Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Hongarije › Komárom-Esztergom › Komárom-Esztergom, historie langs de Donau
Bestemming 8 min lezen

Komárom-Esztergom, historie langs de Donau

Ricardo Veldmeijer
Ricardo Veldmeijer Redacteur · 27 mei 2025

Komárom-Esztergom ligt tussen de Donau en twee kleine gebergten

Deze provincie in het noordwesten van Hongarije wordt in het noorden begrensd door de Donau, die hier de grens met Slowakije vormt, en heeft in het zuiden de Gerecse-bergen en het Vértes-gebergte. Ze is met ruim 2.200 vierkante kilometer een van de kleinste van het land. Alles ligt dicht bij elkaar: van Esztergom naar Tata is het 50 kilometer en naar Komárom 60. Dit artikel behandelt de streek, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden. Prijzen staan in forint, met rond de 400 forint voor een euro.

De basiliek van Esztergom is de grootste kerk van Hongarije

De Primatiale Basiliek van Esztergom is in 1869 voltooid en meet van de grond tot de top van de koepel ongeveer honderd meter. Boven het hoofdaltaar hangt een doek van de Italiaanse schilder Michelangelo Grigoletti van ruim dertien bij zes meter, dat als een van de grootste op één stuk doek geschilderde altaarstukken ter wereld geldt. De kerk is gratis toegankelijk; voor de koepel, de schatkamer en de crypte samen betaal je 3.000 tot 5.000 forint. Reken op anderhalf uur. Vanaf de koepel kijk je over de Donau tot in Slowakije; de klim gaat over ruim driehonderd treden en het laatste deel is smal. Let op: bij drukte staat het op die trap stil en is er geen ruimte om te passeren.

Esztergom was de eerste hoofdstad van het land

In Esztergom werd rond het jaar 975 de latere koning Stefanus geboren en hier werd hij rond 1000 gekroond; de stad was tot de dertiende eeuw de zetel van de koningen en is nog altijd de zetel van de Hongaarse kerk. Van het koninklijk paleis op de burchtheuvel zijn delen opgegraven en te bezoeken. Aan de zuidkant van de basiliek staat de Bakócz-kapel uit 1507, van rood marmer en in renaissancestijl; toen de nieuwe basiliek werd gebouwd, is de kapel in ruim zestienhonderd stukken gezaagd, verplaatst en weer opgebouwd. Entree voor het paleismuseum kost 2.000 tot 3.500 forint, van dinsdag tot zondag.

De brug naar Slowakije lag zesenvijftig jaar in het water

De Mária Valéria-brug tussen Esztergom en het Slowaakse Štúrovo werd in 1895 geopend en in december 1944 door terugtrekkende troepen opgeblazen. Pas in 2001 werd hij herbouwd; tot die tijd moesten de inwoners van twee steden die vijfhonderd meter uit elkaar liggen ruim vijftig kilometer omrijden. Oversteken is gratis en kan te voet, met de fiets of met de auto; je passeert de grens zonder controle. Reken op tien minuten lopen. Vanaf de brug en vanaf de overkant heb je het beste zicht op de basiliek.

Bij Komárom staat het grootste fort van Midden-Europa

Bij Komárom ligt het Monostor-fort, in de negentiende eeuw door de Habsburgers gebouwd als onderdeel van een verdedigingsstelsel van vier forten; met een terrein van tientallen hectares en kilometers aan onderaardse gangen geldt het als het grootste vestingwerk van Midden-Europa. Het is nooit belegerd. Entree kost 2.500 tot 4.000 forint en bezoek gaat deels met een gids; het is van dinsdag tot zondag open. Reken op twee uur. De stad zelf is sinds 1920 in tweeën gedeeld: de noordelijke helft heet Komárno en ligt in Slowakije, de zuidelijke bleef Hongaars. Een brug verbindt beide kernen.

Het kasteel van Tata staat aan een meer van tweehonderd hectare

Tata ligt aan het Öreg-meer, een meer van ruim tweehonderd hectare met aan de oever een kasteel uit de veertiende eeuw dat als jachtslot van de koningen diende. In het kasteel zit het Kuny Domokos Museum met archeologie en keramiek uit de streek. Entree kost 1.500 tot 3.000 forint en het museum is van dinsdag tot zondag open. In het najaar strijken op het meer tienduizenden kolganzen neer die er overnachten en bij zonsopgang massaal opvliegen; dat is eind oktober en november het drukste natuurmoment van de provincie. Kijken kost niets.

Tata heeft een Engels landschapspark en tientallen bronnen

Rond het meer ligt de Angolkert, een van de oudste Engelse landschapsparken van Hongarije, aangelegd aan het eind van de achttiende eeuw met vijvers, een kunstmatige ruïne en oude bomen. Tata heet de stad van het water: er komen tientallen karstbronnen boven, en die dreven vroeger een reeks watermolens aan. Het park is gratis en overdag open. Enkele molens zijn bewaard en een ervan is als museum ingericht voor rond de 1.000 forint. De barokke Sint-Anna-kerk in het centrum is gratis te bezoeken. Reken op een halve dag voor de stad en het park samen.

Boven Tatabánya staat de grootste bronzen vogel van Europa

Op de Kő-heuvel boven Tatabánya staat sinds 1907 een bronzen turul, de mythische roofvogel uit de Hongaarse stichtingssage, met een vleugelspanning van ongeveer vijftien meter; het geldt als het grootste vogelstandbeeld van Europa. Het monument is gratis en dag en nacht bereikbaar; je rijdt er bijna tot aan of loopt in een halfuur omhoog. Van de rand kijk je over de stad en de vlakte. In dezelfde heuvel liggen grotten en een openluchtmuseum over de mijnbouw die deze stad in de twintigste eeuw groot maakte.

Bij Vértesszőlős zijn resten van honderdduizenden jaren oud gevonden

In een steengroeve bij Vértesszőlős zijn in de jaren zestig botten, werktuigen en haardplaatsen gevonden van een voorouder van de mens, naar schatting enkele honderdduizenden jaren oud; het is een van de belangrijkste prehistorische vindplaatsen van Midden-Europa. De vindplaats is als openluchtmuseum ingericht met een overkapping boven de opgraving; entree kost 1.500 tot 2.500 forint en het is van april tot oktober van dinsdag tot zondag open. Reken op een uur. Het ligt 5 kilometer van Tatabánya, wat het een logische combinatie maakt met het turulmonument.

Praktisch

Esztergom ligt 60 kilometer ten noordwesten van Boedapest, ruim een uur rijden; er rijdt ook een trein die er anderhalf uur over doet. Tata en Tatabánya liggen aan de hoofdlijn en snelweg naar Wenen, op drie kwartier van de hoofdstad. Binnen de provincie zijn de afstanden klein, maar voor de dorpen in het Vértes is een auto handig; die kost 8.000 tot 15.000 forint per dag. April tot juni en september geven 15 tot 26 graden en zijn het aangenaamst. In juli en augustus is het 28 tot 34 graden. Eind oktober en november vallen de ganzen op het Öreg-meer in; dan is het 5 tot 14 graden en heb je warme kleding nodig voor de vroege ochtend.
Ricardo Veldmeijer
Over de auteur
Ricardo Veldmeijer

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Ricardo Veldmeijer →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine