Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Telemark is de streek waar Noorwegen zijn techniek etaleert
Deze provincie in het zuiden van Noorwegen heeft geen fjorden van wereldfaam en geen middernachtzon. Wat er wel is: een kanaal met achttien sluizen, een kabelbaan dwars dóór een berg, een waterkrachtcentrale met een oorlogsverhaal, en het grootste waterpark van Scandinavië. Met kinderen is dat een gelukkige combinatie, want het is allemaal concreet.
Het kanaal is de klassieker
Het Telemarkkanaal loopt over ongeveer 105 kilometer van Skien naar Dalen en overwint met achttien sluizen een hoogteverschil van bijna 72 meter. Het werd tussen 1861 en 1892 uitgehakt en werd destijds de achtste wereldwonder genoemd.
Er varen historische passagiersboten uit het begin van de vorige eeuw. De hele route duurt ongeveer elf uur, wat met kinderen bijna altijd tegenvalt; kies een deeltraject van twee tot vier uur, bijvoorbeeld rond de sluizentrap bij Vrangfoss, waar de boot in vijf treden omhoog gaat. Dat schutten zelf is voor kinderen het interessantste deel.
Kaartjes kosten afhankelijk van de afstand rond de 30 tot 90 euro per volwassene. Je kunt heen varen en met de bus terug, wat de dag korter maakt.
De Gaustabanen gaat door de berg heen
De Gaustatoppen is met 1.883 meter de hoogste berg van de streek, en bij helder weer kijk je er volgens de streekorganisaties over ongeveer een zesde van het vasteland van Noorwegen uit.
Naar boven kun je lopen, maar er is ook een bijzonder alternatief: de Gaustabanen, een spoorlijn die het leger in de jaren vijftig ín de berg aanlegde. Je rijdt eerst 850 meter horizontaal een tunnel in en gaat dan met een kabelspoor steil omhoog, samen ongeveer een kwartier. Boven is het doorgaans 10 graden kouder dan beneden.
De rit kost rond de 60 euro retour voor volwassenen. Wie liever loopt: vanaf Stavsro is het ongeveer 4 kilometer omhoog over blokkig steen, drie tot vier uur heen en terug, en dat is voor kinderen onder de tien te zwaar.
Vemork vertelt een echt oorlogsverhaal
Bij Rjukan staat de waterkrachtcentrale Vemork, in 1911 gebouwd en toen de grootste ter wereld. In de Tweede Wereldoorlog werd hier zwaar water geproduceerd, een grondstof voor het Duitse kernonderzoek, en Noorse verzetsmensen bliezen in 1943 de installatie op.
Het gebouw is nu industriemuseum, met dat verhaal als kern. Voor kinderen vanaf een jaar of tien is dit een van de indrukwekkendste musea van Zuid-Noorwegen; jonger werkt het minder. Entree ligt rond de 15 euro. Rjukan en Notodden staan sinds 2015 samen als industrieel erfgoed op de werelderfgoedlijst.
Rjukan heeft spiegels op de berg
Rjukan ligt zo diep in een dal dat de zon er van september tot maart niet in het centrum komt. Sinds 2013 staan er daarom drie grote spiegels op de bergwand die het zonlicht naar het marktplein kaatsen.
Ze zijn gratis te bekijken en het effect is op een heldere winterdag verrassend sterk: een lichtvlek van een paar honderd vierkante meter midden in een verder schaduwrijk dorp. Voor kinderen is dat een goed verhaal, en het kost niets.
Het waterpark is de dag zonder discussie
Bij Bø ligt het grootste waterpark van Scandinavië, met glijbanen, een golfslagbad, een rivierbaan en een deel voor de jongsten. Het is doorgaans open van eind juni tot half augustus, wat een korter seizoen is dan in Zuid-Europa.
Een dagkaart kost rond de 45 tot 55 euro per persoon. Neem eigen eten mee als dat mag, en kom bij opening. Bij de grote glijbanen gelden lengte-eisen. In dezelfde plaats zit ook een klimpark met parcoursen op verschillende hoogtes, vanaf ongeveer 30 euro.
De staafkerk en het openluchtmuseum
In Heddal staat de grootste staafkerk van Noorwegen, gebouwd in de 13e eeuw, met drie torens en houtsnijwerk aan de portalen. Entree is enkele euro's en het bezoek duurt een half uur.
Verderop, in West-Telemark, staat een openluchtmuseum met verplaatste boerderijgebouwen met grasdaken en nog een staafkerk. Voor kinderen werkt dat beter dan de kerk alleen, omdat ze de gebouwen in mogen en zien hoe men leefde.
Bergen, bossen en de zilvermijn
Ten noorden van Telemark ligt de Hardangervidda, met ruim 3.400 vierkante kilometer het grootste hoogplateau van Europa en deels nationaal park. Er leven wilde rendieren en er lopen paden van korte lussen tot meerdaagse hutten-tot-huttentochten.
Op rijafstand, in Kongsberg, kun je met een mijntrein een kilometer een oude zilvermijn in rijden, waar het jaarrond ongeveer 6 graden is. Neem een jas mee. De rit met de trein is voor kinderen het hoogtepunt; entree ligt rond de 20 euro.
Praktisch
Telemark ligt op ongeveer twee tot drie uur rijden van Oslo, en de veerboot vanuit Hirtshals in Denemarken naar Larvik of Kristiansand brengt je er in drie tot vier uur varen. Noorwegen betaalt met kronen, ongeveer 11,5 kronen per euro; tolwegen worden automatisch via het kenteken afgerekend.
Half juni tot half augustus is het seizoen: dan varen de kanaalboten, is het waterpark open en draaien de musea op volle sterkte. In mei en september is het rustiger en goedkoper, maar dan ligt een deel stil. In de winter draait het hier om langlaufen en de skigebieden bij Rauland, en om die spiegels in Rjukan.