Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Noorwegen heeft de ruimte van een groot land en de bevolking van een kleine stadstreek
Noorwegen beslaat ongeveer 385.000 vierkante kilometer en telt rond de 5,5 miljoen inwoners, wat neerkomt op zo'n 14 mensen per vierkante kilometer; in Nederland zijn dat er ruim 500. Het grootste deel van die mensen woont in een smalle strook rond Oslo en langs de zuidkust, waardoor het binnenland en het noorden vrijwel leeg zijn. De kustlijn is door alle fjorden en eilanden bij elkaar rond de 100.000 kilometer lang. Dat is de reden dat je hier zonder moeite een dag loopt zonder iemand tegen te komen, en dat is niet zo geregeld als het klinkt.
De fjorden zijn uitgesleten door ijs en dus dieper dan de zee ervoor
Een fjord is een dal dat door een gletsjer is uitgeschuurd tot onder de zeespiegel en daarna is volgelopen. De Sognefjord is met 205 kilometer de langste van het land en op het diepste punt 1.308 meter, terwijl de drempel bij de monding maar een paar honderd meter diep is. Daardoor staat er binnen in de fjord vrijwel geen stroming en ligt het water spiegelglad tussen wanden van meer dan een kilometer hoog. Vanaf Bergen rijd je in ongeveer twee uur naar de eerste armen van de Sognefjord.
Geirangerfjord en Nærøyfjord staan samen op de werelderfgoedlijst
De Geirangerfjord is 15 kilometer lang en heeft de watervallen De Zeven Zusters en De Bruidssluier recht tegenover elkaar; er staan verlaten boerderijen op richels halverwege de wand. De Nærøyfjord is 17 kilometer lang en op het smalste punt ongeveer 250 meter breed, met wanden tot 1.400 meter. Allebei kwamen ze in 2005 op de werelderfgoedlijst van Unesco als voorbeeld van hoe ijs een landschap vormt. Een veerboot door de Nærøyfjord van Gudvangen naar Flåm duurt rond de twee uur en kost ongeveer 40 euro.
Jotunheimen heeft de hoogste bergen van Noord-Europa
In Jotunheimen liggen meer dan tweehonderd toppen boven de 1.900 meter, met de Galdhøpiggen als hoogste van Noord-Europa op 2.469 meter. De klim daarheen vanaf Spiterstulen duurt ongeveer zes tot zeven uur heen en terug en vraagt geen klimtechniek, wel conditie en goed weer. De bekendste dagwandeling is de Besseggen, een graat van rond de 14 kilometer tussen twee meren die honderden meters in hoogte verschillen. Let op: op mooie zomerdagen lopen daar meer dan duizend mensen tegelijk en is de parkeerplaats voor negen uur vol.
Hardangervidda is het grootste hoogplateau van Europa
De Hardangervidda beslaat ongeveer 8.000 vierkante kilometer, waarvan 3.422 sinds 1981 nationaal park is; het is daarmee het grootste nationale park van Noorwegen en het grootste hoogvlakteplateau van Europa. Het ligt tussen de 1.100 en 1.400 meter hoog en is vrijwel boomloos, met veen, steen en meren tot aan de horizon. Er leeft de grootste kudde wilde rendieren van Europa, geschat op enkele duizenden dieren. Vanaf Eidfjord loopt de weg in een half uur omhoog naar het plateau.
De Preikestolen is een platte rots op 604 meter boven het water
De Preikestolen is een vlakke rotsplaat van ongeveer 25 bij 25 meter, 604 meter recht boven de Lysefjord, op ruim een uur rijden van Stavanger. De wandeling erheen is 8 kilometer heen en terug en duurt twee tot drie uur, met een stijging van rond de 350 meter over trappen van steen. Er staat geen hek en er is geen bewaking. Let op: er komen jaarlijks een paar honderdduizend mensen, dus tussen elf en drie uur staat er in de zomer een rij op het plateau; voor acht uur ben je er vrijwel alleen.
Op de Lofoten gaat de zon in de zomer niet onder
De Lofoten liggen boven de poolcirkel, waar de zon van eind mei tot half juli niet onder de horizon zakt en het dus ook om twee uur 's nachts licht is. De bergen komen er direct uit zee omhoog tot rond de 1.100 meter, met vissersdorpen als Henningsvær en Reine ertussen. De trap naar de Reinebringen telt ongeveer 1.500 door Sherpa's gelegde stenen treden en brengt je in een uur op 448 meter, met de bekendste uitkijk van de eilanden. In de winter is het hier omgekeerd donker en is dit een van de plekken voor noorderlicht.
In Dovrefjell lopen muskusossen die er zijn uitgezet
In het nationaal park Dovrefjell-Sunndalsfjella leeft een kudde muskusossen van rond de driehonderd dieren, nakomelingen van exemplaren die vanaf de jaren dertig uit Groenland zijn overgebracht. Ze zijn te zien op wandelingen van een paar uur vanaf de weg bij Kongsvold; houd volgens de parkregels minstens 200 meter afstand, want de dieren vallen aan als ze zich bedreigd voelen. De Snøhetta is met 2.286 meter de hoogste top buiten Jotunheimen. Bij Hjerkinn staat een houten uitkijkpaviljoen uit 2011 dat vrij toegankelijk is.
Rondane was het eerste nationale park en is nog steeds het rustigst
Rondane werd in 1962 als eerste nationale park van Noorwegen aangewezen en heeft tien toppen boven de 2.000 meter, waaronder het Rondeslottet van 2.178 meter. Het is er droger en kaler dan in Jotunheimen en er komen aanzienlijk minder mensen. De hutten van de Noorse wandelvereniging liggen op dagafstanden van elkaar, doorgaans vier tot zeven uur lopen. Een overnachting in zo'n hut kost voor niet-leden rond de 60 euro.
Het recht om overal te overnachten staat sinds 1957 in de wet
Het allemansrecht is in Noorwegen vastgelegd in de wet op de openluchtrecreatie uit 1957: je mag je tent neerzetten op onbebouwd terrein, mits op minstens 150 meter van het dichtstbijzijnde bewoonde huis en niet langer dan twee nachten op dezelfde plek zonder te vragen. Vuur maken in of bij bos is van 15 april tot 15 september verboden. De Noorse wandelvereniging beheert daarnaast rond de 550 hutten, van bemande herbergen tot zelfbedieningshutten met een sleutelsysteem. Dat samen maakt meerdaags lopen hier goedkoper dan het land verder is.
Wintersport gaat hier over langlaufen en niet alleen over pistes
Trysil is met ruim zeventig pistes het grootste alpineskigebied van het land, ongeveer twee en een half uur rijden van Oslo. Belangrijker voor Noren zelf zijn de langlaufloipes: rond vrijwel elk dorp liggen er tientallen kilometers, doorgaans gratis te gebruiken en machinaal bijgehouden. Het seizoen loopt in de bergen van december tot april en de dagen zijn in december kort, met licht van tien tot half drie. Een dagpas in Trysil kost rond de 55 euro.
Praktisch bij een reis
Noorwegen is duur: reken op 10 tot 12 euro voor een biertje, rond de 30 euro voor een hoofdgerecht en 2 tot 3 euro per liter benzine. Betalen gaat vrijwel volledig met de kaart, ook bij de kleinste hut. Tussen de fjorden rijd je voortdurend met veerboten, die op de doorgaande wegen elk half uur varen en automatisch worden afgerekend via de kentekenregistratie. De westkust is nat: in Bergen valt op meer dan tweehonderd dagen per jaar regen, dus regenkleding is er geen overbodige luxe maar de standaarduitrusting.