In deze hoek van Polen staat een Noorse kerk uit de twaalfde eeuw
In het bergdorp Karpacz staat de Wang-kerk, een houten staafkerk die rond 1200 bij Vang in Noorwegen werd gebouwd, in 1841 door de Pruisische koning Frederik Willem IV werd gekocht en drie jaar later hier weer is opgebouwd. Het is volgens de beheerders het oudste houten gebouw van Polen en het staat er per ongeluk.
Dat is typerend voor Neder-Silezië: een streek waar Duitse, Tsjechische, Poolse en oudere lagen door elkaar liggen. Dit artikel behandelt het gebergte en de stadjes eromheen, met hoogtes, entreeprijzen in zloty en reistijden.
De hoogste top ligt op de grens
De Śnieżka komt tot 1.603 meter en is de hoogste top van de Karkonosze, die aan de Tsjechische kant Krkonoše heet; de landsgrens loopt precies over de top. Boven staat een weerstation uit 1974 dat uit drie schotelvormige gebouwen bestaat en dat je vanaf kilometers afstand ziet liggen.
Vanaf Karpacz klim je er in drie tot vier uur naartoe, of je neemt een stoeltjeslift tot halverwege voor rond de 40 zloty; reken op ongeveer 4,3 zloty per euro. Het hele gebied is het Karkonoski Park Narodowy. Let op: boven waait het vrijwel altijd en het kan er in juli tien graden zijn terwijl het in het dal 25 is. Neem een windjas mee.
Over de kam loopt een pad met uitzicht op twee landen
Langs de bergkam loopt de Droga Przyjaźni Polsko-Czeskiej, de vriendschapsweg die grotendeels op de grens ligt, met aan de ene kant het Poolse en aan de andere kant het Tsjechische dal; onderweg kijk je in de Śnieżne Kotły, twee gletsjerkommen van honderden meters diep. Delen ervan zijn geplaveid met stenen om de kwetsbare bodem te beschermen.
Etappes zijn 8 tot 15 kilometer met beperkte klim zodra je boven bent; aan de Tsjechische kant is Špindlerův Mlýn de logische instap. Onderweg staan berghutten waar je kunt eten en overnachten voor 60 tot 120 zloty. In de winter is de kam een sneeuwvlakte met beperkte oriëntatiepunten; dan is dit terrein voor ervaren wandelaars.
De watervallen liggen aan de westkant
Bij Szklarska Poręba stort de Kamieńczyk over een rotswand van ongeveer 27 meter naar beneden, de hoogste val aan de Poolse kant van het gebergte; de Szklarka-waterval even verderop is lager maar makkelijker te bereiken. Er loopt een pad met trappen naartoe vanaf de parkeerplaats, ongeveer een half uur.
Entree tot het nationale park kost enkele zloty per persoon per dag. In het voorjaar, na de sneeuwsmelt, staat er de meeste kracht op; in een droge augustus is het aanzienlijk minder. Bij vorst wordt het pad glad en soms afgesloten.
Książ is het op twee na grootste kasteel van Polen
Bij Wałbrzych staat Książ, in het Duits Fürstenstein, met meer dan vierhonderd vertrekken, aangelegd vanaf de dertiende eeuw en later uitgebouwd tot een barok complex met terrastuinen boven een ravijn.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd eronder gegraven door dwangarbeiders, als onderdeel van Projekt Riese, een bouwproject waarvan het doel nooit is opgehelderd. Een deel van die gangen is te bezoeken. Kaartjes voor kasteel en tuinen kosten 40 tot 70 zloty, afhankelijk van de combinatie; reken op een halve dag.
In het Uilengebergte liggen kilometers ondergrondse gangen
Bij Osówka in de Góry Sowie en enkele andere plaatsen liggen tunnelstelsels uit datzelfde project: gangen, hallen en schachten die vanaf 1943 in de bergen zijn uitgehakt en nooit zijn afgebouwd. Ze zijn met een gids te bezoeken in tochten van ongeveer anderhalf uur.
Entree kost 40 tot 60 zloty. Het is er het hele jaar rond de 8 graden en op sommige plekken nat; neem een jas en stevige schoenen mee. Voor kinderen onder een jaar of acht is het donker en lang. Het is een van de weinige plekken waar die geschiedenis fysiek te zien is.
De vredeskerk van Świdnica is van hout en leem
Na de Vrede van Westfalen mochten protestanten in dit gebied kerken bouwen, maar zonder steen, zonder toren en buiten de stadsmuren, en binnen één jaar. Het resultaat is een vakwerkgebouw uit 1656 en 1657 waar drieduizend mensen in passen.
Het is een van de grootste vakwerkkerken van Europa en staat sinds 2001 op de werelderfgoedlijst. Binnen zit het vol beschilderde galerijen en banken. Entree kost enkele tientallen zloty en de kerk is dagelijks open, met kortere tijden in de winter. In Jawor, op een half uur rijden, staat de tweede vredeskerk uit dezelfde regeling, die samen met deze op de werelderfgoedlijst staat.
De stadjes ertussen zijn klein en compleet
Bolków heeft een burcht uit de dertiende eeuw op een rots boven het stadje, met een ronde toren die je kunt beklimmen; entree kost enkele tientallen zloty. Jelenia Góra heeft een langgerekt marktplein met arcadehuizen en het kuuroord Cieplice in een buitenwijk, en bij het Leśniańskie-meer staat kasteel Czocha.
Deze plaatsen liggen op 20 tot 50 kilometer van elkaar en zijn per auto in een dag te combineren. Met het openbaar vervoer wordt dat lastig: er rijden bussen, maar met weinig frequentie. Overnachten kost er 200 tot 400 zloty voor twee personen.
Praktisch
Wrocław is de toegangspoort tot de streek, met vluchten vanuit Nederland in ongeveer anderhalf uur en vanaf daar anderhalf uur rijden naar het gebergte. Met de auto vanuit Nederland ben je ongeveer negen uur onderweg; over de grens liggen de rotsen van Adršpach op een uur rijden. Polen betaalt met zloty.
Juni tot september is het wandelseizoen, met 18 tot 25 graden in de dalen. December tot maart is skiseizoen in Karpacz en Szklarska Poręba. April, mei en november zijn de stille maanden: modderige paden, gesloten liften en een deel van de pensions dicht.