Je gaat nu naar onze boekingsengine met onze woningen of woningen van derden. Daar zie je vóór betaling de totaalprijs en de voorwaarden.
Neder-Silezië heeft de hoogste dichtheid aan kastelen van Polen
Het Dolnośląskie in het zuidwesten van Polen telt volgens de erfgoeddienst honderden burchten, sloten en ruïnes, meer dan elke andere Poolse regio. Dat komt doordat dit gebied eeuwenlang grensland was tussen Boheemse, Habsburgse en Pruisische heersers.
Daarnaast liggen er met de Sudetenbergen een keten op de Tsjechische grens en met Wrocław een stad van 670.000 inwoners. Dit artikel behandelt de kastelen, de bergen en de stad, met entreeprijzen, openingstijden en afstanden.
Kasteel Książ telt vierhonderd vertrekken
Bij Wałbrzych staat op een rots boven een dal het Piast-kasteel Książ met ongeveer vierhonderd vertrekken, na Malbork en Wawel het derde in omvang van Polen. Binnen is de barokke Maximiliaanszaal het pronkstuk; onder het gebouw liggen tunnels die in de Tweede Wereldoorlog met dwangarbeid zijn uitgehakt.
Entree kost 50 tot 80 złoty, met aparte kaartjes voor de tunnels en de terrastuinen; het is dagelijks open, doorgaans van tien tot zes. Reken op drie tot vier uur. Het is er ondergronds 6 tot 10 graden: neem ook in augustus een jas mee. Verspreid door de streek staan verder Bolków, Grodziec en Czocha bij het Leśniańskie-meer.
Onder het Uilengebergte liggen zeven onvoltooide tunnelcomplexen
In het Uilengebergte ten zuiden van Książ zijn tussen 1943 en 1945 onder de naam Riese zeven ondergrondse complexen uitgehakt door dwangarbeiders. Waarvoor ze bedoeld waren is nooit vastgesteld; geen van de complexen is afgebouwd.
Enkele zijn te bezoeken voor 40 tot 60 złoty, met een gids en een helm, doorgaans van tien tot zes. Reken op anderhalf uur per complex. Let op: dit zijn plekken waar mensen onder dwang zijn gestorven; de rondleidingen gaan daarover, en dat maakt het geen uitje voor jonge kinderen.
De Vredeskerk van Świdnica uit 1657 biedt plaats aan 7.500 mensen
In Świdnica staat een kerk die in 1656 en 1657 is gebouwd van hout, leem en stro, omdat de vredesregeling van 1648 na de Dertigjarige Oorlog geen stenen bouw en geen toren toestond. Het is het grootste vakwerkkerkgebouw van Europa en staat sinds 2001 samen met de zusterkerk in Jawor op de UNESCO-werelderfgoedlijst.
Entree kost 20 tot 30 złoty; de kerk is doorgaans van april tot oktober dagelijks open, van negen tot zes, en in de winter beperkt. Reken op drie kwartier. Binnen zitten twee verdiepingen galerijen, samen goed voor duizenden zitplaatsen.
Het Karkonosze-gebergte loopt op tot 1.603 meter
Op de grens met Tsjechië ligt het Karkonosze-gebergte, het Reuzengebergte, met de Śnieżka van 1.603 meter waarover de landsgrens precies loopt. Vanaf de Poolse kant gaan stoeltjesliften naar de kammen, onder meer naar de Szrenica boven Szklarska Poręba.
Toegang tot het gebergte is gratis; een liftkaartje kost 40 tot 70 złoty en de dagkaart voor het nationale park enkele złoty. De klim naar de Śnieżka is 8 tot 10 kilometer heen en terug met 800 hoogtemeters. Korter zijn de Kamieńczyk-waterval van 27 meter en de Szklarka-waterval, allebei 3 kilometer lopen vanaf Szklarska Poręba. In Cieplice bij Jelenia Góra liggen de warmwaterbaden.
Bij de Tafelbergen liggen rotslabyrinten van zandsteen
Bij de Tsjechische grens in het Kłodzko-dal liggen twee zandsteenterreinen: de Szczeliniec Wielki met een pad over de top op 919 meter en de Błędne Skały met een doolhof van spleten waar je zijwaarts doorheen moet.
Entree kost 15 tot 30 złoty per terrein; ze zijn van april tot november open, doorgaans van acht tot zes. Let op: in het doolhof zijn de spleten op plekken nog geen vijftig centimeter breed en geldt eenrichtingsverkeer; met claustrofobie of een grote rugzak kom je er niet doorheen. In Kłodzko zelf staan een vesting en een gotische brug die op de Karelsbrug in Praag lijkt, en in Polanica-Zdrój een kuurpark.
Wrocław heeft een van de grootste middeleeuwse pleinen van Europa
Wrocław heeft met de Rynek een marktplein van bijna 4 hectare met het oude stadhuis in het midden, en is gebouwd op een reeks eilanden in de Oder-rivier, verbonden door meer dan honderd bruggen, waaronder de Tumski-brug naar Ostrów Tumski met de kathedraal en de kerk van Sint-Pieter en Sint-Paulus.
Rondlopen is gratis; het historisch museum in het stadhuis kost 20 tot 40 złoty. Reken op twee dagen voor de stad. Sinds 2005 staan er verspreid over de binnenstad honderden bronzen dwergbeeldjes van 20 tot 30 centimeter; kinderen kunnen er dagen mee zoet zijn. In september klinkt hier het koorfestival Wratislavia Cantans.
In dezelfde stad hangt het Panorama van Racławice van 114 meter
In een ronde zaal hangt het Panorama van Racławice, een rondschildering van ongeveer 114 bij 15 meter uit 1894 die de veldslag van 1794 uitbeeldt en die je met een audiogids in het rond bekijkt.
Entree kost 40 tot 60 złoty en gaat met tijdvakken van een half uur die vooruit worden geboekt; het is van dinsdag tot zondag open. Even verderop staat de betonnen Eeuwhal uit 1913, met een koepel van 65 meter overspanning, die sinds 2006 op de werelderfgoedlijst staat en waar nu concerten en beurzen worden gehouden.
Praktisch
Vanuit Nederland vlieg je in anderhalf uur op Wrocław; met de auto is het 900 kilometer en negen tot tien uur. Polen betaalt met de złoty en niet met de euro. Tussen Wrocław en de bergen is het 130 kilometer, anderhalf tot twee uur.
Mei, juni en september geven 18 tot 26 graden. In juli en augustus zijn de bergen en de rotsterreinen in het weekeinde vol. Van december tot maart ligt er in het gebergte sneeuw en zijn de skigebieden open, terwijl een deel van de kastelen dan gesloten of beperkt open is. In het noorden liggen met de Bory Dolnośląskie de grootste aaneengesloten bossen van Polen.