Home Hongarije Het Balatonmeer en andere highlights van Hongarije
Bestemming 9 min lezen

Het Balatonmeer en andere highlights van Hongarije

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 27 mei 2025

Hongarije is een land van water, wijn en warme bronnen

Hongarije heeft geen zee, maar wel het grootste meer van Midden-Europa, meer dan duizend thermale bronnen en een hoofdstad die over twee oevers van de Donau ligt. Voor wie een vakantiehuis huurt is het een land waar je met korte afstanden veel verschillende dagen maakt. Dit artikel loopt de hoogtepunten langs, van het Balatonmeer tot de Puszta, met de prijzen en de reistijden erbij.

Het Balatonmeer is ondiep, warm en 77 kilometer lang

Waarom is het Balatonmeer zo populair in Hongarije? Het Balatonmeer meet zo'n 594 vierkante kilometer en is met een gemiddelde diepte van rond de 3 meter uitzonderlijk ondiep. Daardoor warmt het water snel op: in juli en augustus ligt het rond de 24 tot 26 graden, wat het meer bijzonder geschikt maakt voor gezinnen met kleine kinderen. De zuidoever bij Siofok is vlak, druk en heeft het uitgaansleven; de noordoever bij Balatonfüred en Tihany is heuvelachtiger, rustiger en heeft de wijngaarden. Houd er rekening mee dat de meeste stranden betaald zijn, met entree van rond de 2 tot 4 euro per persoon, en dat het meer bij wind snel ruw wordt.

Tihany en de wijnhellingen vormen de mooiste oever

Het schiereiland Tihany steekt de Balaton in en is sinds 1952 het eerste beschermde landschap van het land. Boven op de rug staat de benedictijnenabdij uit 1055, waarvan de stichtingsoorkonde geldt als het oudste bewaarde document met Hongaarse woorden erin. Vanaf de abdij loop je in een halfuur naar het binnenmeer en de lavendelvelden, die eind juni en begin juli bloeien. De hellingen eromheen dragen de wijnstreek Badacsony, waar op oude vulkaanbodem vooral witte wijn groeit. Een proeverij bij een familiebedrijf kost rond de 10 tot 15 euro.

Boedapest ligt op twee uur en is een reis waard

Wat maakt Boedapest de parel van de Donau? Vanaf de Balaton rijd je in ongeveer anderhalf tot twee uur naar Boedapest, ontstaan in 1873 uit de samenvoeging van Buda, Pest en Obuda. De oevers van de Donau en de Andrassy-laan staan sinds 1987 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Vaste punten: het parlementsgebouw uit 1902 met zijn 691 kamers, de Vissersbastion boven Buda, de Kettingbrug en de grote markthal uit 1897. Een dagkaart voor het openbaar vervoer kost rond de 6 euro, museumentree meestal 5 tot 12 euro. Twee dagen is het minimum om de stad recht te doen.

De thermale baden zijn een nationale gewoonte

Onder Hongarije stroomt zoveel warm water dat er ruim 1.300 bronnen zijn aangeboord, en baden gaan hier terug op de Romeinen en de Ottomanen. Het Szechenyi-bad in Boedapest, geopend in 1913, is met vijftien binnen- en drie buitenbaden het grootste van Europa; entree ligt rond de 25 euro op een weekdag. Buiten de hoofdstad ligt Heviz, met ongeveer 4,4 hectare het grootste natuurlijke thermale meer ter wereld waarin je kunt zwemmen, jaarrond tussen de 23 en 38 graden. En in Miskolctapolca baad je in een echte grot, waar het warme water door natuurlijke gangen loopt. Houd er rekening mee dat de baden op zaterdag druk zijn en dat een badmuts of slippers soms verplicht is.

Eger en Pecs zijn de twee mooiste kleine steden

Pécs: culturele schat van Zuid-Hongarije Eger in het noorden is de stad van de burcht die in 1552 een Ottomaans beleg doorstond, van een barok centrum en van de wijn Egri Bikaver, het Stierenbloed. Vlakbij ligt de Szepasszony-vallei, waar tientallen wijnkelders in de tufsteen zijn uitgehakt en een glas rond de 2 euro kost. Pecs in het zuiden was in 2010 culturele hoofdstad van Europa en heeft de vroegchristelijke grafkamers uit de 4e eeuw op de werelderfgoedlijst staan, plus een moskee uit de Ottomaanse tijd die nu kerk is. Beide steden zijn compact en in een dag te doen.

De Puszta laat het oude Hongarije zien

De Puszta: Hongarije's uitgestrekte steppegebied Nationaal Park Hortobagy beslaat ruim 800 vierkante kilometer steppe in het oosten en is sinds 1999 werelderfgoed als cultuurlandschap, omdat de begrazing er al duizenden jaren de vorm bepaalt. U ziet er grijze steppekoeien, racka-schapen met gedraaide horens en de negenbogige stenen brug uit 1833. De ruitershows met de csikos zijn toeristisch maar tonen echt vakwerk; een bezoek met huifkar kost rond de 15 tot 20 euro. In het najaar strijken hier tienduizenden kraanvogels neer, wat volgens de parkbeheerders het drukste vogelmoment van het jaar is. Neem verrekijker en zonnehoed mee, want schaduw is er nauwelijks.

De wijnstreken liggen om het meer en in het noordoosten

Hongarije heeft tweeëntwintig wijnstreken. Aan de noordoever van de Balaton liggen Badacsony en Szigliget, waar op vulkanische kegels witte wijn groeit en waar de kelders langs de weg gewoon open zijn. Bij Villány in het zuiden staat de rode wijn, en in Tokaj in het noordoosten de zoete aszú, die sinds 2002 met het hele landschap op de werelderfgoedlijst staat. Reken op 2.000 tot 4.000 forint voor een proeverij van vijf wijnen, omgerekend 5 tot 10 euro. Op de zuidoever bij Zamárdi en Siófok gaat het meer om de strandbars dan om de kelders; bij Sümeg staat een burcht uit de dertiende eeuw op een kalkrots.

Keszthely en Balatonfüred zijn de steden aan het water

Aan de westpunt ligt Keszthely met het Festetics-paleis uit de achttiende eeuw, met ruim honderd kamers en een bibliotheek van 90.000 banden; toegang kost rond de 5.500 forint. Balatonfüred aan de noordoever is de oudste kuurplaats van het meer, met een promenade van bijna een kilometer en bronnen waar je koolzuurhoudend water kunt drinken. Veszprém, twintig kilometer landinwaarts, was in 2023 culturele hoofdstad van Europa en heeft een burchtwijk op een rots met de Gizella-kapel en de Szent Mihály-kathedraal. Herend daarnaast maakt sinds 1826 het bekendste porselein van het land.

Dorpen, kastelen en het Tiszameer

Wat maakt Hollókő een bezoek waard? Holloko in het noorden is een dorp van vakwerkhuizen met witte muren dat sinds 1987 als levend dorp op de werelderfgoedlijst staat: er wonen mensen, het is geen openluchtmuseum. Met Pasen wordt er in klederdracht gevierd. Verder noordelijk ligt het paleis van Godollo, met ruim honderd kamers het grootste barokke slot van het land en de favoriete verblijfplaats van keizerin Sisi; entree rond de 12 euro. En het Tiszameer, een stuwmeer van zo'n 127 vierkante kilometer, is met zijn rietvelden en drijvende wandelpaden het beste vogelgebied buiten Hortobagy. Szentendre aan de Donau, op een half uur van Boedapest, sluit het rijtje met galeries en pastelkleurige gevels.

Praktisch en wanneer in Hongarije

Hongarije betaalt met forint, reken op ongeveer 390 forint per euro; kaartbetaling werkt vrijwel overal, maar neem contant geld mee voor markten en kleine wijnkelders. De snelwegen vereisen een digitale vignet, voor tien dagen rond de 15 euro, en dat controleren ze met camera's. Mei, juni en september zijn de beste maanden voor rondreizen: warm maar niet heet, en de Balaton nog niet vol. Juli en augustus geven het beste zwemwater met temperaturen die op het land tot boven de 35 graden lopen. Houd er rekening mee dat aan de Balaton veel restaurants en stranden buiten mei tot september dicht zijn; wie in de winter komt, richt zich op Boedapest en de baden.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Direct boekbaar, zonder verborgen kosten.

Lees ook

Meer uit het magazine