Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Fietsen en varen op de Körös in Békés, die niet één rivier is maar vijf
In het oosten van Békés komen de Fehér-Körös en de Fekete-Körös vanuit Roemenië het land binnen en verenigen zich bij Gyula tot de Kettős-Körös. Die stroomt verderop samen met de Sebes-Körös tot de Hármas-Körös, die na ongeveer 90 kilometer bij Csongrád in de Tisza uitmondt.
Dat vertakte stelsel maakt het riviergebied wat het is: vlak, waterrijk en overal doorsneden. Dit artikel behandelt het fietsen en varen in het Körös-riviergebied, met afstanden, prijzen en het seizoen.
De rechttrekking in Békés liet tientallen dode armen achter
Vanaf het midden van de negentiende eeuw zijn de rivieren rechtgetrokken om de overstromingen op de Grote Laagvlakte te beteugelen. Daarbij zijn tientallen bochten afgesneden, die als stilstaande holtágak achterbleven; samen gaat het om honderden kilometers oever.
Toegang tot die oevers is gratis. In dat stilstaande, ondiepe water staan riet en witte waterlelies en zit veel vis: karper, snoekbaars en meerval. Een visvergunning kost 2.000 tot 5.000 forint per dag. Voor wie vaart is het voordeel simpel: geen stroming en geen scheepvaart.
Fietsen in Békés gaat over de dijken en tussen de dorpen
Over de winterdijken langs de Körös lopen verharde en halfverharde paden waarover je tientallen kilometers aaneen rijdt zonder verkeer tegen te komen. Het gebied is zo vlak dat het hoogteverschil over een dagtocht binnen tien meter blijft.
Fietsen huren kost 3.000 tot 6.000 forint per dag in Gyula, Békéscsaba en Szarvas. Reken op lussen van 25 tot 60 kilometer. Let op: op de dijk is geen schaduw en staat vrijwel altijd wind; er is tussen de dorpen niets te koop, dus neem water en eten mee. Na regen zijn de onverharde stukken modderig en onbegaanbaar voor smalle banden.
Kanoën op de Hármas-Körös in Békés kan meerdaags
De Hármas-Körös is over de hele lengte bevaarbaar en de klassieke tocht gaat van Gyula of Békés richting Szarvas en verder naar de Tisza. De stroming is traag, dus je peddelt zelf, maar er zijn geen stuwen die je moet omdragen op het traject tussen de steden.
Een kano of kajak huren kost 3.000 tot 6.000 forint per dag; verhuurders regelen tegen bijbetaling het terugbrengen van de boot. Reken op 15 tot 25 kilometer per dag. Langs de oevers liggen aanlegsteigers en eenvoudige kampeerplekken. Let op: bij hoogwater in het voorjaar wordt er niet gevaren, en bij laagwater in augustus staan sommige zijarmen te ondiep.
De dode armen in Békés zijn er voor wie liever niet vooruit hoeft
Wie een dag wil peddelen zonder afstand te maken, kiest een van de afgesneden armen bij Szarvas, Békés of Gyula. Die zijn 2 tot 8 kilometer lang, volledig windstil door de bomenrijen en zonder enige stroming.
Een kano huren kost daar hetzelfde als op de rivier. Reken op twee tot vier uur voor een heen-en-weertje. Dit is het water waar reigers, aalscholvers en ijsvogels zitten; in de vroege ochtend zie je er het meest. In juni en juli staan er wel veel muggen, vooral tegen de avond.
Szarvas in Békés ligt aan een dode arm en heeft een arboretum
Szarvas ligt aan een grote afgesneden bocht van de Hármas-Körös en is het logische middelpunt van het gebied. Aan het water ligt een arboretum van ongeveer 82 hectare met naar schatting anderhalfduizend soorten bomen, aangelegd vanaf het begin van de negentiende eeuw.
Entree kost 1.500 tot 2.500 forint en het is dagelijks open, doorgaans van acht tot zes. Vanaf de steiger vaart een rondvaartboot over de dode arm voor 2.000 tot 3.500 forint per persoon. De paden in het arboretum zijn vlak en verhard, dus ook met een kinderwagen of na een dag fietsen prima te doen.
Gyula en Békéscsaba in Békés zijn de logische begin- en eindpunten
Gyula heeft het enige middeleeuwse bakstenen kasteel van de laagvlakte en een thermaal badcomplex met ongeveer twintig bassins in een oud park; dat bad is na een dag op de fiets of in de kano de voor de hand liggende afsluiting, voor 4.500 tot 7.000 forint per dag.
Békéscsaba, de hoofdstad van de provincie met ongeveer 58.000 inwoners, heeft de grootste treinverbindingen van de streek en is bekend van zijn gerookte worst met paprika. In het nabije Szabadkígyós staat het Wenckheim-kasteel uit 1879, een neorenaissancepaleis in een park, tegen 2.000 tot 3.500 forint te bezoeken.
In het nationale park in Békés zit de grote trap
Het Körös-Maros Nationaal Park uit 1997 beschermt de graslanden tussen de rivieren en herbergt volgens de parkbeheerder een van de grootste populaties grote trappen van Europa; bij Dévaványa staat een fokstation waar verlaten eieren worden uitgebroed.
Toegang tot de bezoekgebieden kost 1.500 tot 3.000 forint, een rondleiding met gids meer. Ga tussen vijf en acht uur 's ochtends, want daarna trekken de vogels zich terug. Let op: de kerngebieden zijn gesloten en dat wordt gehandhaafd; een trap die van het nest wordt gejaagd, komt er niet op terug.
Praktisch voor fietsen en varen in Békés
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Boedapest en rijdt daarna 200 kilometer in tweeënhalf uur; er rijdt ook een trein naar Békéscsaba en Gyula die er ongeveer drie uur over doet. Treinen nemen fietsen mee tegen een kleine toeslag, wat handig is om een enkele reis te fietsen en terug te sporen. Hongarije betaalt met de forint.
April, mei, september en begin oktober zijn de beste maanden: 15 tot 26 graden, weinig muggen en een rivier op normale stand. In juli en augustus loopt het naar 32 tot 36 graden en is er op de dijk tussen elf en vijf niet te fietsen. In de winter ligt de verhuur stil en zijn alleen de baden open.