Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
De Baai van Kotor is geen fjord maar een verdronken riviercanyon
De inham dringt ongeveer 28 kilometer landinwaarts vanaf de Adriatische Zee en wordt vrijwel overal een fjord genoemd. Dat klopt niet: fjorden zijn door gletsjers uitgesleten, en de Boka Kotorska is een dal dat door een rivier is uitgesneden en daarna door de zee is gevuld.
Voor wandelaars maakt dat weinig uit, behalve dat de wanden van de Lovćen en de Orjen hier tot ruim 1.700 meter recht boven het water oplopen. Dit artikel behandelt de routes en uitzichtpunten, met hoogteverschillen, looptijden en entreeprijzen.
De stadsmuur van Kotor klimt 1.350 treden de berg op
Vanaf de ommuurde oude stad van Kotor loopt een muur van ongeveer 4,5 kilometer de helling op naar de vesting San Giovanni, ook Sveti Ivan genoemd, op ruim 260 meter. Er liggen naar boven zo'n 1.350 treden, ongelijk van hoogte en op stukken uitgesleten.
De entree ligt rond de 15 euro en de kassa is in het seizoen van acht tot acht open; over de precieze prijs lopen de opgaven uiteen, dus houd contant geld bij de hand. Reken op anderhalf tot twee uur heen en terug. Let op: er is geen schaduw en geen kraan onderweg; in juli en augustus loopt het naar 32 graden en is dit na tien uur 's ochtends afgeraden.
De Ladder of Kotor gaat met haarspeldbochten verder omhoog
Naast de muur loopt de Ladder of Kotor, een oude muildierweg met tientallen haarspeldbochten die tot de Krstac-pas op ongeveer 940 meter klimt. Dat was tot in de twintigste eeuw de enige verbinding tussen de kust en het binnenland, richting Njeguši en Cetinje.
Naar boven kost drie tot vier uur, terug twee. Toegang is gratis. Halverwege ligt het vrijwel verlaten gehucht Špiljari, waar in het seizoen soms iemand water en pršut verkoopt; reken er niet op en neem twee liter per persoon mee. Boven sta je ver boven de vesting, met de hele baai onder je.
Op de Vrmac staat een fort uit 1897
Op de landtong Vrmac, die de baai in tweeën deelt bij de Straat van Verige, ligt een Oostenrijks-Hongaars fort dat rond 1897 werd gebouwd en dat sinds de jaren negentig leegstaat. Er staan nog geschutskoepels en gangen, deels open.
De wandeling erheen vanaf Donji Stoliv of Tivat is 5 tot 7 kilometer met 400 tot 500 hoogtemeters en kost twee tot drie uur. Toegang is gratis en er is geen toezicht: het gebouw is vervallen, met open schachten en losse balken. Ga er niet dieper in dan waar je de uitgang ziet.
Boven de baai ligt het Lovćen-park met het mausoleum van Njegoš
Vanaf Kotor klimt een weg met vijfentwintig haarspeldbochten naar de hoogvlakte van het nationale park Lovćen. Op de top Jezerski Vrh, op 1.657 meter, staat het mausoleum van Petar II Petrović-Njegoš, waar je via een tunnel en 461 treden binnenkomt.
De toegang tot het park kost rond de 3 euro per persoon en het mausoleum zelf 8 euro; het is van het voorjaar tot het najaar dagelijks open, in de winter ligt er sneeuw. Vanaf het terras erachter zie je bij helder weer een groot deel van het land. De rit omhoog duurt drie kwartier en de weg is smal, met bussen die tegemoetkomen. Onderweg ligt Njeguši, het dorp van de pršut en de kaas.
Vanaf de waterkant zijn er ook vlakke wandelingen
Rond het binnenste deel van de baai loopt de kustweg langs Dobrota, Prčanj, Stoliv en Risan, dorpen met stenen huizen, kapiteinswoningen en kerkjes. Tussen Dobrota en Kotor ligt een pad van ongeveer 6 kilometer dat vrijwel vlak is en dicht bij het water blijft.
Wandelen kost niets. Dit is de bruikbare route voor wie de trappen niet wil of met kinderen loopt. Onderweg zitten cafés waar een koffie 1 tot 2 euro kost. Let op het verkeer waar het pad de weg volgt, want er is niet overal een berm. In Risan liggen bovendien Romeinse mozaïeken uit de tweede eeuw, met een paar euro entree.
Gospa od Škrpjela is met de hand aangelegd
Voor Perast liggen twee eilandjes in de baai. Sveti Đorđe is een natuurlijke rots met een klooster en cipressen, terwijl Gospa od Škrpjela eeuwenlang door vissers is opgebouwd met stenen en afgezonken schepen, en nu een kerk uit de zeventiende eeuw draagt.
Een bootje vanaf de kade in Perast kost vanaf ongeveer 5 euro per persoon en vaart doorlopend in het seizoen; de overtocht duurt vijf minuten en het museum in de kerk vraagt een paar euro extra. Binnen hangt een borduurwerk waaraan volgens de kerkbeheerder een vrouw vijfentwintig jaar heeft gewerkt, deels met haar eigen haar. Reken op een uur.
De cruiseschepen bepalen hoe druk het is
In het seizoen meren er dagelijks een of meer cruiseschepen af in Kotor, elk met 2.000 tot 4.000 passagiers, waarna de ommuurde stad van nog geen 300 bij 200 meter tussen negen en vijf vol staat. Voor negen uur en na zes uur loop je door dezelfde straten met een fractie van de mensen.
Dat geldt ook voor de muur: wie om zeven uur 's ochtends begint, loopt in de schaduw en in de stilte. Combineer een ochtendklim met een middag aan het water, want in de namiddag is klimmen hier zowel te warm als te druk. Wil je helemaal weg van de drukte, dan is Perast na zonsondergang stil.
Praktisch
De luchthaven van Tivat ligt op 8 kilometer van Kotor, die van Podgorica op 90; vanuit Nederland vlieg je in ongeveer tweeënhalf uur. Montenegro betaalt met de euro zonder lid van de Europese Unie te zijn; pinnen kan in de plaatsen, maar neem contant geld mee voor de bootjes en de dorpscafés.
Mei, juni, september en oktober zijn de beste maanden met 20 tot 28 graden. In juli en augustus is het 30 tot 35 graden en staat de kustweg langs de baai in de middag vast. In de winter is het zacht maar nat: dit is een van de regenrijkste hoeken van Europa, met meer dan 3.000 millimeter per jaar bij Risan.