Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Een land dat u in één vakantie helemaal ziet
Liechtenstein meet ongeveer 160 vierkante kilometer en telt elf gemeenten. In een week ziet u ze allemaal, van het laagland aan de Rijn tot de bergdorpen op 1.600 meter, en dat is een ervaring die u in een groter land niet krijgt.
Wat u hier doet is vrijwel altijd buiten, en de musea zijn klein. Dit stuk zet op een rij wat er per landsdeel is, met afstanden en seizoenen erbij.
In het noorden bloeit eind mei een blauw veld
Foto: 대정 김 / Pexels
Bij Ruggell, tegen het drielandenpunt met Zwitserland en Oostenrijk, ligt volgens de natuurbeheerders het Ruggeller Riet: een reservaat van 88 hectare vochtig grasland en veen in de vlakte van de Alpenrijn.
Eind mei en begin juni bloeit daar de Siberische lis in zulke aantallen dat het gebied blauw kleurt. Er groeien ruwweg 450 plantensoorten en er broeden weidevogels; met geluk ziet u een bever of een ijsvogel. Er loopt een gemarkeerde route omheen en de paden zijn vlak.
Langs de Rijn fietst u zonder hoogteverschil
Foto: Wolfgang Weiser / Pexels
De westgrens van het land is de Rijn en op de dijk ligt over ruim 25 kilometer een verhard pad. Dat sluit aan op het Zwitserse fietsnetwerk, dus u kunt van hier zo doorrijden richting het Bodenmeer.
Voor wie de bergen niet in wil is dit de manier om het land te zien: vlak, autovrij en met uitzicht op de bergwanden aan beide kanten. Let op dat er langs de dijk vrijwel geen schaduw is en onderweg weinig te krijgen valt.
De musea staan niet alleen in Vaduz
Foto: Freek Wolsink / Pexels
In de hoofdstad zitten het kunstmuseum, het landsmuseum en het gratis postzegelmuseum binnen tweehonderd meter van elkaar. Maar boven de stad, in Triesenberg, staat een museum over de Walsers: de bergbewoners die hier in de late middeleeuwen uit het Zwitserse Wallis kwamen en hun eigen dialect meebrachten.
Dat dialect wordt in Triesenberg nog steeds gesproken en is voor de rest van het land moeilijk te volgen. Reken op ongeveer een uur voor het museum en op een kwartier met de bus vanaf Vaduz.
De Liechtenstein-Weg raakt alle elf gemeenten
Foto: Rodrigo Curi / Pexels
Sinds 2020 loopt er een wandelroute van 75 kilometer die alle gemeenten van het land aandoet. De meeste mensen verdelen hem over vijf dagen, met etappes van 12 tot 18 kilometer.
Omdat het busnet elk dorp bedient, kunt u elke etappe los lopen en met de bus terug. Dat maakt het een van de weinige meerdaagse routes in Europa waarvoor u geen logistiek hoeft te regelen.
De Eschnerberg vertelt de oudste geschiedenis
Foto: michele giordano / Pexels
In het laagland tussen Bendern en Schellenberg ligt een route van 15 kilometer over de heuvelrug, aangelegd tussen 1972 en 1975, langs vindplaatsen uit de prehistorie. Op de heuvel zijn resten gevonden van bewoning die duizenden jaren teruggaat.
Onderweg staan borden over de vondsten en over de veldnamen van de vijf laaglandgemeenten. Het hoogteverschil is klein en de route is het hele jaar begaanbaar, ook als de bergpaden nog onder sneeuw liggen.
Wat u hier niet moet verwachten
Er is geen stad van formaat, geen meer om in te zwemmen en geen uitgaansleven. De hoofdstad heeft 5.700 inwoners en één voetgangersstraat, en na kantooruren is het er stil omdat meer dan de helft van de werkenden over de grens woont.
Dit is een bestemming voor wie buiten wil zijn en het rustig wil hebben. Wie stedelijke afwisseling zoekt, combineert het beter met Zürich of het Bodenmeer, allebei binnen anderhalf uur.
Praktische zaken
Er is geen vliegveld; u komt met de trein tot Sargans of Buchs in Zwitserland en dan met de bus, of met de auto. Betalen gaat in Zwitserse frank en de prijzen zijn Zwitsers: een lunch kost al gauw 25 tot 35 frank.
Het busnet dekt vrijwel elk dorp met op de hoofdlijnen een bus per halfuur, en een dagkaart kost een paar frank. Dat is hier het handigste vervoerbewijs dat er is.
Wanneer u komt
Eind mei en begin juni voor de irissen in het Ruggeller Riet, juni tot en met september voor de bergen, en december tot maart voor Malbun. De hoge paden zijn doorgaans pas vanaf eind juni sneeuwvrij en blijven dat tot begin oktober.
April en november zijn hier stille maanden: de liften staan stil en de bergrestaurants zijn dicht. Dan blijft het laagland over, en dat is genoeg voor twee dagen.