Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Met kinderen in Tolna is het Gemenc het grootste ooibos van Europa
Tussen Szekszárd en Baja ligt het Gemenc, ongeveer 18.000 hectare wilgen- en populierenbos met dode rivierarmen langs de Donau, sinds 1996 deel van het Duna-Dráva Nationaal Park. Er leven edelherten, wilde zwijnen, zwarte ooievaars en zeearenden, en in het voorjaar staat een groot deel onder water.
Vanuit Pörböly rijdt een smalspoortreintje het bos in; een retour kost 2.000 tot 4.000 forint en de rit duurt anderhalf tot twee uur. Het rijdt van april tot oktober, vooral in het weekend, dus kijk de dienstregeling na. Met kinderen is dit het uitje van de streek: ze zitten stil in een open wagon en zien onderweg vrijwel zeker herten.
Zwemmen doe je in Tolna niet in de Donau zelf
De oever ziet er op veel plekken uitnodigend uit, met zand en ondiep water, maar de Donau is hier een drukke scheepvaartweg met een sterke stroming en zuiging langs de kribben. Zwemmen in de rivier is geen goed idee, ook niet vlak bij de kant, en dat geldt zeker voor kinderen.
Wat wel kan, ligt bij Fadd: Dombori is een afgesneden rivierarm die stilstaand water is geworden, met stranden, steigers en verhuur van kano's. Toegang kost 500 tot 1.500 forint per persoon en het strandbad is van juni tot augustus dagelijks open. Een kano of sup huren kost 3.000 tot 6.000 forint per dag. Vanaf Szekszárd rijd je er 25 kilometer heen.
Bij Dombóvár in Tolna ligt het badencomplex van Gunaras
Gunaras, aan de rand van Dombóvár, is een thermaalbad dat is uitgebouwd tot een complex met glijbanen, een golfslagbad en buitenbassins. Het warme water komt uit een bron diep onder de vlakte en houdt de binnenbaden het hele jaar rond de 36 graden.
Een dagkaart kost 3.000 tot 5.000 forint voor volwassenen en minder voor kinderen; de glijbanen draaien van juni tot augustus en de thermale baden het hele jaar. Reken op een halve tot een hele dag. Let op: in juli en augustus is het in het weekend vol en liggen de ligweides dicht bezet; kom voor tien uur of ga doordeweeks.
Het meer van Szálka is het zwemwater van Szekszárd in Tolna
Zeven kilometer ten zuiden van Szekszárd ligt bij het dorp Szálka een stuwmeer tussen beboste heuvels, met een grasstrand, een steiger en ondiep water aan de kant. Het is het water waar de stad zelf heen gaat als het warm is.
Toegang kost enkele honderden forint en het strandbad is van juni tot augustus open. Rond het meer loopt een pad van ongeveer 4 kilometer, vlak genoeg voor kleine kinderen, en er wordt gevist op karper en snoekbaars. Er is beperkt schaduw, dus neem een parasol mee als je er een hele dag blijft.
Tamási in Tolna heeft een thermaalbad in het bos
Tamási ligt in het noorden van Tolna, in een golvend heuvelland met veel bos, en heeft een thermaalbad met buiten- en binnenbassins aan de rand van het dorp. Het is kleiner en rustiger dan Gunaras en daarmee met jonge kinderen overzichtelijker.
Een dagkaart kost 2.000 tot 4.000 forint en het bad is het hele jaar open, met de buitenbassins van mei tot september. Reken op een halve dag. In de bossen eromheen lopen gemarkeerde paden van 5 tot 10 kilometer met weinig hoogteverschil; vanaf Szekszárd is het 50 kilometer, een uur rijden.
Baja en het reservaat Béda-Karapancsa liggen buiten Tolna
Twee bekende bestemmingen worden vaak bij deze provincie genoemd terwijl ze er niet in liggen. Baja, met zijn strand aan een zijarm van de Donau en zijn vissoep, hoort bij de provincie aan de overkant van de rivier; het reservaat Béda-Karapancsa ligt zuidelijker, bij Mohács, in weer een andere provincie.
Beide zijn wel goed te doen als dagtocht: Baja ligt 40 kilometer van Szekszárd, drie kwartier rijden, en het strandbad daar kost rond de 1.500 forint. Voor Béda-Karapancsa reken je anderhalf uur enkele reis en een rondleiding van het nationaal park op afspraak. Let op dat je in beide gevallen de Donau moet oversteken, en bruggen liggen hier ver uit elkaar.
In Paks in Tolna kunnen kinderen een museum over kernenergie in
Aan de rivier bij Paks staat de enige kerncentrale van Hongarije, goed voor ongeveer de helft van de stroom van het land. Het terrein zelf is dicht, maar er is een bezoekerscentrum met een tentoonstelling waarin je aan modellen en schakelpanelen kunt zien hoe zo'n centrale werkt.
Toegang is gratis en gaat op aanmelding vooraf, van maandag tot vrijdag; reken op anderhalf uur en op een identiteitsbewijs per persoon. Dit is iets voor kinderen vanaf een jaar of tien. In dezelfde stad staat de houten Heilige-Geestkerk uit 1990, met torens als gevleugelde figuren, waar ook jonge kinderen met open mond naar kijken.
Door de wijnheuvels bij Szekszárd in Tolna lopen korte wandelpaden
Achter Szekszárd liggen lössheuvels met wijngaarden, holle wegen en rijen kleine wijnkelders. Er lopen gemarkeerde paden van 3 tot 8 kilometer overheen, met 100 tot 150 meter hoogteverschil; dat is met kinderen vanaf een jaar of zes goed te doen.
Wandelen is gratis en de paden beginnen aan de rand van de stad. Doe het in de ochtend, want in juli en augustus is het op de open hellingen 30 graden en meer, zonder schaduw. Tussen Szekszárd en Bátaszék ligt de Sárköz, een streek met dorpen als Decs waar geweven en geborduurd textiel wordt gemaakt; het dorpsmuseum daar kost rond de 1.000 forint.
Praktisch voor je reis naar Tolna met kinderen
Vanuit Nederland vlieg je in ongeveer twee uur op Boedapest; vanaf daar is het 120 tot 160 kilometer naar Tolna, anderhalf tot twee uur rijden, en er rijden treinen en bussen naar Paks, Szekszárd, Dombóvár en Bátaszék. Voor de baden en het Gemenc is een auto veel handiger dan het openbaar vervoer; huren kost 8.000 tot 15.000 forint per dag en voor de snelweg heb je een vignet nodig van rond de 6.000 forint voor tien dagen.
Juni tot augustus geeft 26 tot 34 graden, en dat is warm voor lange wandelingen; mei, september en begin oktober geven 15 tot 26 graden en zijn met kinderen aangenamer. Overnachten kost hier volgens de plaatselijke verhuurders duidelijk minder dan aan het Balaton, zeker buiten het hoogseizoen. Eten is eenvoudig en goedkoop; de vissoep uit deze streek is stevig gekruid, dus vraag er voor kinderen om een milde versie.