Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Brabant heeft zand, veen en getijdenwater in één provincie
Foto: Pieter van de Sande / Unsplash
Noord-Brabant is bij velen bekend als de provincie van de gezellige steden, maar het buitengebied is verrassend divers: een stuifzandgebied dat de Brabantse Sahara heet, een zoetwatergetijdengebied met eb en vloed, hoogveen, heide en de restanten van een oude zeearm. Alles ligt binnen een uur rijden van elkaar.
Dit artikel loopt de acht mooiste gebieden langs, met de oppervlaktes, de routes en het beste seizoen.
De Loonse en Drunense Duinen zijn het grootste stuifzand
Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen beslaat ongeveer 3.500 hectare tussen Tilburg en Waalwijk en bevat een van de grootste actieve stuifzandgebieden van West-Europa. Het zand ontstond doordat middeleeuwse boeren de heide overbegraasden en de wind vrij spel kreeg.
Er lopen gemarkeerde routes van 3 tot 15 kilometer, en het gebied is bij uitstek geschikt voor blote voeten en voor kinderen die willen klimmen. Neem water mee, want in het open zand is het op een zomerdag merkbaar warmer dan in het bos eromheen, en er is midden in het gebied geen horeca.
De Biesbosch is het enige getijdengebied met zoet water
Nationaal Park De Biesbosch ontstond na de Sint-Elisabethsvloed van 1421 en beslaat samen met het Zuid-Hollandse deel zo'n 9.000 hectare. Het is een van de weinige zoetwatergetijdengebieden van Europa; het verschil tussen eb en vloed bedraagt hier nog altijd enkele tientallen centimeters.
De beste manier om er te komen is per boot: fluisterboten en kano's zijn te huur vanaf ongeveer 15 tot 25 euro per uur, en de rondvaarten vanaf Drimmelen duren twee uur voor rond de 15 euro. Sinds 1988 broeden hier weer zeearenden, en in de winter is de kans het grootst om ze te zien. Houd er rekening mee dat delen in het broedseizoen gesloten zijn.
De Brabantse Wal is de rand van een oude zee
De Brabantse Wal is een steilrand van 10 tot 20 meter hoogteverschil tussen Bergen op Zoom en Woensdrecht, ontstaan doordat de zee eeuwen geleden het zand wegsloeg. Dat maakt het een van de weinige plekken in Nederland waar je vanaf een echte helling over een polder uitkijkt.
Er lopen fiets- en wandelroutes van 10 tot 40 kilometer door dennenbos, heide en langs landgoederen; het knooppuntennetwerk maakt eigen routes eenvoudig. Bij het aangrenzende Markiezaat, ruim 1.800 hectare voormalige zeearm die sinds de afsluiting in 1983 verzoette, staan vogelkijkhutten waar in het najaar duizenden ganzen en steltlopers neerstrijken.
Het Markiezaat is het vogelgebied dat niemand kent
Foto: Thomas Bormans / Unsplash
Het Markiezaatsmeer werd bij de Deltawerken van het Schelde-water afgesloten en veranderde daardoor in korte tijd van zout naar zoet. Het resultaat is een gebied van rietvelden, slikken en plassen dat volgens vogeltellers tot de rijkste van Zuidwest-Nederland hoort.
Grote delen zijn niet vrij toegankelijk om de rust te bewaren; je kijkt vanaf de dijk en vanuit de hutten. Neem een verrekijker mee, want de afstanden zijn groot. Beste tijd is oktober tot maart, wanneer de trekvogels er zitten; in de zomer is het er juist stil.
Strabrechtse Heide en Kampina zijn de heidegebieden
De Strabrechtse Heide bij Heeze telt ongeveer 1.500 hectare en is een van de grootste aaneengesloten heidevelden van Noordwest-Europa, met vennen en een kudde schapen die de heide kort houdt. Het Beuven erin is een van de grootste vennen van het land.
De Kampina bij Oisterwijk beslaat zo'n 1.200 hectare en combineert heide met beekdal en bos; de Beerze stroomt er doorheen. Beide zijn vanaf half augustus tot begin september op hun mooist, wanneer de struikheide paars kleurt. Reken op routes van 5 tot 12 kilometer en op natte laarzen in het voorjaar.
Oisterwijkse vennen en Het Groene Woud liggen ertussen
De Oisterwijkse Bossen en Vennen zijn sinds 1928 beschermd en daarmee een van de oudste natuurgebieden van Nederland: ongeveer 450 hectare beukenbos met tientallen vennen, waarvan het Voorste Goorven en het Van Esschenven de bekendste zijn. Het is een van de weinige plekken waar je binnen een uur van ven naar ven wandelt.
Eromheen ligt Het Groene Woud, een nationaal landschap van ruim 35.000 hectare tussen Eindhoven, Tilburg en Den Bosch, dat losse natuurgebieden, landgoederen en boerenland verbindt. Hier fiets je over lange lussen langs klompenpaden en streekwinkels; een pontje of een landgoedcafé onderweg kost enkele euro's.
De Maashorst en de Peel sluiten het rijtje
De Maashorst bij Uden is met ruim 3.500 hectare het grootste aaneengesloten natuurgebied van de provincie en het bekendst om zijn wisenten, taurossen en exmoorpony's die er sinds 2016 vrij rondlopen om het landschap open te houden. Houd afstand van minimaal 25 meter; het zijn wilde dieren en er hebben zich incidenten voorgedaan.
De Peel op de grens met Limburg is het hoogveengebied: De Groote Peel telt ongeveer 1.400 hectare veen, water en berkenbos en is aangewezen als stiltegebied. In oktober trekken hier volgens de boswachters duizenden kraanvogels overheen. Het is ook een van de donkerste plekken van Zuid-Nederland en daarmee geschikt om sterren te kijken.
Praktisch en wanneer je gaat
Vrijwel alle gebieden hebben gratis of goedkope parkeerplaatsen aan de rand, meestal 1 tot 3 euro, en een bezoekerscentrum met kaarten. Vanuit Eindhoven, Tilburg of Den Bosch rijd je naar elk gebied in maximaal drie kwartier, dus één vakantiehuis volstaat voor de hele provincie.
April en mei geven het jonge groen en de broedvogels, augustus en september de bloeiende heide, oktober en november de paddenstoelen en de vogeltrek, en de winter de zeearenden in de Biesbosch. Houd er rekening mee dat grote delen van de Biesbosch en het Markiezaat in het broedseizoen gesloten zijn en dat honden in bijna alle gebieden aangelijnd moeten.