen werkt het fokstation beter dan het uitkijkpunt, want daar zie je de dieren van dichtbij zonder dat je stil hoeft te zijn.
Het arboretum bij Szarvas in Békés heeft vlakke paden en een rondvaart
Bij Szarvas ligt aan een afgesneden rivierarm een arboretum van ongeveer 82 hectare met naar schatting anderhalfduizend soorten bomen en struiken, aangelegd vanaf het begin van de negentiende eeuw.
Entree kost 1.500 tot 2.500 forint; het is dagelijks open, doorgaans van acht tot zes. De paden zijn vlak en verhard, dus met een kinderwagen kom je overal. Vanaf de steiger vaart een rondvaartboot over de dode arm voor 2.000 tot 3.500 forint per persoon. Reken op een halve dag voor beide.
Kanoën in Békés kan op water zonder stroming
De afgesneden rivierarmen bij Szarvas, Békés en Gyula zijn 2 tot 8 kilometer lang, windstil door de bomenrijen en zonder stroming. Dat maakt ze geschikt voor kinderen die voor het eerst peddelen, want je waait niet weg en je hoeft niet terug te vechten tegen de stroom.
Een kano huren kost 3.000 tot 6.000 forint per dag. Reken op twee tot vier uur voor een heen-en-weertje. Reddingsvesten horen bij de verhuur; vraag er expliciet naar in kindermaat. Let op: in juni en juli staan er tegen de avond veel muggen bij het water.
Het museum in Békéscsaba is naar een schilder genoemd
Békéscsaba, met ongeveer 58.000 inwoners de hoofdstad van de provincie, heeft een museum dat is genoemd naar Mihály Munkácsy, de negentiende-eeuwse schilder die hier zijn jeugd doorbracht; er hangt werk van hem en er staat een afdeling over de streekgeschiedenis.
Entree kost 1.500 tot 3.000 forint en kinderen betalen minder; het is van dinsdag tot zondag open. Reken op een uur. In dezelfde stad staat een Slowaaks streekhuis, een ingericht boerenhuis dat laat zien hoe de Slowaakse gemeenschap hier woonde; dat kost enkele honderden forint en is in een half uur te doen.
De worst in Békés is hier een onderwerp op zich
Békéscsaba en Gyula maken allebei een eigen gerookte worst met paprika, die als streekproduct beschermd is. In oktober draait in Békéscsaba een worstfestival van enkele dagen, waar in tientallen tenten wordt gemaakt, gerookt en geproefd.
Een toegangskaartje voor het festivalterrein kost 2.000 tot 5.000 forint. Voor kinderen is het vooral een groot buitenevenement met muziek en kraampjes; de worst zelf is gekruid en niet voor iedereen. Buiten het festival kun je terecht op de markt, die van zes tot twaalf draait, en bij de slagerijen in beide steden.
Praktisch voor Békés met kinderen
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Boedapest en rijdt daarna 200 kilometer in tweeënhalf uur; er rijdt ook een trein naar Békéscsaba en Gyula. Binnen de provincie is een auto nodig, want de bussen tussen de dorpen zijn op schooltijden afgestemd. Hongarije betaalt met de forint en op de snelweg geldt een digitaal vignet.
Mei, juni en september geven 20 tot 28 graden en zijn met kinderen het aangenaamst. In juli en augustus loopt het naar 30 tot 36 graden op een open vlakte met weinig schaduw; plan buitenuitjes dan voor elf uur en de middag bij het water. In de winter zijn de thermale baden juist op hun aangenaamst en is het prijspeil nog lager.