Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
In Drenthe liggen 52 van de 54 hunebedden van Nederland
Foto: Aren Nagulyan / Unsplash
Ze zijn tussen ongeveer 3400 en 3100 voor Christus gebouwd, ruim voor de piramides, door boeren van de trechterbekercultuur die zwerfkeien uit de ijstijd als grafkamer stapelden. Op twee na liggen ze allemaal in deze provincie, de meeste op de Hondsrug in het oosten.
Ze staan vrij in het veld en langs fietspaden. Dit artikel behandelt die stenen, de esdorpen ertussen en de routes, met afstanden, entreeprijzen en openingstijden.
Het grootste hunebed ligt bij Borger en is 22 meter lang
Dit hunebed bestaat uit negen dekstenen op zestien draagstenen en meet ruim 22 meter, waarmee het volgens de beheerder het grootste van het land is. Ernaast staat het Hunebedcentrum met vondsten uit de trechterbekercultuur.
Het hunebed zelf is gratis en dag en nacht toegankelijk; het centrum vraagt rond de 12 euro en is dagelijks open, doorgaans van tien tot vijf. Reken op anderhalf uur binnen. Klimmen op de stenen is niet toegestaan, want de keien kunnen verschuiven, en daar wordt in het hoogseizoen op gelet.
Orvelte is autovrij en gratis
Ten zuiden van Assen ligt Orvelte, dat sinds 1967 als beschermd dorpsgezicht in stand wordt gehouden, met Saksische boerderijen van rond 1800, een smederij en een klompenmakerij. Auto's blijven buiten het dorp.
Rondlopen kost niets en parkeren enkele euro's. De werkplaatsen en winkeltjes zijn doorgaans van dinsdag tot zondag open, buiten het seizoen beperkt; reken op twee uur. Er wonen gewoon mensen, dus dit is geen openluchtmuseum met acteurs maar een dorp dat toevallig oud is gebleven. In het zuidwesten liggen met Diever, Ruinen en Gees vergelijkbare brinkdorpen; in Diever wordt sinds 1946 elke zomer in de openlucht een stuk van William Shakespeare gespeeld, met kaarten van 20 tot 30 euro.
De Drentsche Aa is nooit rechtgetrokken
Tussen Assen en Groningen stroomt de Drentsche Aa, een van de weinige beken in Nederland die zijn oorspronkelijke bochten heeft behouden. Het dal eromheen is ruim 300 vierkante kilometer groot en beschermd als landschap van essen en oude dorpen.
Er lopen fietspaden en wandelroutes doorheen en alles is gratis. Anloo heeft een brink met eiken en de romaanse Magnuskerk, Rolde de Jacobuskerk met twee hunebedden erachter, en Vries de Bonifatiuskerk; Oudemolen en Schipborg liggen ertussen aan het water. Een rondje van 30 kilometer langs drie van die dorpen is een halve dag fietsen met stops. Het Balloërveld ernaast is open heide met karrensporen.
Het knooppuntennetwerk maakt planning overbodig
Foto: Thomas Bormans / Unsplash
De provincie heeft ruim vierduizend kilometer fietspad met genummerde knooppunten, waarmee je onderweg een route kunt inkorten of verlengen zonder kaart. Het is er vlak, want het hoogste punt komt niet boven de 30 meter.
Fietsverhuur kost 12 tot 20 euro per dag en een elektrische fiets 25 tot 35 euro. In juli wordt in Assen een fietsvierdaagse gehouden die tienduizenden deelnemers trekt; in die week zijn de routes rond de stad druk en zijn huurfietsen schaars, dus reserveer vooruit of kies een andere week.
Het Dwingelderveld is het grootste natte heidegebied van West-Europa
Dit Nationaal Park beslaat ongeveer 3.700 hectare en bestaat uit natte heide, vennen en bos. De heide bloeit in de tweede helft van augustus en begin september paars.
Toegang is gratis en parkeren kost bij de ingangen enkele euro's. Er loopt een schaapskudde die 's ochtends uit de schaapskooi vertrekt, wat gratis te zien is. Honden moeten hier aangelijnd vanwege die kudde en de grondbroeders, en daar wordt op gehandhaafd met boetes.
Bij Dwingeloo staat een radiotelescoop uit 1956
Aan de rand van de heide bij Dwingeloo staat een schotel van 25 meter die in 1956 werd gebouwd en toen de grootste ter wereld was. Hij is nu rijksmonument en wordt door vrijwilligers en radioamateurs gebruikt.
Op open dagen kun je naar binnen voor enkele euro's; de rest van het jaar bekijk je hem van buiten, gratis. Twintig kilometer oostelijker staat bij Westerbork een rij van veertien schotels uit 1970 die samen als één telescoop werken en tot de gevoeligste van Europa horen; ook die zijn vanaf de weg te zien.
Bij Westerbork ligt het herinneringscentrum van het doorgangskamp
Vanaf dit kamp zijn tussen 1942 en 1944 meer dan honderdduizend mensen naar de vernietigingskampen gedeporteerd. Het terrein en het museum zijn te bezoeken; entree kost rond de 16 euro en het is dagelijks open, doorgaans van tien tot vijf.
Vanaf het museum rijdt een pendelbus in tien minuten naar het kampterrein, dat drie kilometer verderop in het bos ligt. Reken op drie uur. Dit is geen uitje maar een gedenkplaats; met kinderen is het vanaf een jaar of tien te doen, mits je het vooraf uitlegt.
Praktisch
Met de trein ben je vanaf Zwolle in een half uur in Assen en vanaf Utrecht in ruim anderhalf uur; binnen de provincie rijden bussen tussen de grotere plaatsen, maar naar de dorpen is een fiets of auto praktischer. Vrijwel alle routes staan met ANWB-bordjes en knooppunten aangegeven.
April tot oktober is het seizoen, met 12 tot 22 graden. De heidebloei valt eind augustus en de paddenstoelen komen in oktober. In juli en augustus zijn de vakantieparken vol en de fietspaden druk; in mei en september fiets je over dezelfde routes met een fractie van de mensen.