Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Hongarije › Zala › Wandelen in het Zala-gebergte en fietsen langs het Balatonmeer
Bestemming 7 min lezen

Wandelen in het Zala-gebergte en fietsen langs het Balatonmeer

Robin van den Bosch
Robin van den Bosch Redacteur · 27 mei 2025

Een Zala-gebergte bestaat niet, het Keszthely-gebergte wel

Reisteksten schrijven over het Zala-gebergte alsof het een bergketen is. Dat gebied bestaat niet onder die naam: Zala heeft een heuvelland met ruggen van 200 tot 300 meter, en daarnaast, aan de kant van het Balaton, het Keszthely-gebergte, dat met ruim 440 meter het hoogste punt van deze hoek vormt. Dat gebergte is van kalksteen en dolomiet, met droge hellingen, eiken- en beukenbos en nauwelijks oppervlaktewater. Dit artikel behandelt het wandelen daar en het fietsen langs de westkant van het meer, met afstanden, hoogteverschillen en prijzen. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.

Op de heuvels boven Keszthely staan twee burchtruïnes

Boven de dorpen achter Keszthely liggen de resten van twee middeleeuwse burchten op afzonderlijke toppen: Rezi en Tátika, allebei in de veertiende eeuw gebouwd en in de zeventiende eeuw opgegeven. Er staan nog muurdelen en torenresten tussen het bos, en vanaf beide kijk je over het meer en het heuvelland. De ruïnes zijn vrij toegankelijk en kosten niets. Vanaf het dorp Rezi klim je in drie kwartier omhoog over ongeveer 200 hoogtemeters; naar Tátika is het vanuit Zalaszántó een uur. De nationale blauwe route loopt hier langs, met gemarkeerde etappes van 12 tot 20 kilometer. Neem water mee, want op de kalkbodem zijn er geen bronnen.

De Csodabogyós-grot ga je in met helm en overall

Bij Balatonederics ligt de Csodabogyós-grot, een kalksteengrot die in 1963 werd ontdekt en waarvan meer dan vier kilometer gangen in kaart is gebracht. Dit is geen wandelgrot met verlichte paden: je gaat naar beneden met helm, lamp en overall, en je klimt en wringt je door nauwe doorgangen. Een tocht duurt twee tot drieënhalf uur en kost 5.000 tot 9.000 forint per persoon, op afspraak en het hele jaar door. Er geldt een minimumleeftijd van ongeveer zes jaar voor de korte tocht. Let op: dit is niets voor wie slecht tegen krappe ruimtes kan, en de temperatuur beneden blijft het hele jaar rond de 12 graden.

Bij Zalaszántó staat de grootste stoepa van Europa

Op een heuvel bij Zalaszántó staat een boeddhistische vredesstoepa van ruim dertig meter hoog, in 1992 en 1993 gebouwd en door de dalai lama ingewijd. Het is de grootste van Europa, en de aanblik van een witte koepel boven een Hongaars dennenbos blijft merkwaardig. Toegang is gratis en het terrein is van april tot oktober dagelijks open, daarbuiten beperkt. Vanaf de parkeerplaats loop je er in tien minuten heen; vanaf het dorp is het een klim van een halfuur. Reken op een uur. Vanaf Keszthely rijd je er 20 kilometer heen, een halfuur, en je kunt het combineren met de burchtruïne van Tátika.

De kapel bij Vonyarcvashegy herinnert aan vissers die door het ijs zakten

Op een heuvel boven Vonyarcvashegy staat een klein wit kerkje uit 1739. Het werd gebouwd door vissers die in het voorjaar door het ijs zakten en het overleefden; de kapel is hun dankoffer. Vanaf het kerkhofje ernaast kijk je over de westpunt van het meer. Toegang is gratis en de kapel is doorgaans overdag open. Vanaf de oever klim je er in twintig minuten naartoe over 80 hoogtemeters. Beneden liggen de strandbaden van Vonyarcvashegy en Gyenesdiás, waar het water geleidelijk afloopt; entree kost 1.000 tot 2.000 forint per persoon per dag, van juni tot begin september.

Het Kis-Balaton is een moeras en heeft geen top

In sommige beschrijvingen wordt een wandeling naar de top van het Kis-Balaton aangeraden. Dat kan niet: het Kis-Balaton is een vlak moerasgebied waar de Zala het meer in stroomt, en het hoogste wat er staat is een uitkijkplatform van hout. Het grootste deel is gesloten en alleen met een gids van het nationaal park te bezoeken, voor rond de 3.000 forint op afspraak. Vrij toegankelijk is het Kányavári-eiland, met een houten brug, vlonderpaden en kijkhutten; dat kost niets en je bent er in een uur rond. Ga vroeg in de ochtend, want dan zijn de reigers en lepelaars actief.

Van de fietsronde om het meer ligt 25 kilometer in deze provincie

De fietsroute om het Balaton is ongeveer 210 kilometer lang en grotendeels vlak. Het stuk dat in Zala ligt, loopt van Balatonederics via Balatongyörök en Vonyarcvashegy naar Keszthely en is ongeveer 25 kilometer: de rustigste kant van het meer, met riet, water en heuvels aan de landzijde. Een fiets huren kost 3.000 tot 6.000 forint per dag en de treinen langs de oever nemen fietsen mee tegen een kleine toeslag. Vanaf Keszthely kun je doorfietsen naar Hévíz, 7 kilometer over een apart pad. Let op: bij Keszthely loopt de route een stuk door de bebouwde kom en is het in juli en augustus druk met wandelaars en steppen.

Badacsony, Csopak en Tihany liggen over de provinciegrens

De bekende namen van de noordoever horen niet bij deze provincie. Badacsony met zijn basaltberg en zijn kéknyelű ligt 20 kilometer oostelijker, Csopak en Balatonfüred met hun olaszrizling ruim 40 kilometer, en het schiereiland Tihany 50 kilometer, allemaal in de provincie ernaast. Ze zijn met de fiets of de trein goed te doen: naar Badacsony fiets je vanaf Keszthely in anderhalf uur langs het water, en de trein doet er twintig minuten over. Een proeverij daar kost 3.000 tot 8.000 forint per persoon en gaat op afspraak. Reken het als een dagtocht, en rijd niet zelf na een proeverij, want Hongarije kent nultolerantie.

Praktisch

Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Boedapest; vanaf daar is het 190 kilometer naar Keszthely, twee uur over de snelweg, en er rijden treinen die er drie tot vier uur over doen. Vanuit Oostenrijk en Slovenië is deze hoek dichterbij dan de hoofdstad. Voor de heuvels en de grot is een auto handig; huren kost 8.000 tot 15.000 forint per dag. April tot juni en september tot oktober geven 14 tot 26 graden en zijn de beste maanden om te lopen; in oktober kleuren de beukenbossen. In juli en augustus is het 26 tot 33 graden en is er op de kalkhellingen weinig schaduw, dus begin vroeg. Volgens het nationaal park zijn de paden in het Keszthely-gebergte na regen glad, want de dolomietgruis wordt dan los en rollend.
Robin van den Bosch
Over de auteur
Robin van den Bosch

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Robin van den Bosch →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine