Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.

Home › Noorwegen › Aust-Agder › Zuidelijke fjorden, houten huisjes en eilandjes in Aust-Agder
Bestemming 11 min lezen

Zuidelijke fjorden, houten huisjes en eilandjes in Aust-Agder

Denise Veldmeijer
Denise Veldmeijer Redacteur · 27 mei 2025

Aust-Agder bestaat sinds 2020 niet meer als provincie

Op 1 januari 2020 zijn de twee zuidelijke provincies samengevoegd tot één provincie Agder. De naam leeft nog voort als streekaanduiding, maar op nieuwe kaarten en in officiële stukken vindt u hem niet terug. Wat er wel is: een kust van gladgeschuurde rotsen, honderden eilandjes en houten stadjes die in de negentiende eeuw van de zeilvaart leefden. Dit artikel behandelt die kust, met vaartijden, entreeprijzen en afstanden.

Hier is het zonniger dan waar ook in Noorwegen

De zuidkust krijgt volgens het meteorologisch instituut de meeste zonuren van het land, met in juli gemiddeld 18 tot 24 graden overdag. Het water haalt in augustus 18 tot 21 graden, wat voor Noorwegen uitzonderlijk is. Dat verklaart waarom Noren hier zelf op vakantie gaan en waarom de kust in juli vol ligt met zeilboten. Let op: er zijn nauwelijks zandstranden. U zwemt vanaf gladde rotsplaten, en daar zijn waterschoenen en een handdoek voor het zitten geen overbodigheid.

Het witte stadje in het oosten heeft honderden houten huizen

Rond een havenkom staat een stadje waarvan de kern na een brand in 1861 volledig in wit geschilderd hout is herbouwd, in een stijl die over de hele zuidkust terugkomt. Rondlopen kost niets. In augustus wordt er een festival voor houten boten gehouden waarbij honderden zeilschepen de haven vullen; in die dagen zijn hotels maanden vooruit vol. Buiten die week is het er stil. Vanaf de doorgaande weg rijdt u er 15 kilometer heen over een zijweg die doodloopt op de haven.

Het eilanddorp verderop kent geen auto's

Op vier eilandjes voor de kust ligt een dorp waar geen wegen zijn: alles gaat over houten steigers en met bootjes. Er wonen ongeveer honderd mensen het hele jaar door. De veerboot vanaf het vasteland duurt 10 tot 20 minuten en kost rond de 200 kronen retour; hij vaart het hele jaar, in de zomer vaker. Er zijn een winkel, twee eetgelegenheden en geen enkele attractie. Reken op een halve dag. Dit is het duidelijkste voorbeeld van hoe deze kust werkte voordat er wegen kwamen.

De havenstad in het midden was ooit de grootste rederijstad van het land

In de jaren tachtig van de negentiende eeuw lag hier de grootste zeilvloot van Noorwegen. Op het schiereiland bij de haven staat nog een aaneengesloten wijk met houten koopmanshuizen uit die tijd. Rondlopen kost niets. Het stadhuis uit 1815 is een van de grootste houten gebouwen van het land en is in de zomer te bezoeken voor enkele tientallen kronen. In dezelfde stad zit een museum over de zeilvaart. Reken op een halve dag voor de oude wijk en het museum samen.

In het buurstadje werkte Ibsen zes jaar als apothekersleerling

Tussen 1844 en 1850 werkte de latere toneelschrijver hier in een apotheek, waar hij zijn eerste stuk schreef. Die apotheek is bewaard gebleven en ingericht als museum, met het interieur uit die tijd. Entree kost rond de 120 kronen en het is van eind mei tot begin september dagelijks open van 11.00 tot 17.00 uur; daarbuiten gesloten. Reken op een uur. In hetzelfde stadje staat het huis waarin een andere Noorse schrijver zijn jeugd doorbracht.

Achter de eilanden loopt een beschutte vaargeul van twaalf kilometer

Tussen het vasteland en een rij eilanden ligt een smalle, beschutte vaarweg die ook bij wind rustig blijft. Vroeger was dat de binnenroute voor de kustvaart; nu varen er rondvaartboten doorheen. Een tocht van twee uur kost 350 tot 500 kronen per persoon en vaart van juni tot augustus enkele keren per dag. U vaart op sommige plekken op tientallen meters langs zomerhuisjes en aanlegsteigers. Voor wie geen eigen boot heeft is dit de eenvoudigste manier om de scherenkust van binnenuit te zien.

In het dal landinwaarts ligt een beschermd landschap, geen nationaal park

Het lange dal dat vanaf deze kust naar het noorden loopt, grenst aan twee grote beschermde landschappen op de hoogvlakte. Nationaal park is dat gebied echter niet; die status heeft het nooit gekregen. Wandelen is gratis en er lopen gemarkeerde routes van 5 tot 30 kilometer met hutten waar overnachten 300 tot 500 kronen kost. In het dal zelf rijdt in de zomer op vaste dagen een smalspoortreintje met stoom over een bewaard gebleven baanvak; een rit kost rond de 250 kronen. Het dal staat daarnaast bekend om zilversmeedwerk en klederdracht.

Praktisch

U vliegt met een overstap in ongeveer vier uur op Kristiansand, of u neemt de veerboot vanuit Denemarken die er 2 uur en een kwartier over doet. Vanaf Oslo rijdt u 250 tot 300 kilometer zuidwaarts over de doorgaande weg, ruim drie uur. Noorwegen betaalt met kronen, niet met euro's, en alles gaat met de kaart. Eten is duur: reken op 250 tot 400 kronen per persoon. Juni tot augustus is het seizoen; in mei en september is het 10 tot 17 graden, zijn de musea en veerdiensten beperkt en is het aan de kust stil.
Denise Veldmeijer
Over de auteur
Denise Veldmeijer

Redacteur bij Vakantiewoningen.nl.

Alle artikelen van Denise Veldmeijer →
Bij dit artikel

Drie huizen uit ons aanbod

Bekijk prijs en beschikbaarheid bij onze boekingspartner. Je ziet de totaalprijs vóór je betaalt.

Lees ook

Meer uit het magazine