Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Op Vlieland kom je niet met de auto
Foto: Andreas Hoffmann / Pexels
Vlieland is autovrij en dat is geen aanbeveling maar een regel. Dagbezoekers kunnen geen auto meenemen; wie er een nodig heeft, moet vooraf een ontheffing bij de gemeente aanvragen.
Vanuit Harlingen doet de gewone veerboot er ongeveer anderhalf uur over en de sneldienst ongeveer drie kwartier. Je komt dus aan in de haven en gaat verder te voet of op de fiets. Huur je fiets in het hoogseizoen vooraf, want op een mooie zaterdag zijn ze bij aankomst van de boot weg.
Eén dorp, twaalfhonderd inwoners
Vlieland heeft één dorp, Oost-Vlieland, met rond de 1.200 inwoners. De Dorpsstraat is de enige winkelstraat en die ligt op vijf minuten lopen van de veerhaven; daar staan ook de Nicolaaskerk, het VVV-kantoor en Museum Tromp's Huys, het oudste huis van het eiland uit 1575.
Dat maakt de oriëntatie eenvoudig: alles wat je nodig hebt ligt binnen een straal van een paar honderd meter, en al het andere op het eiland is natuur. Houd er rekening mee dat de supermarkt en de winkels buiten het seizoen beperkte tijden hanteren en dat er geen tweede dorp is om op terug te vallen.
De Vliehors in het westen is een bombardementsterrein
Foto: Judith Rempt / Unsplash
Volgens Defensie is de Vliehors, de zandvlakte van ongeveer twintig vierkante kilometer aan de westkant, sinds 1948 een schietterrein van de luchtmacht. Het is de enige plek in Nederland waar het afwerpen van wapens vanuit de lucht geoefend wordt.
Tijdens oefeningen staan er rode vlaggen langs het terrein en is het gebied gesloten. Let op: dat is geen suggestie, want er wordt met scherp geoefend. Kijk voor je die kant op gaat op de aankondigingen van de gemeente, want de oefendagen worden vooraf bekendgemaakt.
Met de Vliehors Expres kom je er wel
Over die zandvlakte rijdt sinds 1986 de Vliehors Expres, een omgebouwde wagen die bezoekers meeneemt op een tocht van ongeveer twee uur; een kaartje kost 20 tot 30 euro per persoon. Dat is de enige manier om het gebied te zien zonder er zelf kilometers doorheen te sjouwen.
Reserveer vooraf, want er is één voertuig en op drukke dagen zit het vol. De tocht gaat over strand en zandvlakte naar de westpunt bij de Vuurduin en het Posthuys, en onderweg zie je waarom dit deel van het eiland niet op de rest lijkt: geen duin, geen struik, alleen zand en lucht.
Voor de kust ligt het verdronken West-Vlieland
Vlieland had ooit twee dorpen. West-Vlieland werd door de zee opgegeten: in 1736 stonden er nog twee huizen en daarna vertrokken de laatste bewoners naar Oost-Vlieland en naar Texel.
Ruim een eeuw later, in 1857, stond er op de plek van dat dorp 27 meter water. Er is niets meer van te zien, en dat is precies wat het verhaal vertelt over hoe deze eilanden bewegen. De kerkklok en enkele voorwerpen zijn gered en op het eiland bewaard gebleven.
De vuurtoren is klein en staat hoog
Foto: Evgeni Tcherkasski / Unsplash
De vuurtoren op het Vuurboetsduin is met ongeveer 17 meter een van de kleinste van Nederland. Hij is in 1909 op Vlieland geplaatst en stond daarvoor in IJmuiden.
Doordat het duin eronder 42 meter hoog is, staat het licht toch op 59 meter boven zeeniveau. Je klimt dus vooral het duin op en niet de toren in. Van boven zie je het hele eiland liggen, met de Waddenzee aan de ene kant en de Noordzee aan de andere, en het zeegat Stortemelk richting Terschelling; dat is de beste vijf minuten van een dagbezoek.
Het bos op dit eiland is aangeplant
Foto: Julia Taubitz / Unsplash
Een Waddeneiland met dennenbos is geen natuurlijk verschijnsel. Het bos van Vlieland is vanaf het begin van de twintigste eeuw aangeplant om het stuifzand vast te leggen dat het dorp bedreigde.
Daardoor loop je hier over paden tussen naaldbomen op een paar honderd meter van het Noordzeestrand, wat op de andere eilanden zeldzaam is. Op een winderige dag is dat de plek om te wandelen, want in het bos merk je van de wind vrijwel niets. Middenin ligt met de Sahara een open stuifzandvlakte van enkele hectares.
Vogels kijken doe je aan de kant van het wad
De Kroonspolders aan de zuidwestkant zijn in de eerste helft van de vorige eeuw aangelegd en vormen nu een reeks brakke plassen waar veel vogels op afkomen; het hele gebied is Natura 2000. In het voor- en najaar zitten er de meeste soorten, tijdens de trek.
Ga bij laag water naar de wadkant, want dan foerageren de steltlopers op het droogvallende slik. Neem een verrekijker met minstens acht keer vergroting mee. Blijf op de paden: grote delen zijn in het broedseizoen van maart tot half juli afgesloten. Let op: een zeehondenopvang is er op Vlieland niet; die vind je op Texel en op het vasteland.
Fietsen is hier de enige manier om iets te zien
Het eiland is ongeveer twintig kilometer lang, maar het deel waar je mag komen is een stuk kleiner. Het net van fietspaden verbindt het dorp met het strand, het bos en de duinen, en de meeste afstanden zijn drie tot acht kilometer; de Postweg is de doorgaande as.
Reken op zand op de paden en op wind, want het eiland is smal. Een gewone fiets volstaat en over acht kilometer doe je een half uur; een elektrische fiets is prettig bij tegenwind en die zijn bij de verhuurders in de haven te krijgen voor 15 tot 25 euro per dag.
Een dagje eiland duurt korter dan je denkt
Met de boot heen en terug houd je van een dag ongeveer vijf tot zes uur op het eiland over, afhankelijk van de dienstregeling. Dat is genoeg voor het dorp, de vuurtoren en een stuk strand van een kilometer of drie, of voor de tocht over de Vliehors, maar niet voor allebei.
Kies dus vooraf. Wie meer wil, blijft slapen; dan heb je de ochtend en de avond zonder dagjesmensen, en dat is op dit eiland het verschil tussen druk en helemaal stil. Bij de West-Batterij zit een bunkermuseum over de Atlantikwall uit de Tweede Wereldoorlog, open op vaste middagen.