Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Hongarije › Zala › Glooiende wijnheuvels en wellness in Zala in West-Hongarije
Bestemming 7 min lezen

Glooiende wijnheuvels en wellness in Zala in West-Hongarije

Jorrit Drenth
Jorrit Drenth Redacteur · 27 mei 2025

Zala ligt in de hoek tegen Slovenië en Kroatië aan

Zala is de zuidwesthoek van Hongarije, met Zalaegerszeg als hoofdstad en Nagykanizsa als tweede stad. Het is een streek van lage heuvels, bossen en smalle dalen, met de westpunt van het Balaton als noordoostgrens. Onder die heuvels zit aardolie: bij Bázakerettye werd in 1937 het eerste Hongaarse olieveld aangeboord, en bij die boringen stuitte men op heet water. Daar komen de badplaatsen van de streek vandaan. Dit artikel behandelt de baden, de wijn en de dorpen, met prijzen, openingstijden en afstanden. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.

Het thermale meer van Hévíz is het grootste ter wereld

In Hévíz ligt een natuurlijk warmwatermeer van ongeveer 4,4 hectare, gevoed door een bron die zoveel water levert dat de hele inhoud zich in drie tot vier dagen ververst. Daarmee geldt het als het grootste biologisch actieve thermale meer ter wereld. Het water is in de zomer 33 tot 38 graden en zakt in de winter naar 24 graden, waardoor er het hele jaar wordt gezwommen. Een dagkaart kost 6.000 tot 9.000 forint en drie uur is goedkoper; het bad is dagelijks open. Let op: hier gelden medische regels in plaats van zwembadregels. Artsen raden aan niet langer dan een halfuur tot drie kwartier aaneen in het water te blijven, en voor kleine kinderen is het meer niet bedoeld.

Het water van Zalakaros kwam uit een olieboring

In Zalakaros werd in 1962 bij een proefboring naar aardolie water van bijna honderd graden aangeboord. In plaats van olie kreeg het dorp een bad, en daar is een van de grotere badencomplexen van het land omheen gegroeid, met binnen- en buitenbassins, glijbanen en een apart kinderdeel. Een dagkaart kost 5.000 tot 8.000 forint en kinderen betalen minder; het bad is het hele jaar open, de glijbanen van juni tot augustus. Reken op een halve tot een hele dag. In Zalaszentgrót en Kehidakustány liggen kleinere, rustigere baden voor 2.500 tot 4.500 forint, die met jonge kinderen overzichtelijker zijn.

In Keszthely staat een kasteel met een bibliotheek van honderdduizend banden

Keszthely ligt aan de westpunt van het Balaton en heeft het Festetics-kasteel, met ruim honderd vertrekken een van de grootste van het land. Het werd vanaf 1745 gebouwd en aan het eind van de negentiende eeuw fors uitgebreid. Het pronkstuk is de Helikon-bibliotheek, een zaal met houtsnijwerk en tienduizenden banden. Entree kost 4.000 tot 6.000 forint en het kasteel is van dinsdag tot zondag open; reken op twee uur. In dezelfde stad stichtte graaf György Festetics in 1797 het Georgikon, de eerste landbouwhogeschool van Europa. Het Balaton Museum verderop vertelt de geschiedenis van het meer zelf, voor rond de 2.000 forint.

Het Kis-Balaton ligt grotendeels in deze provincie

Waar de Zala het Balaton in stroomt, ligt het Kis-Balaton: een moeras dat in de negentiende eeuw werd drooggelegd en vanaf 1985 weer onder water is gezet om het water te zuiveren voordat het het grote meer bereikt. Het grootste deel ervan ligt in Zala. Het gebied is grotendeels gesloten en alleen met een gids van het nationaal park te bezoeken; een rondleiding kost rond de 3.000 forint en gaat op afspraak. Vrij toegankelijk is het Kányavári-eiland met een houten brug en uitkijkplatforms, waar je reigers en lepelaars ziet. Bij Kápolnapuszta staat een reservaat met een kudde waterbuffels, open van april tot oktober voor enkele honderden forint.

In het Göcsej staan houten klokkentorens

Het Göcsej is de streek van kleine dorpen en beboste dalen ten westen van Zalaegerszeg, waar de huizen van hout werden gebouwd en de dorpen vrijstaande houten klokkentorens hadden. In Zalaegerszeg werd in 1968 het eerste openluchtmuseum van Hongarije ingericht, met boerderijen, schuren en zo'n toren uit de omliggende dorpen. Entree kost 1.500 tot 2.500 forint en het is van april tot oktober van dinsdag tot zondag open; reken op anderhalf uur. Ernaast staat een museum over de olie-industrie, met boortorens op het terrein, dat meer indruk maakt dan het klinkt. Vanaf Hévíz rijd je in drie kwartier naar Zalaegerszeg.

De wijn van Zala is vooral wit

De wijnstreek loopt over de heuvels tussen Nagykanizsa, Zalaszentgrót en het Balaton. Het is een streek van kleine, vaak familiebedrijven, met olaszrizling als belangrijkste druif en daarnaast kékfrankos voor rood. De heuvels hier zijn lager en vochtiger dan aan de overkant van het meer, wat lichtere wijnen geeft. Een proeverij kost 3.000 tot 7.000 forint per persoon en gaat doorgaans op afspraak; veel kelders zijn op maandag dicht. Rond Nagykanizsa lopen gemarkeerde paden door de wijngaarden, lussen van 5 tot 12 kilometer met weinig klim. Rijd niet zelf na een proeverij, want Hongarije kent nultolerantie voor alcohol achter het stuur.

De burcht van Sümeg ligt in de buurprovincie

De burcht op de kale kalkrots bij Sümeg, met zijn riddertoernooien, wordt vaak bij Zala genoemd, maar hij staat net over de grens in de provincie ernaast. Hetzelfde geldt voor het schiereiland Tihany met zijn abdij, dat aan de noordoever van het Balaton ligt en ruim 60 kilometer verderop. Beide zijn wel goed te doen als dagtocht: naar Sümeg is het vanaf Keszthely 25 kilometer, een halfuur rijden, en entree kost 2.500 tot 4.000 forint. Naar Tihany ben je vanaf Hévíz vijf kwartier onderweg. Reken ze dus als uitstapje en niet als iets om tussendoor te doen.

Praktisch

Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Boedapest; vanaf daar is het 190 kilometer naar Hévíz, twee uur over de snelweg. Er rijden treinen naar Zalaegerszeg, Nagykanizsa en Keszthely, vanuit de hoofdstad in drie tot vier uur. Vanuit Oostenrijk en Slovenië is het dichterbij dan vanuit Boedapest. Een auto huren kost 8.000 tot 15.000 forint per dag en een snelwegvignet rond de 6.000 forint voor tien dagen. April tot juni en september tot oktober geven 14 tot 26 graden en zijn de aangenaamste maanden; in juli en augustus is het 26 tot 33 graden en zijn de baden vol. De baden draaien het hele jaar door, en in de winter is het meer van Hévíz met zijn dampende oppervlak op zijn merkwaardigst. Volgens de meteorologische dienst valt hier meer regen dan in het oosten van het land, dus reken op buien.
Jorrit Drenth
Over de auteur
Jorrit Drenth

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Jorrit Drenth →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine