Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De poesta is geen oernatuur maar een gemaakt landschap
Hortobágy is met ongeveer 800 vierkante kilometer het grootste aaneengesloten natuurlijke grasland van Europa en werd in 1973 het eerste nationale park van Hongarije. De boomloze vlakte lijkt oer, maar is het niet: het gebied ontstond door eeuwen begrazing en door het rechttrekken van de Tisza in de negentiende eeuw, waardoor de jaarlijkse overstromingen wegvielen. Sinds 1999 staat het op de werelderfgoedlijst, en wel als cultuurlandschap. Zonder de kuddes zou het binnen decennia dichtgroeien.
De negenboogbrug is het beeldmerk van het gebied
De Kilenclyukú híd, de negenboogbrug, werd tussen 1827 en 1833 over de rivier gebouwd en is met ruim 160 meter de langste stenen wegbrug van Hongarije. Hij ligt aan de oude veedrijversroute die van de poesta naar de markten liep. De brug is vrij toegankelijk en staat direct aan de doorgaande weg bij het dorp Hortobágy. Er is een parkeerplaats naast en het is de logische eerste stop.
De grijze steppekoe en het racka-schaap zijn de dieren van de poesta
Op de vlakte grazen oude Hongaarse rassen die elders vrijwel verdwenen zijn: de grijze steppekoe met horens tot ruim een meter, het racka-schaap met rechte gedraaide horens, de nonius-paarden en de wollige mangalica-varkens. Ze worden gehouden om het landschap open te houden, niet als attractie. In de zomer staan ze op de open weiden en zijn ze vanaf de weg te zien. Een bezoek aan een van de kuddes met uitleg kost rond de 3.000 forint.
Er trekken jaarlijks tienduizenden kraanvogels doorheen
Hortobágy is een van de belangrijkste rustplaatsen voor trekvogels in Midden-Europa; in oktober en november verzamelen zich hier volgens de tellingen van het park tienduizenden kraanvogels die op de visvijvers overnachten. In het voorjaar komen steltlopers, en het hele jaar broeden er grote trappen, een van de zwaarste vliegende vogels ter wereld. De beste momenten zijn het eerste uur na zonsopgang en het laatste voor zonsondergang; in oktober is dat rond 6.30 uur en rond 17.30 uur. Verrekijker meenemen is geen overbodige luxe.
De visvijvers zijn gegraven en juist daardoor vogelrijk
Aan de rand van het park liggen visvijvers die vanaf 1914 zijn aangelegd voor de karperkweek en die inmiddels het belangrijkste vogelgebied van het park vormen. Er loopt een vlonderpad met kijkhutten doorheen en er staat een uitkijktoren van ongeveer 15 meter. Toegang kost rond de 2.500 forint. Een smalspoortreintje rijdt in het seizoen langs de vijvers en doet er ongeveer een uur over.
Het herdersleven is er nog en wordt ook getoond
De herders van de poesta, de csikós te paard en de gulyás bij de runderen, dragen nog altijd de blauwe wijde broek en de zwarte hoed die bij het werk hoorden. Op vaste tijden zijn er demonstraties met vijf paarden tegelijk, waarbij de ruiter staand op de achterste twee de andere drie ment. Die voorstellingen duren ongeveer een half uur en worden in het seizoen twee tot drie keer per dag gegeven, doorgaans vanaf 10.00 uur, voor rond de 4.000 forint. Ze zijn onmiskenbaar voor bezoekers gemaakt, maar het vakwerk erachter is echt.
De csárda was een herberg aan de veedrijversweg
Langs de oude routes over de vlakte stonden csárda's, laag gebouwde herbergen waar veedrijvers en koetsiers overnachtten; de bekendste bij de negenboogbrug dateert uit 1781. Er worden nog steeds gerechten van de poesta geserveerd, zoals gulyás uit de ketel en slambuc, een eenpansgerecht van aardappel en deegwaren dat de herders boven vuur maakten. Een hoofdgerecht kost 3.500 tot 6.000 forint. De zalen zijn ingericht met het gereedschap van vroeger.
Het bezoekerscentrum legt uit wat je buiten ziet
In het dorp Hortobágy staat een bezoekerscentrum met een tentoonstelling over het ontstaan van de vlakte, de kuddes en de vogeltrek. Het is doorgaans van dinsdag tot en met zondag open vanaf 9.00 uur en een kaartje kost rond de 2.000 forint. Er zijn kaarten van de gemarkeerde routes te krijgen, want die staan niet overal in het veld aangegeven. Het is de plek om te beginnen als je zelf het gebied in wilt.
Je mag niet overal het veld in
Grote delen van het park zijn kernzone en alleen toegankelijk met een gids of helemaal niet, om de broedvogels en de kuddes met rust te laten. Let op: buiten de gemarkeerde paden lopen is verboden en daar wordt op gecontroleerd; boetes zijn er gebruikelijk. Wat wel vrij toegankelijk is, zijn de wegen over de vlakte, het vlonderpad bij de vijvers en de omgeving van het dorp. Een gids voor een halve dag kost rond de 20.000 forint voor een groep van maximaal acht personen; boetes voor lopen buiten de paden beginnen bij enkele tienduizenden forint.
De lucht is er donkerder dan bijna overal in Europa
Doordat er in een straal van tientallen kilometers vrijwel geen bebouwing staat, is Hortobágy in 2011 als sterrenpark erkend. Op heldere nachten is de melkweg met het blote oog te zien, wat in Nederland nergens meer lukt. Er worden in de zomer avondwandelingen met uitleg over de sterrenhemel gehouden. Neem een zaklamp met rood licht mee, want wit licht verpest het zicht voor iedereen.
Debrecen is de stad ernaast
Debrecen ligt ongeveer 40 kilometer oostelijk en is met rond de 200.000 inwoners de tweede stad van Hongarije. Het is het praktische vertrekpunt: er is een luchthaven, een station en het aanbod aan overnachtingen is er veel groter dan op de vlakte zelf. Met de trein ben je vanaf Debrecen in ongeveer een half uur in Hortobágy. Vanaf Boedapest is het ongeveer 200 kilometer, tweeënhalf uur.
Wanneer je gaat
Het najaar is het beste seizoen, want dan is de vogeltrek op gang en zijn de temperaturen aangenaam; oktober is de drukste maand van het park. De zomer is heet en droog, met 28 tot 33 graden en weinig schaduw op de vlakte. In de winter is het gebied leeg en kan het min 15 worden, met een landschap dat dan pas echt eindeloos oogt. Het voorjaar is nat en juist daardoor rijk aan steltlopers.