Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Liechtenstein heeft twee seizoenen en daartussen weinig
Het vorstendom leeft in de zomer van wandelaars en in de winter van skiërs, en die twee seizoenen spelen zich grotendeels op dezelfde plek af: het bergdal Malbun. Daartussen liggen twee maanden waarin er weinig te doen is.
Dat is geen kritiek maar een planningsgegeven. Wie in april of november komt, treft stilstaande liften en gesloten bergrestaurants. Dit stuk zet per seizoen op een rij wat er open is.
Malbun heeft 23 kilometer piste
Foto: Gabriele Romano / Pexels
Het enige skigebied van het land ligt op ongeveer 1.600 meter in een zijdal, een halfuur rijden vanaf Vaduz. Volgens de exploitant is er 23 kilometer piste, van makkelijk tot pittig, ontsloten door drie stoeltjesliften en twee sleepliften die je tot het bergstation Sareis op ruim 2.000 meter brengen.
Een van de stoeltjesliften heeft verwarmde zittingen en windkappen. De liften draaien doorgaans van 9.00 tot 16.15 uur. Het gebied is klein en dat is precies de reden dat gezinnen er komen: kinderen kunnen er leren skiën zonder in een menigte terecht te komen.
Wat het skigebied niet is
Verwacht geen uitgestrekt gebied met tientallen liften en geen après-ski van formaat. Let op dat je in een middag alle 23 kilometer piste hebt gezien en dat het avondvertier uit een handvol zaken in het dorp bestaat.
Wie lange afdalingen en variatie zoekt, zit in Oostenrijk of Zwitserland beter. Wie een rustige, overzichtelijke week met kinderen wil, zit hier goed en heeft bovendien nooit een wachtrij bij de lift.
In de zomer draait dezelfde lift door
Vanaf juni brengen de stoeltjesliften wandelaars naar boven in plaats van skiërs. Vanaf het bovenstation op 2.000 meter beginnen gemarkeerde routes over de kammen, met uitzicht over drie landen.
Beneden in het dal liggen een speelplek, een klimpark en korte wandelingen die met kinderen te doen zijn; in het naburige Steg liggen in de winter de langlaufloipes van het Valünatal. Het is dan 5 tot 8 graden koeler dan in de Rijnvallei, wat op een hete zomerdag de reden is om er heen te rijden.
De Fürstensteig is de bekendste wandeling van het land
Foto: Lory.captures / Lorenzo Messina / Pexels
Vanaf Gaflei loopt de Fürstensteig, een pad dat in 1898 in de rotswand werd gehakt en dat over een smalle richel met staalkabels langs de Alpspitz voert. De rondwandeling duurt vier tot vijf uur en is niet geschikt voor kleine kinderen of mensen met hoogtevrees. Verderop op de kam liggen de Augstenberg en de Naafkopf van 2.570 meter, waar Liechtenstein, Oostenrijk en Zwitserland samenkomen; de hoogste top van het land is de Grauspitz met 2.599 meter. Het hutten- en padennet is gratis toegankelijk.
In de vallei liggen de musea en de kastelen
Foto: Veronica Bertollo / PexelsVaduz heeft het Kunstmuseum in zijn zwarte betonnen kubus uit 2000 en het Landesmuseum in een middeleeuws pand; samen kosten ze rond de 20 frank. Het kasteel boven de stad is bewoond door de vorstelijke familie en niet te bezoeken, maar het pad erheen wel. In Balzers staat kasteel Gutenberg op een rots, met een vrij toegankelijk terrein, en in Triesenberg vertelt het Walsermuseum over de bergbewoners die hier in de dertiende eeuw uit Wallis naartoe trokken. Schaan is met rond de 6.000 inwoners de grootste plaats van het land.
De vallei en de bergen zijn twee klimaten
Foto: Jobert Enamno / Pexels
In Vaduz, op ongeveer 450 meter, komt de zomertemperatuur op 25 graden of meer, terwijl het in Malbun op 1.600 meter zelden boven de 20 uitkomt. In de winter kan de vallei sneeuwvrij zijn terwijl er boven een meter ligt.
Plan daar je kleding op. Reken er ook op dat het weer in de bergen sneller omslaat: een heldere ochtend kan om twee uur 's middags in onweer eindigen, en dat is in juli en augustus geen uitzondering.
Op 15 augustus staat het hele land stil
Foto: Yoann Lechaux / Pexels
De nationale feestdag valt op 15 augustus. Dan geeft de vorstelijke familie een ontvangst in de tuin van het kasteel waar iedereen gratis welkom is, en daarna is er een volksfeest in Vaduz met 's avonds vuurwerk.
Het is de drukste dag van het jaar en de enige waarop je de kasteeltuin in komt. Wie er die dag heen wil, moet rekenen op vol openbaar vervoer en op parkeerterreinen die vroeg dichtgaan.
April en november zijn stille maanden
Tussen het skiseizoen en het wandelseizoen ligt een periode waarin de liften stilstaan, de bergrestaurants dicht zijn en de hoge paden nog of alweer onder sneeuw liggen. Dat geldt ruwweg voor de weken van half april tot eind mei en van eind oktober tot half december.
In die maanden blijft alleen het laagland over: de Eschnerberg met het historische pad tussen Bendern en Schellenberg, het rietgebied Ruggeller Riet dat in mei blauw kleurt van de zwaardlelies, en de musea in Vaduz. Het historische pad over de Eschnerberg is ongeveer 15 kilometer lang en blijft onder de 700 meter, dus sneeuwvrij. Dat is genoeg voor twee dagen en niet voor een week.
Wat het kost en hoe je er komt
Er is geen vliegveld; de dichtstbijzijnde is Zürich op ongeveer 120 kilometer. Je komt met de trein tot Sargans of Buchs in Zwitserland en dan met de bus, of met de auto. Betalen gaat in Zwitserse frank en de prijzen zijn Zwitsers: een lunch kost al gauw 25 tot 35 frank.
Het openbaar vervoer binnen het land is daarentegen goedkoop en dekt vrijwel elk dorp. Voor wie wandelt is dat het verschil tussen een rondje lopen en een lineaire route met de bus terug.
Wanneer je boekt
Voor de winter zijn de kerstvakantie en de krokusweken het drukst; daarbuiten vind je in Malbun vrijwel altijd plek. Voor de zomer geldt hetzelfde: juli en augustus zijn vol, juni en september niet.
September is hier de beste maand: helder weer, de liften draaien nog, de paden zijn droog en het is rustig. Reserveer wel op tijd rond 15 augustus, want dan is het hele land geboekt.